Europa moet zich voorbereiden op de niet-Europese arbeidsmigrant

Vergeleken met andere continenten heeft Europa niet alleen met afstand de oudste bevolking, maar ook de vergrijzing slaat er de komende jaren het hardst toe. De Financial Times heeft vorige week onze demografische ontwikkeling goed op een rij gezet. Was in 1950 nog maar 1 op de 13 Europeanen ouder dan 65, over vijftien jaar is dat maar liefst 1 op de 4.

Verder zal de bevolking vanaf 2021 gaan krimpen, vooral in Zuid- en Oost-Europa, maar ook elders. Zo is het Nederlandse bevolkingsoverschot (geboortes minus overlijdens) teruggelopen van 66.000 in 2000 naar 18.000 in 2019 en naar verwachting zal dit nog magere positieve saldo de komende jaren in zijn tegendeel omslaan.

Deze ontwikkeling heeft uiteraard gevolgen voor het aantal Europeanen dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. In vergelijking met 2010 zijn dat er dit jaar al 12 miljoen minder, oplopend naar maar liefst 50 miljoen over vijftien jaar. Economen van het IMF verwachten dat dit een substantieel negatief effect zal hebben op het beschikbare overheidsbudget en op economische groei. Vooral de kosten van de vergrijzing zullen aanzienlijk stijgen.

Tegelijkertijd woedt er een discussie in Nederland over overbevolking als gevolg van het in de laatste jaren stijgende migratiesaldo (immigranten minus emigranten): 54.000 in 2000 tegenover 114.000 in het afgelopen jaar. Daarbij gaat het – naast tienduizenden Nederlanders die vertrekken en terugkeren – vooral om arbeidsmigranten uit de Europese Unie, studenten en hoger opgeleiden uit de rest van de wereld.
Hoe en of deze trend zich zal doorzetten is onzeker en zal sterk afhangen van hoe de Nederlandse arbeidsmarkt zich in de komende jaren ontwikkelt.

Waar menig werkgever vanwege de krappe arbeidsmarkt gebaat is bij de vrijheid van migratie binnen Europa en bij een ruimhartig visumbeleid, zijn vooral lager opgeleiden en ouderen negatief over diversiteit, de mate van integratie en de kosten van migratie. Anderen, ook ter linkerzijde, maken zich zorgen over de gevolgen van migratie voor het milieu door voortgaande verstedelijking en verkeersintensiteit.

Wat betekent dit alles voor heen te voeren migratiebeleid? Anders dan vaak wordt gesuggereerd, wordt migratie al in hoge mate gereguleerd. Dat geldt met name voor de arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie, die alleen een visum krijgen wanneer hun expertise van toegevoegde waarde is. Die regulering ontbreekt bij EU-burgers. Net als Nederlanders elders hebben die namelijk het recht hier te wonen en te werken. Alleen als zij een beroep doen op bijstand, kan het verblijf worden beëindigd.
Hoewel door deze migratievrijheid de arbeidsmigratie van oost naar west in het afgelopen decennium aanzienlijk is toegenomen en een deel van deze arbeidsmigranten, met name Polen, zich permanent in Nederland heeft gevestigd, is er geen sprake van een leegloop van Oost-Europa. Sterker nog, mede door de stijgende lonen in landen als Polen, Hongarije en Roemenië en de sterke demografische krimp van de bevolking is het aanbod van Oost-Europese arbeiders in Nederland en Duitsland al enigszins aan het opdrogen. Gezien de verwachte verdere krimp en vergrijzing in Europa, zou de Nederlandse arbeidsmarkt de komende jaren nog wel eens veel krapper kunnen worden. Duitse werkgevers wijzen hier al jaren op.

Dit betekent dat als de huidige demografische trends in Europa zich voortzetten (vergrijzing en krimp) en er geen grote economische crisis uitbreekt, er een punt komt waarop er ook voor lager geschoold werk migranten van buiten de EU – zoals dat nu al gebeurt voor hoger geschoolden – moeten worden aangetrokken. Door premies te betalen bouwen deze migranten sociale rechten op en, afhankelijk van de lengte van verblijf en de verrichte arbeid, zouden ze in aanmerking kunnen komen voor een permanente verblijfsvergunning. De afgedragen sociale premies kunnen op EU-niveau geadministreerd worden, waardoor het niet uitmaakt in welk EU-land men werkt. Een dergelijk systeem zou een uitkomst kunnen zijn voor lager en middelbaar opgeleide arbeidsmigranten uit Afrika die nu noodgedwongen gebruik maken van zeer riskante en zeer dure diensten van mensensmokkelaars in de Middellandse Zee-regio.

EU-migratieagentschappen in de grensregio’s van Europa zouden arbeidsmigranten kunnen selecteren, registreren en monitoren. Afgezien van het welbegrepen economische eigenbelang van Europese landen, dragen dergelijke legal migration pathways bij aan een effectieve bestrijding van mensensmokkel, illegaliteit, en kan het bijdragen aan ontwikkeling in de regio’s van herkomst.
Hoe het systeem er ook uit gaat zien, het wordt tijd dat Europa een nieuw arbeidsmigratiebeleid gaat ontwikkelen.

Bron: RTLZ (20 januari 2020).

 

Logo Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten

Oprichting van het kenniscentrum arbeidsmigranten

Om meer waardevolle informatie te verstrekken over arbeidsmigranten is er vanuit de sector Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten opgericht. Doel van het initiatief is om betrokken partijen zoals politici en het bedrijfsleven, maar ook journalistiek en burgers informatie over arbeidsmigranten te kunnen verstrekken. Ook is het doel om de beeldvorming rondom arbeidsmigranten te objectiveren.

De focus van Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten komt te liggen op kennisdeling en ontwikkeling en op opinievorming rondom de 5 centrale thema’s: werken, wonen, cultuur, integratie en wetgeving. Met een breed gedragen bestuur, waarin maatschappelijk relevante organisaties zijn vertegenwoordigd, wil het Kenniscentrum beleidsadvies geven op al deze thema’s. Bijvoorbeeld rondom de EU Blauwe Kaart om arbeidsmigranten ook van buiten de EU perspectief te kunnen geven in Nederland als woon- en werkland.

Volgens initiatiefnemers Karolina Swoboda en Frank van Gool is arbeidsmigratie een relevante economische en maatschappelijke ontwikkeling die steeds hoger op de politieke agenda komt. Steeds meer bedrijven (willen of moeten) werken met arbeidsmigranten. Ook de maatschappelijke beeldvorming vormt een belangrijke factor. Desondanks blijft arbeidsmigratie een complex fenomeen. Precieze cijfers over de aantallen ontbreken en we weten weinig over de herkomst, motieven en verblijfsduur van ‘de arbeidsmigrant’. Daarom is het initiatief genomen voor de oprichting van Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten. Een onafhankelijk instituut voor het ontwikkelen van kennis en netwerken en wil bijdragen aan beeldvorming en beleidsvoorbereiding als het gaat om arbeidsmigranten.

Frank van Gool: “Karolina Swoboda en ik zijn nu al 20 jaar actief op het gebied van arbeidsmigratie en telkens blijkt dat er behoefte is aan feitelijke gegevens en achtergrondinformatie. Die behoefte is heel breed, van het bedrijfsleven tot maatschappelijke organisaties en het openbaar bestuur. Wij zijn er trots op dat wij op oprichting van dit onafhankelijke instituut mogelijk kunnen maken.”

Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten start begin 2020 en inmiddels hebben instanties als ABU, VNO/NCW, Glastuinbouw Nederland en het Expertisecentrum Flexwonen ondersteuning toegezegd. Karolina Swoboda en Frank van Gool zijn de oprichters van OTTO Work Force en van KAFRA Housing

 

 

 

Oprichters uitzendbureau OTTO Work Force lanceren kenniscentrum voor arbeidsmigratie

Nederland krijgt een kenniscentrum over vraagstukken die te maken hebben met arbeidsmigratie. Het instituut is een initiatief van Frank van Gool en Karolina Swoboda, oprichters van het Limburgse uitzendbureau OTTO Work Force.

Het kenniscentrum focust op vijf centrale thema’s: werken, wonen, cultuur, integratie en wetgeving. Het doel is tweeledig. Op de eerste plaats is het bedoeling om betrokken partijen, zoals politici en het bedrijfsleven, journalisten en burgers te voorzien van informatie. Daarnaast wil het centrum de beeldvorming rondom arbeidsmigranten „objectiveren”.
Dat is nodig, vindt Bart Verlegh, secretaris van de stichting-in-oprichting achter het Kenniscentrum Arbeidsmigranten. „Er zijn veel vooroordelen. Zowel over de werknemers die hier naartoe komen als over de werkgevers die ze in dienst nemen.”

Discussie
Volgens mede-initiatiefnemer Frank van Gool is het van belang de maatschappelijke discussie „feitelijker” te maken. „Karolina Swoboda en ik zijn nu al twintig jaar actief op het gebied van arbeidsmigratie en telkens blijkt dat er behoefte is aan feitelijke gegevens en achtergrondinformatie. Die behoefte is heel breed, van het bedrijfsleven tot maatschappelijke organisaties en het openbaar bestuur.”
Volgens de initiatiefnemers vormt arbeidsmigratie een steeds belangrijkere factor binnen de Nederlandse arbeidsmarkt. „Belangrijker dan we ooit hebben gedacht”, zegt Van Gool. Daar staat nu vaak een gebrek aan informatie tegenover. „Precieze cijfers over de aantallen ontbreken en we weten weinig over de herkomst, motieven en verblijfsduur van de arbeidsmigrant. Daarom is het initiatief genomen voor de oprichting van het Kenniscentrum Arbeidsmigranten.”

Onafhankelijkheid
Om de onafhankelijkheid van het nieuwe instituut te garanderen, is het de bedoeling dat het kenniscentrum een „breed gedragen” bestuur krijgt. Dat moet nog deze maand worden benoemd. Naast Van Gool en Swoboda moeten er vertegenwoordigers zitting gaan nemen van uitzendkoepel ABU, werkgeversvereniging VNO/NCW, landbouworganisatie Glastuinbouw Nederland en het Expertisecentrum Flexwonen.
Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten wordt opgericht in Venlo en krijgt vooralsnog geen fysieke loketfunctie. „Je moet het zien als een digitale thuisbasis”, aldus Verlegh. „Vandaag gaat onze website online en daar is al informatie over het onderwerp te vinden. In de toekomst willen we zelf ook met nieuws en onderzoeken komen.”

Bron: Dagblad de Limburger (7 januari 2020).

 

 

 

Nieuw kenniscentrum zet arbeidsmigranten in spotlight

Een kenniscentrum met Limburgse roots moet de rol van arbeidsmigranten in Nederland gaan toelichten.

In het centrum wordt informatie gebundeld over arbeidsmigranten als het gaat om bijvoorbeeld werk, wetgeving, cultuur, integratie en wonen. Het centrum is een initiatief van Frank van Gool en Karolina Swoboda, de oprichters van het Venrayse OTTO Workforce.

Versnipperd
Arbeidsmigranten worden volgens de grondleggers steeds belangrijker voor de economie in Nederland. “Er is al veel kennis over bijvoorbeeld huisvesting. Maar die kennis is vaak versnipperd”, stelt Van Gool. “Daarom is dit centrum belangrijk.”

Beeldvorming
Volgens de grondleggers is het centrum ook nodig om de beeldvorming rond arbeidsmigranten te verbeteren. “Het is nu vaak een politieke discussie. Met ongefundeerde statements over arbeidsmigranten proberen politici nu te scoren.”

Onderzoeksvragen
Het centrum krijgt een negenkoppig bestuur dat zelf ook zelf onderzoeken gaat instellen. “We willen bijvoorbeeld weten hoeveel arbeidsmigranten er nu in Nederland zijn. Dat weet niemand”, zegt Van Gool. “Ook willen we weten hoeveel arbeidsmigranten er in de toekomst nodig zijn.”

Objectief
Politici, bedrijven, journalisten maar ook burgers kunnen bij het centrum informatie krijgen over vraagstukken rond arbeidsmigranten. De vraag is echter hoe objectief het centrum daadwerkelijk is, aangezien het is opgericht door het bedrijfsleven. “Daarom hebben we niet alleen werkgevers maar ook werknemers en wetenschappers in het bestuur zitten”, verklaart Van Gool.

Bron: 1Limburg.nl (7 januari 2020).

 

 

 

Arbeidsmigratie draagt bij aan de verelendung die de onderkant van de arbeidsmarkt in de greep heeft gekregen

Arbeidsmigratie is in beginsel geen probleem, maar waarom wordt het steeds maar niet beter geregeld?

Het moet, althans voor Nederland, een van de meest ondoordachte politieke besluiten van deze eeuw zijn geweest: toen de grenzen van de nieuwe Oost-Europese EU-landen stapsgewijs opengingen voor het vrije verkeer van arbeid, werd verwacht dat er op termijn zo’n 40 duizend arbeidsmigranten hier naartoe zouden komen. Al enkele jaren later, in 2011, stelde een parlementaire onderzoekscommissie bedremmeld vast dat het er inmiddels 200 duizend waren. Weer acht jaar later weten we dat ook dat getal alweer is verdubbeld.
In één opzicht zijn de open grenzen een doorslaand succes: ontelbare Nederlandse bedrijven en instellingen hadden allang de deuren moeten sluiten zonder de hulp van al die Oost-Europese werkkracht. En ontelbare particulieren profiteerden doordat de arbeid aan, in en om het huis betaalbaar bleef. In een vergrijzend land met een krimpende beroepsbevolking is arbeidsmigratie in beginsel geen probleem maar een oplossing.

Onmacht
Wél een probleem is de bestuurlijke onmacht om het in betere banen te leiden. Ondanks het af en toe oplaaiende debat lukt het maar niet om te voorkomen dat te veel nieuwe gastarbeiders worden weggestopt in erbarmelijke woningen, in handen vallen van malafide uitzendbureaus en worden uitgebuit door werkgevers die hen geen enkele zekerheid of vrijheid bieden. Van tegenkracht is geen sprake. Wie protesteert, zet z’n werk of z’n huis op het spel. Daarmee draagt de arbeidsmigratie in belangrijke mate bij aan de verelendung die de onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt in de greep heeft gekregen.

Niettemin is het probleem sinds het aantreden van het huidige kabinet te ver weggezakt op de politieke agenda. Alleen al daarom is het interessant om te zien hoe de SP en de ChristenUnie elkaar nu vinden in een reeks voorstellen om de spelregels te veranderen. Die zijn in de praktijk niet allemaal makkelijk en snel uitvoerbaar – voordat de EU weer instemt met een werkvergunningsplicht moet er nog heel wat gebeuren – maar voor een deel wel. Het inperken van de perverse fiscale voordelen, waarvan werkgevers nu nog profiteren bij het inhuren van laagbetaald personeel, zou een uitstekend begin zijn.

Bron: Volkskrant (16 december 2019).

Bevolking groeit naar ruim 17,4 miljoen inwoners

De Nederlandse bevolking groeide in 2019 met naar schatting 132 duizend personen tot ruim 17,4 miljoen inwoners. De bevolking nam meer toe dan in de afgelopen drie jaar. In 2019 kwamen er 31 duizend inwoners meer bij dan een jaar eerder. Er vestigden zich vooral meer mensen uit het buitenland. Dat blijkt uit de nieuwste raming van het CBS.

Hoewel nog niet alle gegevens voor 2019 verwerkt zijn, verwacht het CBS dat 272 duizend mensen zich in 2019 in Nederland vestigden. Dat zijn er 28 duizend meer dan in 2018. Het aantal mensen dat vertrok blijft vrijwel hetzelfde als vorig jaar: 158 duizend. Dat betekent dat de bevolking door buitenlandse migratie in 2019 met per saldo 114 duizend personen groeide. Ook werden er 18 duizend meer kinderen geboren dan dat er mensen overleden. De natuurlijke aanwas kwam daarmee 3 duizend hoger uit dan in 2018.

Helft immigranten komt uit Europa
Van alle mensen uit het buitenland die zich in 2019 in Nederland vestigden kwam bijna de helft uit Europa, van wie 85 procent uit een EU-land. 18 procent van de immigranten kwam uit Azië, met India en China als grootste groepen. Het aantal asielmigranten in 2019 komt naar schatting uit op 16 duizend, bijna 6 procent van de totale immigratie.
Per saldo kwamen er in 2019 uit alle werelddelen meer mensen naar Nederland dan in 2018. Dat geldt ook voor mensen die in Nederland geboren zijn. Er kwamen 34 duizend van hen terug naar Nederland, terwijl er 3 duizend minder uit ons land vertrokken, namelijk 39 duizend.

Relatief snelle bevolkingsgroei
De huidige bevolkingsgroei is de grootste sinds het begin van deze eeuw. De laatste keer dat de bevolking in een vergelijkbaar tempo groeide was in 1975, ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname. In 1975 was ongeveer de helft van de groei afkomstig van buitenlandse migratie, in 2019 was dat meer dan 85 procent. Het migratiesaldo is sinds 2015 op recordhoogte, terwijl het geboorteoverschot sindsdien op het laagste niveau is sinds de eeuwwisseling.

 

Zonder hen staat de motor stil: arbeidsmigranten zijn onmisbaar voor Limburgse economie

Ooit kwamen ze alleen in het seizoen: Oost-Europese arbeidsmigranten. Als aspergesteker. Inmiddels zijn ze in vergrijzend Limburg ook in de maakindustrie en logistiek onmisbaar. Ze houden de boel draaiende. Daarbij nemen ze povere behuizing, karig loon én uitbuiting op de koop toe. Gemeenten, de vakbond én de nationaal rapporteur mensenhandel maken zich zorgen.

Ooit kwamen ze alleen in het seizoen: Oost-Europese arbeidsmigranten. Als aspergesteker. Inmiddels zijn ze in vergrijzend Limburg ook in de maakindustrie en logistiek onmisbaar. Ze houden de boel draaiende. Daarbij nemen ze povere behuizing, karig loon én uitbuiting op de koop toe. Gemeenten, de vakbond én de nationaal rapporteur mensenhandel maken zich zorgen.
„Slaven zijn we voor hem, want zo worden we behandeld. Er moet, vooral in het seizoen, elke dag uren worden overgewerkt. Daar krijgen de uitzendkrachten niets extra’s voor. Soms zelfs krijgen ze helemaal geen salaris. Omdat ‘de boekhouder het te druk had’ of een andere smoes. Er hangt een lijst in de kast met daarop de namen van wie het best presteren. Als je te lang onderaan staat, weet je hoe laat het is. Mensen worden tegen elkaar opgezet.”
Pjotr Smolarek* werkt al jaren bij het tuindersbedrijf in de regio Venlo waar de baas zo met mensen omgaat. Het is verstandiger geen naam te noemen, overweegt hij. Niet voor zichzelf, maar voor hen namens wie hij dit verhaal doet, hopend dat er via de krant iets zal verbeteren.

 

Klik hier voor het hele artikel van Dagblad De Limburger, of lees hieronder verder.

 

„Klagen over hun uitbuiting durven de uitzendkrachten niet”, weet Pjotr. „Ze komen uit Roemenië, Polen en Bulgarije. Ze zitten in een afhankelijkheidspositie. Zijn bang hun werk en daarmee ook hun onderdak te verliezen. Ze zijn vreemden in dit land, kennen niemand. Ze spreken de taal niet, weten nauwelijks wat hun rechten zijn en doorzien evenmin de talloze ‘trucs’ in hun arbeidscontract.”

Portocabins
De migranten die werken bij de Venlose tuinder wonen onder meer op het terrein van Work and Stay, bij camping Breebronne in Maasbree. Langs slingerende grindpaden staan tientallen chalets, in wisselende kleur. Midden op het terrein staat een blok van twee bouwlagen met portocabins. De kamers zijn zo’n drie bij vijf meter. In de meeste staan twee, in sommige vier bedden. Twee kasten, een tafel met wat stoelen, een bank, een keukenblok én een televisie. Ja, het is sober, maar alle node voorzieningen zijn er.

Een enkele bewoner heeft het gezellig gemaakt, kerstversiering opgehangen. De meesten echter leven hier vanuit hun koffer, die onder het bed is geschoven. Soms al een jaar. Buiten staan busjes van Jupiter en Interkosmos, de uitzendbureaus die hun personeel hier onderbrengen. De busjes zijn de enige manier om er zonder eigen auto te komen. De camping, bij de kassen van tuinbouwgebied Siberië, ligt ver in het buitengebied.
De bewoners betalen tot 90 euro per week per persoon voor een bed. Voor sommigen is dat een kwart van hun salaris. En soms dus delen ze de kamer met drie anderen. Aan de muur hangen de huisregels, waarin wordt gesproken over goed beheer van de cottage. Wie nalatig is, riskeert een rekening. En: bezoek is hier niet gewenst.

Prime Champ
Eind 2016 werd de directeur van het, inmiddels failliete, bedrijf Prime Champ in Horst veroordeeld voor uitbuiting van zes Poolse champignonplukkers. De rechter legde hem twee jaar cel op. Mensenhandel was de aanklacht. Hij had onder meer een Polenklokje laten installeren, waardoor plukkers ongemerkt langer moesten werken.
Wie denkt dat deze veroordeling een waarschuwing was voor werkgevers, vergist zich. „Het is sindsdien alleen maar erger geworden”, zo stelt Mariola Michno. De Poolse is consulente bij vak- bond FNV en zet zich sinds enkele jaren in voor betere leef- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten in Limburg. Vooral in de agrosector. Ze kent de ‘groeiende creativiteit’ van werkgevers en malafide uitzendbureaus om hun loonkosten te verlagen en winst te maximaliseren.
„De eerste truc is mensen in je ‘web’ te vangen. Ze lokken met mooie beloftes. Niet voor niets worden migranten aangemoedigd met openbaar vervoer te komen. Tot ze hun logeeradres zien. Een matras vol plasvlekken en schimmel. Opgehokt in een bouwval of gammele caravan. Zo wil niemand wonen. Met de auto stap je dan weer in en rijd je terug. Maar als je twee dagen vanuit Moldavië in de bus hebt gezeten, denk je: laat ik het maar proberen. Want: waar blijf ik anders en hoe betaal ik de terugreis? Veel mensen krijgen immers pas na een maand voor het eerst salaris. Voor je het weet, kom je er niet meer uit.”
Michno weet ook hoe het verdergaat. „Vooral in de agrosector krijgen mensen vaak een flexibel nulurencontract. Dat geeft het bedrijf of uitzendbureau ruimte om te zeggen: ‘Deze week is er voor vier dagen werk en volgende week maar voor zes uur.’ Soms blijkt dan aan het eind van de maand dat ze na aftrek van alle ‘vaste kosten’ – de kamer, het busje naar het werk én de ziektekostenpremie – te weinig uren hebben gemaakt. Zo bouwen ze zelfs een schuld op.”
Ongeveer de helft van de tienduizenden arbeidsmigranten in Limburg is in dienst van bedrijven zelf, de andere helft werkt via uitzendbureaus. Vooral die laatste zijn in de ogen van de FNV de boosdoeners. Vele zijn er niet gecertificeerd en ook als ze dat wel zijn, wordt ermee gegoocheld, aldus Michno. „Uitzenders tuigen een hele boom van bv’s op. Eén ervan heeft maar een certificaat of keurmerk, de rest niet. Die bv’s zijn ook handig om personeel op en neer te schuiven, zodat je ze langer geen vast contract hoeft te geven.”

Brandwonden
Er komen foto’s op tafel van mensen met brandwonden. Zweren en blaren op hun armen, benen en rug. Door onbeschermd werken met bestrijdingsmiddelen. „In plaats van deze mensen naar de huisarts of het ziekenhuis te sturen, worden ze op een andere afdeling geplaatst. Tot de wonden zijn genezen, of hun contract is afgelopen en niet wordt verlengd”, vertelt FNV-bestuurder Patrick Meerts over dit agrarisch bedrijf in Limburg.

De arbeidsinspectie is er inmiddels mee aan de slag en heeft eerste maatregelen getroffen. Welke wil ze niet zeggen. Verdere vragen worden niet beantwoord, want „het onderzoek loopt nog”. De inspectie SZW deed in 2018 landelijk onderzoek naar 138 zaken van arbeidsuitbuiting. Regionale cijfers zegt men niet te kunnen geven.
Bij Michno blijft het gevoel van onmacht knagen. „Wij kunnen alleen iets doen als mensen het zelf melden. Maar als je baas roept: ‘Waag het niet lid te worden van de bond’? Soms durven mensen tóch en nemen ze mij in vertrouwen, als landgenoot. Ik voel me moreel verplicht om te helpen.”
Haar verhalen zijn schrijnend. Plukkers die uren op het veld in de felle zon staan, maar niets te drinken krijgen: „Dat moeten ze zelf meenemen.” Een vrouw die klaagt over haar woonsituatie en brutaal op straat wordt gegooid. „Ze vertelde hoe ze die nacht in het plantsoen had geslapen.”
Om de ‘boel in toom te houden’ en als een extra verdienste dreigen bedrijven, uitzendbureaus én campings hun arbeidsmigranten nogal eens met boetes, zo vervolgt de FNV-consulente. Ze heeft diverse kaderleden uitgenodigd die het systeem van geldstraf kennen uit de eigen omgeving. Pjotr Smolarek*, die tien jaar geleden uit Polen naar Limburg kwam, is een van hen.
„Als je ziek wordt, moet je dat een half uur voor het begin van de werkdag hebben gemeld, anders kost dat 30 euro. Wie een week ziek is, moet dat elke dag herhalen. Op straffe van 30 euro. Moet je naar de huisarts en wil je dat iemand meegaat die de taal spreekt? Dat kan, maar kost 30 euro. Op openbare dronkenschap staat 50 euro boete.”

Doucheputje
En het gaat nog verder. „Soms wordt bij mensen die woonruimte huren van een uitzendbureau – terwijl ze aan het werk zijn – het ‘huis’ geïnspecteerd. Als er haren in het doucheputje liggen of als het fornuis niet is schoongemaakt, volgt een boete. Het gebeurt zelfs dat iemand al terug is in Polen en nog een naheffing krijgt, omdat weken eerder niet goed zou zijn opgeruimd. Bewijs dan maar eens dat het niét zo is.”
En als de vernedering je langzaam te veel wordt en je wilt eerder naar huis dan je met het uitzendbureau had afgesproken? Ook dat heeft zijn prijs: 600 euro, weten de FNV’ers. De boetes worden vaak verrekend met het salaris, hoewel dat niet mag. Op de loonstrook staat dat eufemistisch als ‘overige onkosten en inhoudingen’.
„Waarom komen deze mensen niet in opstand? Waarom laten wij, als maatschappij, dit allemaal gebeuren?”, vraagt Michno zich hardop af. „Vaak denken de slachtoffers: het is maar voor een paar maanden, dat red ik wel. Ik verdien goed en dan ga ik terug. Het is kortzichtige hebzucht. Ook schaamte speelt een rol. Niemand vindt het fijn thuis toe te geven dat hij is uitgebuit. Je komt liever trots terug dan uitgeblust. Ze zwijgen, dus overkomt de volgende na hen hetzelfde.”
„Je ziet, nu het in Polen economisch beter gaat, een verschuiving verder oostwaarts. De Polen accepteren minder, worden ‘lastig’. In Bulgarije, Roemenië, Litouwen en Oekraïne ligt het salaris een stuk lager, die mensen accepteren meer qua slechte woon- en werkomstandigheden. Bedrijven kijken steeds naar de zwaksten, de prooi die het makkelijkst te manipuleren is.”
De bond roept arbeidsmigranten op zelfbewuster te zijn, minder onderdanig. Solidair met elkaar. „Want zonder jullie staat de motor in veel bedrijven stil. Heb moed, blijf niet in je caravan hopen op een wonder: want dat komt niet vanzelf.”
Recent werd het ook de Poolse ambassadeur in ons land te gortig hoe zijn landgenoten hier worden behandeld. „Ze zijn pure handel. Het is niet aan mij om Nederland te zeggen hoe het zijn economie moet organiseren, maar een fatsoenlijke behandeling van arbeidsmigranten, fatsoensnormen in het arbeidscontract, dat moet je kunnen eisen.” De Spaanse ambassadeur viel hem bij. Hij kreeg in één jaar 478 klachten van landgenoten over hoe ze zijn behandeld.
Ook het kabinet is bezorgd. Deze zomer ging er een ferme brief richting de Tweede Kamer. ‘Uitbuiting van arbeidsmigranten door frauderende werkgevers en malafide uitzendbureaus, het ontwijken of ontduiken van regels, slechte woon- en werkomstandigheden: dit soort misstanden zijn niet acceptabel en schadelijk voor onze reputatie als beschaafd werkland.’
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Herman Bolhaar, is kritisch over de aanpak van arbeidsuitbuiting. Jaarlijks worden maar zo’n 23 zaken voor de rechter gebracht en veroordeling volgt slechts in de helft van de gevallen, schreef hij eerder in de Dadermonitor mensenhandel 2013-2017. Dat moet beter, zo maant Bolhaar. „Want misbruik maken van mensen die onze taal niet spreken en hun rechten niet kennen, dat mag niet lonen.”
Uitbuiting van arbeidsmigranten. Nee, nieuw is het niet, maar het blijft confronterend. Dit is de schaduwkant van onze welvarende samenleving. Van onze wens dat paprika’s niet te duur mogen worden. Van een 24-uurseconomie, waarin je om elf uur ’s avonds online nog iets bestelt en gewend bent dat het de ochtend erop wordt bezorgd.
„Het is nogal wat. Je laat je familie achter om hier geld voor ze te verdienen. Je ziet de kinderen niet opgroeien, mist de mooiste jaren. Intussen word je uitgebuit en door sommige politici verketterd. Zij stellen zelfs een ‘Polen-meldpunt’ in.”
Het aantal mensen dat er aan onderdoor gaat groeit, weet Michno. „Na jaren als ‘slaaf’ gewerkt te hebben, zijn ze opgebrand: burn-out. Nederland zou solidair moeten zijn met de arbeidsmigranten. Je ziet hoe normen veranderen, sociale standaarden afkalven. Iedereen moet flexibel zijn en heeft dus nooit zekerheid. De werkdruk groeit, net als de druk op de lonen. We moeten samen deze race to the bottom zien te stoppen.”

 

Ministeries komen met integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten

Het kabinet werkt aan een integrale aanpak waarbij misstanden bij EU-arbeidsmigranten worden aangepakt en tegelijkertijd werk- en woonomstandigheden worden verbeterd. In een brief aan de Tweede Kamer beschrijven de ministers Koolmees, Knops en Van Veldhoven en de staatssecretarissen Van Ark en Keijzer waar deze integrale aanpak uit bestaat.

In de aanpak werkt het kabinet samen met provincies, gemeenten, sociale partners, internationale partners, niet-gouvernementele organisaties en andere private partijen. De focus ligt op zes onderwerpen: voorlichting, registratie, huisvesting, de afhankelijkheidsrelatie van werkgevers, de aanpak van malafide uitzendbureaus en melding van misstanden.
In deze integrale aanpak ingezet op aanvullende eisen voor Nederlandse en buitenlandse uitzendbureaus en zal de waarborgsom voor uitzendbureaus nader worden bekeken. Daarnaast worden er acties in gang gezet die ervoor zorgen dat de voorlichting, registratie en huisvesting van arbeidsmigranten worden verbeterd.
De integrale aanpak die in deze brief beschreven is, kan niet uitgevoerd worden zonder dat alle betrokken partijen op een gestructureerde manier met elkaar gaan samenwerken. Dat betekent dat overheden op nationaal en decentraal niveau beter met elkaar moeten samenwerken en daarbij de sociale partners, ngo’s en andere organisaties betrekken. Alleen met een gezamenlijke visie en gezamenlijke acties kunnen problemen op tijd gesignaleerd en aangepakt worden. Alle partijen moeten hun rol pakken. Regionale samenwerking door publieke en private partijen is daarbij essentieel.

Klik hier om de volledige kamerbrief te downloaden.