Bevolkingsgroei grotere steden stokt door lage immigratie

In 2020 is de bevolking van de tien grootste gemeenten veel minder gegroeid dan een jaar eerder. Dat komt vooral door de lagere immigratie. Net als in 2019 groeiden enkele kleinere gemeenten aan de rand van grote steden in 2020 het hardst, maar er was ook sterke groei in sommige kleinere gemeenten buiten de Randstad. In 65 van de 355 gemeenten kromp de bevolking. Dat meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers tot 1 december 2020.

Dit artikel verscheen eerder via het CBS.
Lees hier het volledige artikel via de website van het CBS of lees hieronder verder.

Veel van de grootste steden groeiden in de afgelopen jaren vooral door buitenlandse migratie. Doordat het aantal immigranten sinds de wereldwijde coronamaatregelen sterk afnam, zakte de bevolkingsgroei vooral in deze steden in. Er kwamen niet alleen minder arbeidsmigranten maar ook minder internationale studenten. In Almere, dat vooral groeit door natuurlijke aanwas (geboorten minus sterfte) en binnenlandse verhuizingen, bleef de bevolkingsgroei meer op peil. In absolute zin kreeg Almere er van alle Nederlandse gemeenten in 2020 de meeste inwoners bij.

In de tien grootste gemeenten van Nederland viel de bevolkingsgroei in 2020 lager uit dan in 2019. Behalve in Almere zakte de bevolkingsgroei in die gemeenten verder in dan gemiddeld in Nederland. Het aantal inwoners van Amsterdam is in 2020 met 0,6 per duizend nauwelijks gegroeid, in 2019 nam het inwonertal nog toe met ruim 12 per duizend inwoners. Ook in Rotterdam, Den Haag, Groningen en Tilburg liep de bevolkingsgroei in 2020 sterk terug. In Nijmegen kromp de bevolking, met 1 per duizend inwoners, na een groei van 6 per duizend in 2019. Ook in Maastricht, Leiden en Amstelveen (grote gemeenten buiten de top tien) sloeg bevolkingsgroei in 2019 om in krimp in 2020.

Iets meer krimpgemeenten
Het aantal krimpgemeenten daalde in de afgelopen jaren, maar is weer licht toegenomen van 62 in 2019 naar 65 in 2020. Ook in 2020 liggen de gemeenten waar het aantal inwoners daalde vooral in de noordelijke provincies en in Zuid-Limburg, maar ook in enkele gemeenten in de Randstad was bevolkingskrimp. Dit gold bijvoorbeeld voor IJsselstein, Oudewater en Huizen.

Sterkste bevolkingsgroei in kleinere gemeenten aan de rand van steden
De gemeenten waar het aantal inwoners in 2020 in relatieve zin het sterkst groeide, liggen voornamelijk in de nabijheid van grote steden. Zo groeide Weesp, vlakbij Amsterdam, in 2020 het sterkst met 37 per duizend inwoners. Ook Waddinxveen, Blaricum, Zuidplas en Zoeterwoude groeiden met meer dan 25 per duizend inwoners. Al deze gemeenten liggen in de Randstad en groeiden hoofdzakelijk door binnenlandse verhuizingen. In deze gemeenten zijn nieuwbouwlocaties ontwikkeld waar vooral gezinnen uit de (grote) steden zich vestigen. Ook buiten de Randstad kregen enkele kleinere gemeenten er in 2020 door verhuizingen veel nieuwe inwoners bij. Dit zijn bijvoorbeeld de Zeeuwse gemeenten Noord-Beveland, Tholen, Kapelle en Goes, Scherpenzeel, Barneveld en Ede in de Gelderse Vallei en Ommen, Dalfsen en Borne in Overijssel.

Veel meer gemeenten met meer sterfte dan geboorten
In 219 van de 355 gemeenten (62 procent) was de natuurlijke aanwas in 2020 negatief: er overleden meer mensen dan dat er baby’s werden geboren. Dat zijn er meer dan de 171 gemeenten een jaar eerder. Dat heeft vooral te maken met de oversterfte door corona. Vooral in Noord-Brabant is de sterfte tijdens de eerste coronagolf sterk toegenomen. In deze provincie zijn er daarom in 2020 veel gemeenten bij gekomen waar de sterfte het aantal baby’s overtrof. In de noordelijke provincies, in Limburg, Zeeland, delen van Overijssel en Gelderland en langs de Noordzeekust waren er in eerdere jaren ook al veel gemeenten met meer sterfte dan geboorten. Dat heeft vooral te maken met de leeftijdsopbouw van de bevolking: er wonen relatief veel ouderen en weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd.

Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten wil kennislacunes opvullen

Uit de kring van sociale partners en NGO’s heeft een toonaangevende groep stakeholders, met onder meer Arend van Wijngaarden, Jan Cremers en Sieto de Leeuw, Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten opgericht. Zij streven er naar het kenniscentrum uit te laten groeien tot dé kennisautoriteit op het gebied van arbeidsmigranten. Een belangrijke eerste stap is de oprichting van een Wetenschappelijke Raad bestaande uit vooraanstaande wetenschappers, waaronder Tesseltje de Lange en Bas ter Weel. Op 4 maart organiseert het kenniscentrum een eerste bijeenkomst en presenteert het haar eerste onderzoeksresultaten.

Wetenschappelijke kennis essentieel voor besluitvorming rondom arbeidsmigranten
‘Jammer genoeg domineren negatieve verhalen over arbeidsmigranten het nieuws; ze vertonen ongewenst gedrag, worden onderbetaald, slecht gehuisvest en wat al niet meer. Deze wantoestanden moeten natuurlijk met wortel en tak worden uitgeroeid, omdat hierdoor zowel de nette werknemers als de goedwillende werkgevers beschadigd worden. En gelukkig is de werkelijkheid ook vaak genuanceerder’, aldus waarnemend voorzitter van de stichting, Arend van Wijngaarden. ‘Met het kenniscentrum proberen wij een zo volledig mogelijk wetenschappelijk gevalideerd beeld rondom arbeidsmigranten te schetsen. Met deze kennis voeden wij beleidsmakers, bestuurders en opiniemakers met de verwachting dat zij daardoor beleid kunnen maken dat gestoeld is op feiten en cijfers. Ik ben er enorm trots op dat we zo’n brede kopgroep aan stakeholders hebben weten te verenigen. Zowel vertegenwoordigers vanuit werkgevers, werknemers als uit het kennisdomein hebben zich gecommitteerd’.

Het kenniscentrum richt zich op kennisontwikkeling, -bundeling en -deling
De activiteiten van het kenniscentrum zijn gericht op het systematisch onderzoek van kennishiaten rondom het domein arbeidsmigranten en het vervolgens ontwikkelen, bundelen en verspreiden van nieuwe kennis. De eveneens ingerichte Wetenschappelijke Adviesraad speelt hierin een spilfunctie. Voorzitter van de Raad, UvT-onderzoeker Jan Cremers, verklaart: ‘er zijn veel onderzoekers en universiteiten in Nederland en Europa die zich buigen over de woon-, werk- en leefsituatie van arbeidsmigranten. Met het Kenniscentrum hebben we de unieke gelegenheid hier een integrale aanpak van te maken, alsmede gezamenlijk gericht op zoek te gaan naar kennishiaten en hoe deze te beantwoorden. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan kennis rondom het actuele aantal arbeidsmigranten in Nederland, hun economische en sociaal-maatschappelijke toegevoegde waarde, alsmede de tevredenheid, behoeftes en perspectieven inzake werken en wonen in Nederland voor arbeidsmigranten zelf’. De eerste onderzoeken worden de komende drie maanden uitgevoerd. De resultaten worden tijdens de eerste bijeenkomst op 4 maart gepresenteerd.

Over Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten
Het Kenniscentrum is in oktober 2020 als stichting opgericht en heeft de ambitie uit te groeien tot dé kennisautoriteit rondom arbeidsmigranten. Dit doet het middels kennisontwikkeling, -bundeling en -deling. Daarbij richt het zich zowel op kennismigranten en arbeidsmigranten van binnen en van buiten Europa. De stichting wordt gefinancierd middels donaties en subsidies. De stichting bestaat uit een breed gedragen bestuur bestaande uit Arend van Wijngaarden, Jan Cremers, Sieto de Leeuw, Wim Reedijk, Sjaak van der Tak, Malgorzata Bos-Karczewska, Marcel Nuyten, Eline Willemsen, Karolina Swoboda en Frank van Gool. Gezamenlijk brengen zij jaarlijks een verslag uit van hun activiteiten. Daarnaast heeft het kenniscentrum een wetenschappelijke raad bestaande uit Jan Cremers, Tesseltje de Lange, Bas ter Weel, Helga de Valk en Lisa Berntsen.

Het migratiebeleid is verouderd, zegt de WRR: ‘Nederland is immigratieland’

Het beleid is gericht op klassieke migrantengroepen, schrijft de WRR. „Het beeld dat migratie ophoudt moeten we echt bijstellen.”

Dit artikel verscheen eerder via NRC.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Nederland moet accepteren dat het een migratieland is en daar structureel beleid voor ontwikkelen. Zo kunnen migranten die zich in Nederland vestigen sneller hun weg vinden en onderdeel worden van de Nederlandse samenleving. Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een advies dat maandag wordt gepresenteerd.

Dat betekent niet alleen inzetten op de integratie van asielmigranten die misschien wel hun hele leven in Nederland zullen blijven, maar ook zorgen dat de groeiende groepen studiemigranten en hoog- en laagopgeleide arbeidsmigranten, die tijdelijk in Nederland zijn, aansluiting vinden bij de lokale gemeenschap. Het is belangrijk om meer oog te hebben voor het samenleven in Nederland, dat als gevolg van de veranderende bevolkingssamenstelling onder druk komt te staan.

„Nederland worstelt al decennia met het feit dat het een immigratiesamenleving heeft”, zegt WRR-lid Mark Bovens. „Er is lang gedacht: dit is een tijdelijk fenomeen dat te maken heeft met de dekolonisatie van de Nederlandse Antillen en Suriname. De arbeidsmigratie in de jaren zeventig en tachtig en de komst van wat groepen asielzoekers werd ook als tijdelijk gezien. Maar het beeld dat migratie zou ophouden moeten we echt bijstellen. Het is een permanent onderdeel van onze samenleving geworden.”

Dat blijkt ook uit de cijfers: sinds 2010 kwamen jaarlijks zo’n 150 duizend migranten naar Nederland, sinds 2015 groeide dat tot jaarlijks zo’n 200 duizend, ook in coronajaar 2020. Dat is, ter vergelijking, jaarlijks een groep mensen ter grootte van de stad Eindhoven. Die mensen blijven overigens lang niet allemaal in Nederland, al nam ook dat aantal toe: tussen 2010 en 2015 bleven er uiteindelijk jaarlijks gemiddeld ruim 26 duizend mensen, vanaf 2015 groeide dat tot 81 duizend.

Ontvangstcentra à la Canada
In het advies Samenleven in verscheidenheid wijzen de onderzoekers erop dat de samenstelling en de verblijfsduur van de groep migranten in Nederland is veranderd, maar dat dat niet heeft geleid tot nieuw beleid. Volgens de WRR moet dat er wel komen. Er zou naast integratie meer aandacht moeten zijn voor samenleven, en gemeenten zouden veel meer ruimte moeten krijgen om zelfstandig beleid te voeren dat past bij de lokale omstandigheden.

De WRR adviseert om de ontvangst en inburgering van alle migranten te verbeteren, bijvoorbeeld door het opzetten van ‘ontvangstcentra’, zoals ze in Canada of Denemarken hebben. Daar kunnen nieuwkomers op één plek terecht met vragen over huisvesting, scholing, taal, verenigingsleven of zorg. Op buurtniveau zijn daarnaast goede voorzieningen nodig, zoals bibliotheken en sportvelden. En de overheid moet meer doen om nieuwkomers aan het werk te krijgen. Bij de beslissing over het aantal migranten dat zich ergens vestigt, moet volgens de WRR meer worden gekeken naar het lokale draagvlak.

Nu is het migratie- en integratiebeleid nog „te ad hoc” en te veel gericht op klassieke migrantengroepen uit de voormalige Nederlandse koloniën en op gastarbeiders uit Turkije en Marokko, schrijft de raad. Maar die groepen worden al jaren kleiner, ze staan zelfs niet meer in de toptien van herkomstlanden, terwijl het aantal migranten uit landen als Polen, Syrië, China en India toeneemt. Ook zijn steeds meer migranten slechts tijdelijk in Nederland. „Het oude beeld was dat migranten misschien niet naar Nederland kwamen met het voornemen om te blijven, maar dat het toch gebeurde. Van de moderne migranten is de helft na vijf jaar weer vertrokken. Na tien jaar is zelfs meer dan 60 procent weg” , zegt Bovens.

Lees hier het volledige artikel via NRC.  

Kabinet steunt aanbevelingen aanjaagteam Roemer

Het kabinet steunt de aanbevelingen in het tweede rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer. De coronacrisis heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt dat er nog steeds te veel misstanden voorkomen onder arbeidsmigranten. Maar het advies maakt ook duidelijk dat de problemen niet in een dag zijn opgelost. Het kabinet gaat direct aan de slag met verbeteringen op het gebied van medische zorg en registratie van arbeidsmigranten. Ook zal het kabinet voor ingrijpender maatregelen voorbereidingen treffen, zodat een volgend kabinet daarmee direct aan de slag kan. Dat schrijft minister Wouter Koolmees vandaag aan de Tweede Kamer.

Dit artikel verscheen eerder via Rijksoverheid.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Arbeidsmigranten moeten worden behandeld als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving. Dat is de kern van het rapport van het aanjaagteam. Het kabinet steunt deze boodschap. Op korte termijn worden daarom een aantal stappen genomen. Zo wordt begin volgend jaar gestart met het registreren van contactgegevens van arbeidsmigranten. Op die manier zijn arbeidsmigranten beter in beeld. Ook verbetert het kabinet de medische positie van arbeidsmigranten: door de kosten van noodzakelijke zorg te betalen als een arbeidsmigrant dertig dagen daarvoor nog verzekerd was. Die regeling zorgt ervoor dat arbeidsmigranten die hun werk zijn kwijt geraakt, en daarmee hun zorgverzekering, gebruik kunnen blijven maken van medisch noodzakelijke zorg. Eind vorige maand is ook de site WorkinNl.nl online gegaan, een aanbeveling uit het eerste rapport. Op deze site kunnen arbeidsmigranten in hun eigen taal informatie vinden over werken, wonen, vervoer en zorg in Nederland.

Uitzendbureaus
Maar de naderende verkiezingen zorgen er ook voor dat het kabinet niet alle aanbevelingen nu kan uitvoeren. Het kabinet treft wel alle voorbereidingen zodat een volgend kabinet direct aan de slag kan. Een van die aanbevelingen is het certificeren van uitzendbureaus. Malafide uitzendbureaus benadelen arbeidsmigranten en zorgen voor oneerlijke concurrentie. Het kabinet werkt het uitwerken van de verplichte certificering, inclusief de daarmee samenhangende kwaliteitseisen uit, maar een besluit is aan het volgende kabinet.

Registatie en Woonsituatie
Het kabinet wil, in lijn met het rapport, ook beter zicht krijgen op arbeidsmigranten in Nederland. Daarom wordt ook gestart met de voorbereidingen van wijziging van de wet Basis Registratie Personen (BRP) voor de registratie van tijdelijke verblijfsadressen. Zoals recente schrijnende voorbeelden hebben laten zien, laat de woonsituatie van arbeidsmigranten vaak te wensen over. De schaarste op de woningmarkt speelt ook hier een grote rol. Het organiseren van goede kwalitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten is een taak van veel partijen. Het is aan onder andere gemeenten, provincies, woningcorporaties, werkgevers/huisvesters en Rijksoverheid om voor meer woningen te zorgen. In 2020 en 2021 trekt het kabinet in totaal 100 miljoen euro uit voor de huisvesting van kwetsbare groepen, waaronder arbeidsmigranten. Het kabinet zet in op regionale afspraken en een expertteam rondom huisvesting. Deze afspraken zullen worden gekoppeld aan bredere afspraken voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Inspectie
Misstanden met arbeidsmigranten, laten zien dat handhaving van groot belang is. Het aanjaagteam doet een aanbeveling om de Inspectie nog verder uit te breiden. Het huidige kabinet investeert al sterk in de Inspectie, met vijftig miljoen euro extra in deze kabinetsperiode. Een extra investering en uitbreiding van de Inspectie heeft grote financiële en organisatorische gevolgen, is daarom aan een nieuw kabinet. Als laatste neemt het kabinet de aanbeveling over om arbeidsmigranten meer te betrekken bij ontwikkeling van beleid en jaarlijks te rapporteren aan de TK over werk en huisvesting van arbeidsmigranten.
Het kabinet heeft het Aanjaagteam in mei gevraagd om voorstellen te doen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten structureel te verbeteren. Doel van dit tweede advies is om misstanden in de werk- en leefsituatie van arbeidsmigranten tegen te gaan en de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever te verkleinen.

Keurmerk voor huisvesting arbeidsmigranten werkt niet

Het keurmerk SNF dat arbeidsmigranten moet beschermen tegen onleefbare woonruimtes, zegt in de praktijk heel weinig over de kwaliteit van de huisvesting.

Dit opinie-artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (SNF) moet arbeidsmigranten beschermen tegen malafide woningverhuurders. Maar dat keurmerk zegt weinig tot niets over de kwaliteit van de huisvesting, blijkt uit een rondgang van Trouw langs vijftig gemeenten. Zij kennen het keurmerk nauwelijks of vinden dat het er niet in slaagt om een goede kwaliteit van de woning te waarborgen.

Sterker nog, de gemeenten zeggen dat malafide bedrijven het keurmerk gebruiken om zich achter te verschuilen. Slechts vijf gemeenten zijn tevreden over het keurmerk. Het is dit keurmerk dat een centrale rol speelt in een advies van een ambtenarenteam onder leiding van oud-SP-voorman Emile Roemer over de situatie van arbeidsmigranten in Nederland.
Uitzendbureaus kunnen het keurmerk behalen als ze aan een aantal minimale eisen voldoen, zoals een toilet per acht migranten. Ook moet iedere bewoner minstens tien vierkante meter leefruimte hebben, met daarin een kledingkast, een bed en een stoel. Met het certificaat, dat sinds 2013 bestaat, willen het ministerie van binnenlandse zaken, de brancheorganisatie van de uitzendbureaus en vakbond FNV voorkomen dat migranten belanden in vieze, krappe woningen.

Onder de radar blijven
Onder de 674 uitzendbureaus met een SNF-keurmerk zitten veel grote jongens, die ook aangesloten zijn bij brancheorganisaties ABU of NBBU. Die stellen het SNF-keurmerk verplicht. Maar volgens de gemeenten profiteren juist kwaadwillende bedrijven van een huisvestingskeurmerk als het SNF. “Welwillende bedrijven zitten qua standaarden meestal zelf al boven het keurmerk, omdat ze dat graag willen voor hun uitzendkrachten”, vertelt Wiebo Kersten, inspecteur van de gemeente Tiel. “Maar bedrijven met slechte huisvesting voldoen vaak nét aan de voorwaarden van het SNF, om zo onder de radar te blijven werken.”
Als inspecteur bezocht Kersten ruim 300 woningen. Daar zag hij dat het SNF-keurmerk “juist een manier is om aan lastige controles te ontkomen”. Want: juridisch klopt het allemaal net, benadrukt hij. “Maar de woningen die wij aantreffen zijn vaak amper leefbaar te noemen.” Wie eenmaal het keurmerk in handen heeft, verliest dat niet snel: uit het SNF-jaarverslag van 2019 blijkt dat van de 674 gecertificeerde bedrijven, slechts twee dat jaar het keurmerk verloren.

Een uitzendbureau hoort 48 uur van tevoren welke panden de inspecteurs gaan bezoeken, legt Peter Heukelom, oud-huisvestingsmanager van uitzendbureau MarthoFlex uit. “Dan fiets je er even langs om de bezem er doorheen te halen”, knikt hij. “Voor aanvang van een SNF-controle repareerde mijn huisvester meestal het minimale, om door de controles te komen”, verzucht de 23-jarige Czarek Krzemiński uit Polen. “Na zo’n controle gebeurde er weer een jaar niets. Totdat de volgende periodieke controle in zicht kwam.”

Gewoon een appje sturen
Een misstand bij een SNF-gecertificeerde woning leidt niet altijd tot een tweede bezoek. “Als er iets aan de hand is, kun je dat vaak gewoon afdoen met een appje”, vertelt een oud-medewerker van uitzendbureau Marthoflex in Dronten. Volgens de norm van de SNF mag er inderdaad schriftelijk worden gereageerd, bevestigt SNF-secretaris Jolet Woordes. “Als dat tenminste goed via foto’s, facturen of film is te controleren.” Ook bij een grote overtreding mag het schriftelijk worden afgedaan.
Een uitzendbureau met een keurmerk mag maximaal 25 procent van het loon van een migrant aftrekken voor de huisvesting. Zo kan het salaris van een migrant uitkomen onder het minimumloon. Het SNF-keurmerk zegt ook niets over wat een woning redelijkerwijs mag kosten. Recent sloot het Friends Hotel in Waalwijk, een SNF-gecertificeerd pand, zijn deuren na campagnes van FNV. Arbeidsmigranten betaalden er ruim 400 per maand voor een gedeelde kamer, met een douchegordijn als afscheiding.

Volgens Leo Lucassen is er geen rationele grond voor de angst voor migratie

Politieke partijen zien migratie als probleem. Maar daar is eigenlijk geen reden voor, betoogt Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. 

Dit opinie-artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Afgaand op de programma’s voor de komende verkiezingen blijkt ‘grip’ het nieuwe toverwoord bij het thema migratie. Hoewel de buitengrenzen van de Europese Unie hermetisch worden afgesloten en de aantallen asielzoekers sinds 2015 gestaag dalen naar het niveau van voor de ‘vluchtelingencrisis’ is met name de VVD, bij monde van woordvoerder Bente Becker, al maanden bezig de kiezers voor te houden dat Europa, en Nederland in het bijzonder, wordt bedreigd door massa-immigratie uit Afrika en Azië.

Zo steunde die partij, samen met het CDA en SGP, onlangs een motie van Baudet die het kabinet oproept om ngo’s die mensen redden in de Middellandse Zee te criminaliseren. Hun activiteiten zouden namelijk een aanzuigende werking hebben op migranten die vanuit Libië en Tunesië de oversteek naar Europa wagen. Dat wetenschappelijk onderzoek het idee van een ‘pendeldienst’ herhaaldelijk naar de prullenbak heeft verwezen en het aantal asielzoekers uit Afrika al decennia bijzonder laag is, doet er niet toe. Het klinkt stoer en geeft menig kiezer het idee dat er wordt doorgepakt.
Dat geldt ook voor het integratiebeleid voor degenen die bij gratie Gods mogen blijven. Zo staat de ‘Migratie en integratie’-paragraaf van de liberalen vrijwel volledig in het teken van de bedreiging die asielzoekers zouden vormen voor ‘onze’ cultuur en levenswijze. Hoewel onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en vele anderen keer op keer laat zien dat de meeste vluchtelingen – juist gevlucht voor dictaturen en geweld – die rechtsstaat en de eraan verbonden waarden juist bijzonder op prijs stellen.

Onmaatschappelijken
In plaats van statushouders zo snel mogelijk als volwaardige burger op te nemen, stelt de VVD voor hen onder een bevoogdend en bestraffend regime te plaatsen en pas als burger te erkennen als ze bewezen hebben dat ze zich ‘onze waarden’ eigen hebben gemaakt.
Dus statushouders niet ‘zomaar’ een woning bieden, maar vasthouden op ‘speciale integratielocaties’ alwaar ze een ‘intensief inburgeringstraject’ moeten doorlopen. Een vrijheidsbenemend beleid dat nog het meest doet denken aan heropvoedingskampen van ‘asocialen’ of ‘onmaatschappelijken’ voor en na de Tweede Wereldoorlog.
Daarmee zijn de liberalen een behoorlijk eind in de richting van radicaal-rechts opgeschoven, terwijl de kloof met de linkse partijen juist een stuk groter is geworden. Want hoewel ook die laatste migratiecontrole (‘grip’) hoog in het vaandel voeren, verschillen de toon en context aanzienlijk. Zo pleiten GroenLinks en D66 voor legale mogelijkheden voor Afrikaanse arbeidsmigranten om in Europa te werken.

Een opener visie
Dat laatste gebeurt nu ook al, denk aan de tomatenteelt in Zuid-Italië, maar dan legaal en zonder uitbuiting en rechteloosheid. Daar mogen veel haken en ogen aan zitten, maar dit streven getuigt van een opener visie die migratie niet louter als een probleem, maar ook als een oplossing ziet. De PvdA laat zich niet uit over laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU, maar benadrukt wel het belang van een humane en ruimhartige behandeling van asielzoekers, ingebed in een bredere visie op internationale solidariteit. Bovendien gaat het programma van de sociaaldemocraten uitgebreid in op de bestrijding van uitbuiting van Oost-Europese arbeidsmigranten.
Zo ook de SP, maar zij interpreteren die solidariteit net wat anders. De socialisten willen het vrije verkeer van personen namelijk aan banden leggen en opnieuw een stelsel van werkvergunningen invoeren. Merkwaardig voor een partij die haar pijlen doorgaans op kapitaal en niet op arbeid richt, maar dat terzijde.
Bij de christelijke partijen valt verder op dat zij, net als de VVD, asielmigratie in tamelijk zorgelijke en alarmistische termen afschilderen. Volgens hen is het integratiebeleid te vrijblijvend en omdat veel van deze nieuwkomers cultureel te ver van ons af zouden staan (lees: moslims), kunnen ze alleen door een verplichtend integratietraject echte burgers worden.

Drie gezichten
Waar het migratie betreft kent het politieke landschap dus drie gezichten. Aan de ene kant de VVD, PVV en FvD, die het liefst geen enkele asielzoeker deze kant op zien komen, terwijl aan de andere kant de meeste linkse partijen ook de positieve kanten van migratie onderstrepen en voor een ruimhartig vluchtelingenbeleid pleiten. Daar tussenin zitten het CDA en de ChristenUnie, die worstelen met de vraag hoe de christelijke naastenliefde te verenigen met de angst voor migranten.
Los van die verschillen valt de enorme blikvernauwing op in bijna alle programma’s, waarbij migratie is teruggebracht tot asielzoekers en uitgebuite Oost-Europeanen. De meerderheid van de duizenden mensen die zich hier maandelijks vestigen en weer vertrekken is namelijk een mix van Nederlanders, buitenlandse studenten, en vaak wat hoger opgeleide Europeanen uit de buurlanden, maar ook uit andere continenten.

Xenofobe proefballon
Zonder hen zou de Nederlandse (kennis)economie, maar ook de culturele dynamiek er een stuk slechter voorstaan. En een bedrijf als ASML had zich dan allang elders gevestigd. Dat weten partijen als de VVD natuurlijk best, maar uit electorale overwegingen laten met name de liberalen de ene na de andere xenofobe proefballon op, die vooral de meest kwetsbare nieuwkomers treft.
Nu mag je als politieke partij best vinden dat de grenzen dicht moeten en we geen asielzoekers meer op moeten vangen, maar doe dat dan wel op grond van feiten in plaats van gemakkelijke onderbuikgevoelens de vrije loop te laten. En zeg er bovendien eerlijk bij wat de gevolgen van zo’n beleidskeuze zijn. Zeker in deze tijden van nepnieuws is het publieke debat en de democratie gebaat bij een rationeel debat en het zou politici juist sieren als ze weigeren mee te huilen met de wolven in het extreemrechtse bos.

Roemer: maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van hun werkgever

Maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van uitzendbureaus, bepleit oud-SP-leider Emile Roemer in een rapport over de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten. Roemer en zijn Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten komen met vijftig aanbevelingen in het vandaag gepresenteerde rapport Geen Tweederangsburgers.

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

“Er zijn al jaren forse misstanden rondom arbeidsmigranten. Er wordt ook al jaren over gesproken maar er is weinig veranderd”, zegt Roemer. Hij vindt dat uitzendbureaus voortaan een certificaat moeten aanvragen en de eigenaren in het bezit moeten zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. Ook adviseert Roemer dat er meer arbeidsinspecteurs aangenomen moeten worden die de uitzendbureaus gaan controleren.

Een half jaar geleden stelde het kabinet deze speciale commissie aan, onder leiding van Roemer. Hem werd gevraagd met aanbevelingen te komen om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren, zodat het hoge aantal coronabesmettingen in die groep kan worden teruggebracht.
Hoewel het allemaal begon met de corona-uitbraak, kwam het virus niet meer ter sprake tijdens de presentatie van het rapport. Er is door het Aanjaagteam in brede zin gekeken naar de situatie van arbeidsmigranten.

Apart huurcontract
Roemer benadrukt dat er ook uitzendbureaus zijn die het wél goed doen, maar op dit moment zijn arbeidsmigranten te afhankelijk van de bureaus. Die regelen niet alleen het werk, maar ook hun huisvesting en zorgverzekering. “Arbeidsmigranten zijn hierdoor in Nederland erg kwetsbaar.”
Het Aanjaagteam wil bijvoorbeeld dat de arbeidsmigranten een apart huurcontract krijgen. “Vandaag je werk kwijt mag nooit betekenen dat je vanavond je woning kwijt bent”, zegt Roemer. Een arbeidsmigrant zou daarom volgens hem een maand opzegtermijn moeten krijgen.

‘Te veel naar de uitzendbranche gewezen’
De NBBU, die de belangen van de uitzendbureaus behartigt, is kritisch over het rapport. “Met de aanbevelingen pakt het Aanjaagteam de hele uitzendsector aan en wordt het werken met arbeidsmigranten ontmoedigd”, zegt directeur Marco Bastian.

Een andere brancheorganisatie, ABU, is minder kritisch maar de organisatie vindt wel dat er te veel op het conto van de uitzendbureaus wordt geschoven. Volgens de ABU werkt 60 procent van de arbeidsmigranten via een uitzendbureau. Zo’n 40 procent wordt door bedrijven zelf uit het buitenland gehaald. En die groep blijft volgens de brancheorganisatie buiten schot.

Scheiding van bed en baan
FNV is tevreden met het rapport maar de vakbond heeft ook kritiek. Op meerdere punten zijn de ABU en FNV het zelfs eens. Zo vinden beide partijen dat Roemer te weinig ambitie toont. Vooral op het gebied van huisvesting zou er nog veel meer moeten veranderen, zoals een echte scheiding van bed en baan. Onder het voorstel van Roemer blijven uitzendbureaus nog altijd de verhuurder.
Uitzendbureaus zeggen dat er niemand naar Nederland komt als er naast werk geen huisvesting wordt aangeboden. De FNV zegt juist dat de uitzendbureaus aan de huisvesting verdienen. “Zolang er door structurele flexmodellen en fiscale trukendozen extra kan worden verdiend over de rug van arbeidsmigranten, blijft de oorzaak van deze wantoestanden in stand”, zegt FNV-bestuurder Tuur Elzinga.

Ook gemeenten aan de slag
De uitzendbureaus spreken de aantijging tegen. “Gemeenten trekken maar wat graag nieuwe bedrijven aan. Maar te veel gemeenten kijken weg als het gaat om huisvesting van de mensen die daar gaan werken” zegt ABU-directeur Jurriën Koops. De brancheorganisatie is dan ook blij dat Roemer aanbeveelt dat gemeenten voortaan ook moeten nadenken over huisvesting als zij een bedrijf verwelkomen.
De blikken zijn nu gericht op minister Koolmees van Sociale Zaken. Het is nu aan het kabinet om te kijken welke aanbevelingen zullen worden opgevolgd. Roemer benadrukte wel dat ‘de tijd van praten nu echt voorbij is’.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Advies aan kabinet: geef mensen die gebruik maken van malafide uitzendbureaus een fikse boete

Een apk-keuring voor uitzendbureaus moet Oost-Europese arbeidskrachten behoeden voor onzekerheid, uitbuiting en onmenselijke situaties. Dat adviseert het aanjaagteam van Emile Roemer dat is opgericht om arbeidsmigranten te beschermen. 

Dit artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Een boer of vleesverwerker krijgt 8000 euro boete als hij arbeidsmigranten aan het werk heeft via uitzendbureaus die niet aan nieuwe, strengere regels voldoen. Dat is het advies aan het kabinet van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Het is vrijdagochtend overhandigd aan minister Wouter Koolmees van sociale zaken

Bij sommige uitzendbureaus ‘gaat het heel goed’, zegt Roemer. Maar veel van de ruim 14.000 Nederlandse uitzendbureaus opereren in een grijs gebied. En er zijn ronduit malafide ondernemers, die in de ergste gevallen wél zorgkosten van inkomens inhouden, maar hun werknemers niet verzekeren.
Nederland telde volgens het CBS in 2018 ruim vijfhonderdduizend EU-arbeidsmigranten, waarvan een groot deel laaggeschoold werk verricht in de landbouw, de voedselproductie of in distributiecentra. Uitzendbureaus maken soms misbruik van de kwetsbare positie van migranten, die de taal niet spreken, hun rechten niet kennen en afhankelijk zijn van de bureaus voor werk, huisvesting en ziektekostenverzekering.

Eigen slaapkamer verplicht
Kern van het nieuwe advies is een verplichte certificering voor alle arbeidsbureaus, en forse boetes voor wie van niet-gecertificeerde bureaus gebruik maakt. Werk- en huurcontracten zouden daarnaast uit elkaar getrokken moeten worden, waardoor arbeidsmigranten niet meteen op straat staan zodra ze zonder werk komen. Arbeidsmigranten die met beloftes van lange werkweken naar Nederland worden gelokt en vervolgens maar acht uur per week in een distributiecentrum ingezet worden, moeten minimaal twee maanden minimumloon betaald krijgen, zodat ze hier niet in de schulden raken.

Voor woonruimten moeten strengere eisen komen: een eigen slaapkamer is verplicht , net als 15 vierkante meter leefoppervlakte voor elke arbeidsmigrant. Ook moet elk uitzendbureau 75.000 euro inleggen bij inschrijving, zodat lonen alsnog uitbetaald kunnen worden als een malafide onderneming zichzelf plots liquideert en van de radar verdwijnt. Vaak om ergens als een ander bedrijfje terug komen. Voldoet een uitzendbureau niet aan de eisen? Dan is een registratie bij de Kamer van Koophandel niet mogelijk, pleit het team van Roemer.
Sinds het begin van de coronacrisis zijn de erbarmelijke leefomstandigheden van arbeidsmigranten extra duidelijk aan het licht gekomen. Poolse werknemers durven zich niet ziek te melden, omdat ze bang zijn hun baan, huis en toegang tot zorg te verliezen. Sommigen raken dakloos of verblijven in tentenkampen. Pijnlijke beelden die volgens Roemer ‘op ieders netvlies’ staan. Directe aanleiding voor het advies waren de coronabrandhaarden in slachthuizen dit voorjaar. Voor deze werknemers was social distancing onmogelijk en ook werd zichtbaar dat zij vaak geen toegang tot de zorg hadden.

Werkgever als huisbaas
Vakbond FNV is grotendeels blij met het advies. “Dit zou een enorme stap vooruit zijn”, zegt vicevoorzitter Tuur Elzinga. De verplichte certificering is ‘bijna hetzelfde’ als de vergunningsplicht waar de vakbond net als SP, ChristenUnie en PvdA al langer voor pleit. Als alle adviezen door het kabinet gevolgd worden, zal de wildgroei van uitzendbureaus volgens Elzinga ‘absoluut ingeperkt worden.’
Wel is hij kritisch op de mogelijkheid die werkgevers houden om 25 procent van het loon in te houden voor onderdak van werknemers. Elzinga: “Dat is makkelijk cashen; een kwart van het loon inhouden en zo goed verdienen aan goedkope huisvesting. Op deze manier blijft het mogelijk om honderd euro voor een matras te vragen. En blijft de onwenselijke afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever die gelijktijdig huisbaas is in stand.”

Uitzendbrancheorganisatie ABU staat ‘in grote lijnen’ achter het advies van Roemer. “Wij willen ook dat malafide bureaus aan banden worden gelegd”, zegt directeur Jurriën Koops. Maar volgens Koops legt Roemer te veel nadruk op de uitzendbranche, terwijl 40 procent van de migranten direct voor werkgevers zou werken. Daarnaast zijn volgens hem meer onaangekondigde controles een betere oplossing. “We hebben geen tekort aan regels, maar aan handhaving.” Op dit moment is er capaciteit om 1 procent van de uitzendbranche te controleren. Het kabinet heeft eerder al besloten dit uit te breiden, naar 2 procent in 2023. De NBBU, een andere brancheorganisatie voor flexwerk, vindt dat het Roemer-team “doorschiet” in “zijn zucht naar extra regulering.”

Naast de certificering van uitzendbureaus en verbetering van huisvesting, wil Roemer dat uitzendbureaus een zorgplicht krijgen om arbeiders zich in Nederland in te laten schrijven, met mailadressen en telefoonnummers. Op die manier moet er meer zicht komen op de nu vaak ongrijpbare groep. Romer hoopt, zegt hij tijdens de persconferentie vrijdagochtend, is dat arbeidsmigranten in Nederland ‘menswaardig’ behandeld gaan worden. “Net zoals u behandeld zou willen worden als u in een ander land gaat werken.” Minister Koolmees geeft aan dat de Kamer ‘voor het einde van het jaar’ met een reactie op het advies komt.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Onderzoek naar effecten COVID-19 maatregelen op arbeidsmigranten

De gevolgen van de coronacrisis lijken groter te zijn onder de zwakkeren in de samenleving, zoals mensen met weinig inkomen of een migratieachtergrond. Het Radboud UMC doet binnen het Radboud University Network on Migrant Inclusion (RUNOMI) onderzoek naar de positie en kwetsbaarheid van arbeidsmigranten binnen de (Nederlandse) arbeidsmarkt tijdens de COVID-19 pandemie. Maria van den Muijsenbergh is namens het Radboud UMC betrokken bij de studie, die wordt gesubsidieerd door ZonMw/NWO.

Dit artikel verscheen eerder via Zorgkrant.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

In het onderzoek ‘Migranten in de frontlinie. De effecten van COVID-19 maatregelen op arbeidsmigranten werkzaam in cruciale sectoren’ wordt gekeken naar twee groepen migranten: tijdelijke Europese en ‘ongedocumenteerde’ arbeidsmigranten die in cruciale sectoren werken zoals de landbouw en de vleesverwerkende industrie, distributie en dienstverlening. Wat is de impact van de coronacrisis en –maatregelen op deze groep? Welke impact heeft de coronacrisis gehad op werkgevers en intermediairs in deze sectoren? Welke werking hebben bestaande regelgeving en coronamaatregelen t.a.v. de inzet van arbeidsmigranten in cruciale sectoren? Dat zijn vragen die centraal staan in dit onderzoek. Daarnaast willen de onderzoekers achterhalen welke structurele problemen rondom arbeidsmigratie de coronacrisis heeft bloot gelegd en welke kansen deze crisis biedt voor systeemverandering ter bevordering van de bescherming van arbeidsmigranten.

Coronacrisis legt problemen bloot
Hoogleraar Gezondheidsverschillen en Persoonsgerichte Integrale Eerstelijnszorg Maria van den Muijsenbergh: ‘Het is een mooi voorbeeld van een zeer breed samenwerkingsproject dat zich richt op arbeidsmigranten, welke structurele problemen de coronacrisis voor deze groep heeft blootgelegd en de gevolgen daarvan op hun gezondheid , en welke kansen deze crisis biedt voor systeemverandering ter bevordering van de bescherming van arbeidsmigranten’.

Gevolgen lijken groter voor zwakkeren in de samenleving
De gevolgen van de coronacrisis lijken groter te zijn onder de zwakkeren in de samenleving, zoals mensen met weinig inkomen of een migratieachtergrond. Of dat daadwerkelijk het geval is, en in hoeverre, wordt momenteel aan een aantal onderzoeksinstituten in zowel binnen- als buitenland onderzocht. Maria van den Muijsenbergh is bij deze onderzoeken betrokken en leidt het onderzoek naar de gevolgen van Corona onder dakloze mensen.
Zij stond verschillende plekken de media te woord over de gevolgen van COVID-19 voor deze mensen, waaronder De Volkskrant, RTL Nieuws, BNR Nieuwsradio en Met het oog op morgen.

Zuid-Holland: arbeidsmigrant nodig bij werkloosheid

Ondanks het oplopend aantal werklozen gaat Zuid-Holland door met aantrekken van arbeidsmigranten door huisvesting te ontwikkelen. Dat stelt de provincie in antwoorden op vragen van Forum voor Democratie (FvD) in Zuid-Holland. Die partij vroeg de provincie naar het aantal werklozen in de regio’s Haaglanden en Rijnmond in coronatijd en de pogingen deze toe te leiden naar werk in onder meer tuinbouw. Die cijfers geeft de provincie, maar daaruit kan niet de conclusie getrokken worden dat arbeidsmigranten minder nodig zijn, schrijft de provinciale bestuurder (gedeputeerde) Willy de Zoete. 

Dit artikel verscheen eerder via GF Actueel.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uitkeringsgerechtigde niet zomaar in te zetten in glastuinbouw
De ruim 111.000 mensen in deze regio’s met een WW- of bijstandsuitkering zijn niet zomaar in de glastuinbouw aan het werk te zetten. “De problematiek is niet onder een noemer te vatten en kent knelpunten aan de kant van de werkzoekende, maar zeker ook aan de kant van de werkgever. Achter elk cijfer zit een verhaal. Het afzetten van aantallen inwoners met een uitkering tegen openstaande vacatures in bijvoorbeeld de tuinbouw of de zorg is daarmee een te simpele voorstelling van zaken en gaat voorbij aan deze problematiek.”

Economische belang van de arbeidsmigranten
De provincie verwijst naar onderzoek waaruit het economische belang van de arbeidsmigranten blijkt voor de Zuid-Hollandse economie. Dat maakt huisvesting voor arbeidsmigranten ook een onderwerp voor de regionale overheid. Ook wijst de provincie op onderzoek van Wageningen Universiteit & Research naar arbeidsomstandigheden in de tuinbouw die verbeterd zouden kunnen worden. Vaak wordt de bereikbaarheid van bedrijven als drempel genoemd om er te gaan werken, schrijft de provincie.

Akkoord met tuinbouw in Greenport West-Holland
Bovendien wijst de provincie op het gesloten deelakkoord Human Capital met de tuinbouw in Greenport West-Holland. Hierin zijn afspraken gemaakt over de scholing van werkenden en de transities van werk-naar-werk. Ook is daar de toeleiding naar de tuinbouw van mensen in een uitkeringssituatie meegenomen. Wat de doelstellingen precies zijn van dit akkoord, schrijft de provincie niet.

Bekijk het hele artikel verder via GF Actueel.