Roemer: maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van hun werkgever

Maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van uitzendbureaus, bepleit oud-SP-leider Emile Roemer in een rapport over de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten. Roemer en zijn Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten komen met vijftig aanbevelingen in het vandaag gepresenteerde rapport Geen Tweederangsburgers.

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

“Er zijn al jaren forse misstanden rondom arbeidsmigranten. Er wordt ook al jaren over gesproken maar er is weinig veranderd”, zegt Roemer. Hij vindt dat uitzendbureaus voortaan een certificaat moeten aanvragen en de eigenaren in het bezit moeten zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. Ook adviseert Roemer dat er meer arbeidsinspecteurs aangenomen moeten worden die de uitzendbureaus gaan controleren.

Een half jaar geleden stelde het kabinet deze speciale commissie aan, onder leiding van Roemer. Hem werd gevraagd met aanbevelingen te komen om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren, zodat het hoge aantal coronabesmettingen in die groep kan worden teruggebracht.
Hoewel het allemaal begon met de corona-uitbraak, kwam het virus niet meer ter sprake tijdens de presentatie van het rapport. Er is door het Aanjaagteam in brede zin gekeken naar de situatie van arbeidsmigranten.

Apart huurcontract
Roemer benadrukt dat er ook uitzendbureaus zijn die het wél goed doen, maar op dit moment zijn arbeidsmigranten te afhankelijk van de bureaus. Die regelen niet alleen het werk, maar ook hun huisvesting en zorgverzekering. “Arbeidsmigranten zijn hierdoor in Nederland erg kwetsbaar.”
Het Aanjaagteam wil bijvoorbeeld dat de arbeidsmigranten een apart huurcontract krijgen. “Vandaag je werk kwijt mag nooit betekenen dat je vanavond je woning kwijt bent”, zegt Roemer. Een arbeidsmigrant zou daarom volgens hem een maand opzegtermijn moeten krijgen.

‘Te veel naar de uitzendbranche gewezen’
De NBBU, die de belangen van de uitzendbureaus behartigt, is kritisch over het rapport. “Met de aanbevelingen pakt het Aanjaagteam de hele uitzendsector aan en wordt het werken met arbeidsmigranten ontmoedigd”, zegt directeur Marco Bastian.

Een andere brancheorganisatie, ABU, is minder kritisch maar de organisatie vindt wel dat er te veel op het conto van de uitzendbureaus wordt geschoven. Volgens de ABU werkt 60 procent van de arbeidsmigranten via een uitzendbureau. Zo’n 40 procent wordt door bedrijven zelf uit het buitenland gehaald. En die groep blijft volgens de brancheorganisatie buiten schot.

Scheiding van bed en baan
FNV is tevreden met het rapport maar de vakbond heeft ook kritiek. Op meerdere punten zijn de ABU en FNV het zelfs eens. Zo vinden beide partijen dat Roemer te weinig ambitie toont. Vooral op het gebied van huisvesting zou er nog veel meer moeten veranderen, zoals een echte scheiding van bed en baan. Onder het voorstel van Roemer blijven uitzendbureaus nog altijd de verhuurder.
Uitzendbureaus zeggen dat er niemand naar Nederland komt als er naast werk geen huisvesting wordt aangeboden. De FNV zegt juist dat de uitzendbureaus aan de huisvesting verdienen. “Zolang er door structurele flexmodellen en fiscale trukendozen extra kan worden verdiend over de rug van arbeidsmigranten, blijft de oorzaak van deze wantoestanden in stand”, zegt FNV-bestuurder Tuur Elzinga.

Ook gemeenten aan de slag
De uitzendbureaus spreken de aantijging tegen. “Gemeenten trekken maar wat graag nieuwe bedrijven aan. Maar te veel gemeenten kijken weg als het gaat om huisvesting van de mensen die daar gaan werken” zegt ABU-directeur Jurriën Koops. De brancheorganisatie is dan ook blij dat Roemer aanbeveelt dat gemeenten voortaan ook moeten nadenken over huisvesting als zij een bedrijf verwelkomen.
De blikken zijn nu gericht op minister Koolmees van Sociale Zaken. Het is nu aan het kabinet om te kijken welke aanbevelingen zullen worden opgevolgd. Roemer benadrukte wel dat ‘de tijd van praten nu echt voorbij is’.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Advies aan kabinet: geef mensen die gebruik maken van malafide uitzendbureaus een fikse boete

Een apk-keuring voor uitzendbureaus moet Oost-Europese arbeidskrachten behoeden voor onzekerheid, uitbuiting en onmenselijke situaties. Dat adviseert het aanjaagteam van Emile Roemer dat is opgericht om arbeidsmigranten te beschermen. 

Dit artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Een boer of vleesverwerker krijgt 8000 euro boete als hij arbeidsmigranten aan het werk heeft via uitzendbureaus die niet aan nieuwe, strengere regels voldoen. Dat is het advies aan het kabinet van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Het is vrijdagochtend overhandigd aan minister Wouter Koolmees van sociale zaken

Bij sommige uitzendbureaus ‘gaat het heel goed’, zegt Roemer. Maar veel van de ruim 14.000 Nederlandse uitzendbureaus opereren in een grijs gebied. En er zijn ronduit malafide ondernemers, die in de ergste gevallen wél zorgkosten van inkomens inhouden, maar hun werknemers niet verzekeren.
Nederland telde volgens het CBS in 2018 ruim vijfhonderdduizend EU-arbeidsmigranten, waarvan een groot deel laaggeschoold werk verricht in de landbouw, de voedselproductie of in distributiecentra. Uitzendbureaus maken soms misbruik van de kwetsbare positie van migranten, die de taal niet spreken, hun rechten niet kennen en afhankelijk zijn van de bureaus voor werk, huisvesting en ziektekostenverzekering.

Eigen slaapkamer verplicht
Kern van het nieuwe advies is een verplichte certificering voor alle arbeidsbureaus, en forse boetes voor wie van niet-gecertificeerde bureaus gebruik maakt. Werk- en huurcontracten zouden daarnaast uit elkaar getrokken moeten worden, waardoor arbeidsmigranten niet meteen op straat staan zodra ze zonder werk komen. Arbeidsmigranten die met beloftes van lange werkweken naar Nederland worden gelokt en vervolgens maar acht uur per week in een distributiecentrum ingezet worden, moeten minimaal twee maanden minimumloon betaald krijgen, zodat ze hier niet in de schulden raken.

Voor woonruimten moeten strengere eisen komen: een eigen slaapkamer is verplicht , net als 15 vierkante meter leefoppervlakte voor elke arbeidsmigrant. Ook moet elk uitzendbureau 75.000 euro inleggen bij inschrijving, zodat lonen alsnog uitbetaald kunnen worden als een malafide onderneming zichzelf plots liquideert en van de radar verdwijnt. Vaak om ergens als een ander bedrijfje terug komen. Voldoet een uitzendbureau niet aan de eisen? Dan is een registratie bij de Kamer van Koophandel niet mogelijk, pleit het team van Roemer.
Sinds het begin van de coronacrisis zijn de erbarmelijke leefomstandigheden van arbeidsmigranten extra duidelijk aan het licht gekomen. Poolse werknemers durven zich niet ziek te melden, omdat ze bang zijn hun baan, huis en toegang tot zorg te verliezen. Sommigen raken dakloos of verblijven in tentenkampen. Pijnlijke beelden die volgens Roemer ‘op ieders netvlies’ staan. Directe aanleiding voor het advies waren de coronabrandhaarden in slachthuizen dit voorjaar. Voor deze werknemers was social distancing onmogelijk en ook werd zichtbaar dat zij vaak geen toegang tot de zorg hadden.

Werkgever als huisbaas
Vakbond FNV is grotendeels blij met het advies. “Dit zou een enorme stap vooruit zijn”, zegt vicevoorzitter Tuur Elzinga. De verplichte certificering is ‘bijna hetzelfde’ als de vergunningsplicht waar de vakbond net als SP, ChristenUnie en PvdA al langer voor pleit. Als alle adviezen door het kabinet gevolgd worden, zal de wildgroei van uitzendbureaus volgens Elzinga ‘absoluut ingeperkt worden.’
Wel is hij kritisch op de mogelijkheid die werkgevers houden om 25 procent van het loon in te houden voor onderdak van werknemers. Elzinga: “Dat is makkelijk cashen; een kwart van het loon inhouden en zo goed verdienen aan goedkope huisvesting. Op deze manier blijft het mogelijk om honderd euro voor een matras te vragen. En blijft de onwenselijke afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever die gelijktijdig huisbaas is in stand.”

Uitzendbrancheorganisatie ABU staat ‘in grote lijnen’ achter het advies van Roemer. “Wij willen ook dat malafide bureaus aan banden worden gelegd”, zegt directeur Jurriën Koops. Maar volgens Koops legt Roemer te veel nadruk op de uitzendbranche, terwijl 40 procent van de migranten direct voor werkgevers zou werken. Daarnaast zijn volgens hem meer onaangekondigde controles een betere oplossing. “We hebben geen tekort aan regels, maar aan handhaving.” Op dit moment is er capaciteit om 1 procent van de uitzendbranche te controleren. Het kabinet heeft eerder al besloten dit uit te breiden, naar 2 procent in 2023. De NBBU, een andere brancheorganisatie voor flexwerk, vindt dat het Roemer-team “doorschiet” in “zijn zucht naar extra regulering.”

Naast de certificering van uitzendbureaus en verbetering van huisvesting, wil Roemer dat uitzendbureaus een zorgplicht krijgen om arbeiders zich in Nederland in te laten schrijven, met mailadressen en telefoonnummers. Op die manier moet er meer zicht komen op de nu vaak ongrijpbare groep. Romer hoopt, zegt hij tijdens de persconferentie vrijdagochtend, is dat arbeidsmigranten in Nederland ‘menswaardig’ behandeld gaan worden. “Net zoals u behandeld zou willen worden als u in een ander land gaat werken.” Minister Koolmees geeft aan dat de Kamer ‘voor het einde van het jaar’ met een reactie op het advies komt.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Onderzoek naar effecten COVID-19 maatregelen op arbeidsmigranten

De gevolgen van de coronacrisis lijken groter te zijn onder de zwakkeren in de samenleving, zoals mensen met weinig inkomen of een migratieachtergrond. Het Radboud UMC doet binnen het Radboud University Network on Migrant Inclusion (RUNOMI) onderzoek naar de positie en kwetsbaarheid van arbeidsmigranten binnen de (Nederlandse) arbeidsmarkt tijdens de COVID-19 pandemie. Maria van den Muijsenbergh is namens het Radboud UMC betrokken bij de studie, die wordt gesubsidieerd door ZonMw/NWO.

Dit artikel verscheen eerder via Zorgkrant.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

In het onderzoek ‘Migranten in de frontlinie. De effecten van COVID-19 maatregelen op arbeidsmigranten werkzaam in cruciale sectoren’ wordt gekeken naar twee groepen migranten: tijdelijke Europese en ‘ongedocumenteerde’ arbeidsmigranten die in cruciale sectoren werken zoals de landbouw en de vleesverwerkende industrie, distributie en dienstverlening. Wat is de impact van de coronacrisis en –maatregelen op deze groep? Welke impact heeft de coronacrisis gehad op werkgevers en intermediairs in deze sectoren? Welke werking hebben bestaande regelgeving en coronamaatregelen t.a.v. de inzet van arbeidsmigranten in cruciale sectoren? Dat zijn vragen die centraal staan in dit onderzoek. Daarnaast willen de onderzoekers achterhalen welke structurele problemen rondom arbeidsmigratie de coronacrisis heeft bloot gelegd en welke kansen deze crisis biedt voor systeemverandering ter bevordering van de bescherming van arbeidsmigranten.

Coronacrisis legt problemen bloot
Hoogleraar Gezondheidsverschillen en Persoonsgerichte Integrale Eerstelijnszorg Maria van den Muijsenbergh: ‘Het is een mooi voorbeeld van een zeer breed samenwerkingsproject dat zich richt op arbeidsmigranten, welke structurele problemen de coronacrisis voor deze groep heeft blootgelegd en de gevolgen daarvan op hun gezondheid , en welke kansen deze crisis biedt voor systeemverandering ter bevordering van de bescherming van arbeidsmigranten’.

Gevolgen lijken groter voor zwakkeren in de samenleving
De gevolgen van de coronacrisis lijken groter te zijn onder de zwakkeren in de samenleving, zoals mensen met weinig inkomen of een migratieachtergrond. Of dat daadwerkelijk het geval is, en in hoeverre, wordt momenteel aan een aantal onderzoeksinstituten in zowel binnen- als buitenland onderzocht. Maria van den Muijsenbergh is bij deze onderzoeken betrokken en leidt het onderzoek naar de gevolgen van Corona onder dakloze mensen.
Zij stond verschillende plekken de media te woord over de gevolgen van COVID-19 voor deze mensen, waaronder De Volkskrant, RTL Nieuws, BNR Nieuwsradio en Met het oog op morgen.

Zuid-Holland: arbeidsmigrant nodig bij werkloosheid

Ondanks het oplopend aantal werklozen gaat Zuid-Holland door met aantrekken van arbeidsmigranten door huisvesting te ontwikkelen. Dat stelt de provincie in antwoorden op vragen van Forum voor Democratie (FvD) in Zuid-Holland. Die partij vroeg de provincie naar het aantal werklozen in de regio’s Haaglanden en Rijnmond in coronatijd en de pogingen deze toe te leiden naar werk in onder meer tuinbouw. Die cijfers geeft de provincie, maar daaruit kan niet de conclusie getrokken worden dat arbeidsmigranten minder nodig zijn, schrijft de provinciale bestuurder (gedeputeerde) Willy de Zoete. 

Dit artikel verscheen eerder via GF Actueel.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uitkeringsgerechtigde niet zomaar in te zetten in glastuinbouw
De ruim 111.000 mensen in deze regio’s met een WW- of bijstandsuitkering zijn niet zomaar in de glastuinbouw aan het werk te zetten. “De problematiek is niet onder een noemer te vatten en kent knelpunten aan de kant van de werkzoekende, maar zeker ook aan de kant van de werkgever. Achter elk cijfer zit een verhaal. Het afzetten van aantallen inwoners met een uitkering tegen openstaande vacatures in bijvoorbeeld de tuinbouw of de zorg is daarmee een te simpele voorstelling van zaken en gaat voorbij aan deze problematiek.”

Economische belang van de arbeidsmigranten
De provincie verwijst naar onderzoek waaruit het economische belang van de arbeidsmigranten blijkt voor de Zuid-Hollandse economie. Dat maakt huisvesting voor arbeidsmigranten ook een onderwerp voor de regionale overheid. Ook wijst de provincie op onderzoek van Wageningen Universiteit & Research naar arbeidsomstandigheden in de tuinbouw die verbeterd zouden kunnen worden. Vaak wordt de bereikbaarheid van bedrijven als drempel genoemd om er te gaan werken, schrijft de provincie.

Akkoord met tuinbouw in Greenport West-Holland
Bovendien wijst de provincie op het gesloten deelakkoord Human Capital met de tuinbouw in Greenport West-Holland. Hierin zijn afspraken gemaakt over de scholing van werkenden en de transities van werk-naar-werk. Ook is daar de toeleiding naar de tuinbouw van mensen in een uitkeringssituatie meegenomen. Wat de doelstellingen precies zijn van dit akkoord, schrijft de provincie niet.

Bekijk het hele artikel verder via GF Actueel.

Woonsituatie voor arbeidsmigranten blijkt onveranderd bar slecht

De situatie van arbeidsmigranten ten opzichte van het begin van de coronacrisis blijft onveranderd: bar slecht. De arbeidsvoorwaarden zijn matig, áls die er al zijn, en de woonomstandigheden zijn schrijnend. “Wekelijks hebben we te maken met uithuiszettingen”, vertelt Bart Plaatje in De Nieuws BV.

Dit artikel verscheen eerder via De Nieuws BV.
Bekijk en beluister hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Polen, Bulgaren, Roemenen: uitzendbureaus zijn gek op ze. Maar, goed voor ze zorgen dat lukt ons nog steeds niet, vooral bij de huisvesting stapelen de misstanden zich op. Met zijn drieën op een kamer van 15 vierkante meter voor een huurhoge prijs is een veel voorkomende situatie voor arbeidsmigranten en ook vechten tegen bedwantsen is volgens FNV campagneleider Bart Plaatje “geen uitzonderlijk geval”.

Bed en baas onder één koepel
Werkgevers zorgen voor huisvesting van de arbeidsmigranten. Zij wijten de schrijnende woonsituaties aan een tekort aan huisvesting. “Maar dat is maar een deel van de oorzaak”, zegt Plaatje. “Zolang je geld kan verdienen aan de huisvesting, kan je de prijs van de arbeid die mensen moeten verrichten naar beneden drukken en dan heb je valse concurrentie. Iemand met een vast contract is niet relevant als je aan iemand z’n bed kan verdienen. Dat is de basis van het probleem dat hier speelt.”

“Zolang bed en baas onder één koepel hangen kom je terecht in 1900, waar een fabriekseigenaar mag bepalen wie in een huis naast de fabriek mag wonen en wie niet”, aldus Plaatje. “We zien op wekelijkse basis dat arbeidsmigranten op straat terechtkomen. Tussen donderdag en zaterdag staat bij ons de telefoon roodgloeiend, dan staan er altijd wel ergens in het land arbeidsmigranten op straat.”
Als arbeidsmigranten op straat komen te staan probeert Plaatje om andere uitzendbureaus zo ver te krijgen dat ze de op straat gezette arbeiders opvangen, “en soms lukt het ons, maar soms ook niet.”

Onveranderde, bar slechte situatie
Aan het begin van de coronacrisis is deze schrijnende woonsituatie aan het licht gekomen, maar volgens CDA-Kamerlid Hilde Palland-Mulder speelt het al veel langer. Bovendien lijkt de situatie vooralsnog onveranderd en is de gemiddelde woonsituatie voor arbeidsmigranten bar slecht.
“Er zijn wel goede initiatieven en partijen die het netjes doen of willen doen, en er is ook huisvesting die aan keurmerken voldoet. Maar we zien dat maar 25% van de bedden die voor arbeidsmigranten beschikbaar zijn, voldoet aan een dergelijk keurmerk”, zegt Palland-Mulder in De Nieuws BV. “Wat ons betreft moet dat veel groter en veel breder worden uitgerold.”

Zo vindt Palland-Mulder dat gemeentes bijvoorbeeld in lokale regelgeving moeten vastleggen waaraan de huisvesting moet voldoen. Daarnaast moeten malafide bureaus volgens het Tweede Kamerlid worden aangepakt: “Daar moet de inspectie op inzetten.”

Bed en baas scheiden?
Is het dan niet noodzakelijk om de huisvesting en de baan van elkaar te scheiden? Volgens Palland-Mulder niet: “Ik ben bang dat dat een theoretische oplossing is. Stel dat een arbeidsmigrant deze kant op komt en huisvesting is niet geregeld, dan ben je overgeleverd aan een overspannen woningmarkt.” Bovendien kunnen malafide bureaus een aparte BV oprichten om huisvesting te regelen, “en dan hebben ze de regelgeving omzeild”, zegt Palland-Mulder.
Daarnaast is het volgens het CDA-Kamerlid van belang dat de arbeidsmigrant de optie heeft om van de geregelde huisvesting af te zien. “Ze moeten een keuze hebben om het zelf te organiseren.”

Bekijk en beluister het hele artikel verder via De Nieuws BV.

‘Mensonterend’, coronaregels lijken niet te gelden voor huisvesting van arbeidsmigranten

De meeste arbeidsmigranten zijn wel op de hoogte van de coronamaatregelen, maar zijn niet bij machte om die goed na te leven. De nieuwe, strenge regels tegen de verspreiding van het coronavirus, lijken op veel plekken in Brabant niet te gelden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Bijvoorbeeld in hotel Friends in Waalwijk waar ze onbeschermd met drie man tegelijk in een klein kamertje moeten overnachten: “Ze snurken ‘s nachts over elkaar heen.”

Dit artikel verscheen eerder via Omroep Brabant.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Hotel Friends in Waalwijk gaat nu dicht, maar volgens de FNV is het nog op veel meer plekken foute boel. “Ze hebben de moed opgegeven. Je hebt het maar te accepteren, anders sta je op straat. Mensen delen kamers met vreemden. De ventilatie is slecht, het onderhoud is slecht. De mensen vinden het ook vreselijk om hier te wonen”, zegt FNV-bestuurder Bart Plaatje.
Per 1 november sluit hotel Friends permanent de deuren en verplaatst het uitzendbureau de arbeidsmigranten naar een nieuw pand bij logistiek bedrijf Ingram Micro in Waalwijk. “Het is volstrekt onverantwoord wat er hier in de uitzendbranche gebeurt. Gelukkig zijn we het eens geworden dat het hier zo niet langer kan”, vertelt Plaatje.
De bond is blij dat hotel Friends in elk geval de deuren sluit. “Op 2 november wil ik hier ceremonieel een ketting om de deur komen hangen.” Maar daarmee zijn ze er nog niet: “In deze regio zijn nog veel meer misstanden met huisvesting. In caravans, in stallen, in kelders. Wat hier gebeurt is mensonterend, al helemaal in coronatijd.”

Bekijk het hele artikel verder via Omroep Brabant.

Arbeidsmigranten betalen de prijs voor voedselzekerheid

De studie stelt vast dat arbeidsmigranten te maken hebben met slechte arbeidsomstandigheden en dat er in veel gevallen sprake is van wantoestanden. Dit staat in contrast met de hoge economische productiviteit van de sector. De acute noodzaak om de kwetsbaarheid van arbeidsmigranten aan te pakken is nog duidelijker geworden in de Covid-19 context nu er steeds meer rapporten verschijnen over hun ondermaatse werk- en leefomstandigheden.

Dit artikel verscheen eerder via Erasmus Universiteit Rotterdam.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Het onderzoek over arbeidsmigranten in de Nederlandse landbouw is onderdeel van een vergelijkend onderzoek naar de positie van arbeidsmigranten in de landbouw in de Noord Europese landen, Duitsland, Nederland en Zweden uitgevoerd door het Open Society European Policy Institute (OSEPI) in samenwerking met het International Institute of Social Studies (ISS). Dr Karin Astrid Siegmann samen met Tyler Williams en Julia Quaedvlieg hebben onderzocht wat de oorzaken zijn van de oneerlijke arbeidspraktijken die arbeidsmigranten uit Centraal- en Oost-Europa ervaren in de Nederlandse landbouwsector, met nadruk op de arbeidsintensieve tuinbouw. Daarnaast gaan zij in op mogelijke interventies om de situatie te verbeteren.
De onderzoekers hebben betrokken partijen geïnterviewd, inclusief, arbeidsmigranten, vakbonden, de arbeidsinspectie en maatschappelijke organisaties. Tevens is er een kleine vervolgstudie uitgevoerd waarbij specifiek is gekeken naar de impact van de Covid-19 pandemie op arbeidsmigranten in de agrovoedingssector.

Gereguleerde wantoestanden
In het rapport laten zij zien hoe de huidige regelgeving en de sociaaleconomische structuren en praktijken de grondslag vormen voor de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten in de Nederlandse landbouw. Volgens de onderzoekers kunnen de werk- en leefomstandigheden van de arbeidsmigranten als ‘gereguleerde wantoestanden’ worden getypeerd omdat de situatie mogelijk is gemaakt door de sterk geflexibiliseerde Nederlandse arbeidsmarkt en de scheve verhoudingen binnen de voedselproductieketen. Door de indirecte arbeidsovereenkomsten via (vaak niet geregistreerde) uitzendbureaus werken de meeste arbeidsmigranten onder slechte arbeidsvoorwaarden, ontvangen zij lage lonen, en ervaren zij hoge inkomens- en arbeidsonzekerheid. De onderhandelingspositie van arbeidsmigranten wordt daarnaast verzwakt door de hoge mate van afhankelijkheid van de werkgevers, als gevolg van het koppelen van arbeidsovereenkomsten aan huisvestingscontracten en de zorgverzekering.

Voorstellen
De onderzoekers stellen een aantal concrete stappen voor om een transitie mogelijk te maken van kwetsbaarheid naar waardig en fatsoenlijk werk. De onderzoekers pleiten o.a. voor meer aandacht vanuit de overheid en de vakbonden voor deze kwestie, meer middelen voor betere arbeidsinspecties, en de herinvoering van vergunningen voor uitzendbureaus om zodoende de veiligheid en zekerheid van arbeiders te kunnen waarborgen. Daarnaast vormen eerlijke prijzen voor voedselproducenten en leefbare lonen voor de arbeiders een belangrijke bouwsteen voor het humaner en eerlijker maken van de agro-voedselketen. Initiatieven die zich richten op het verduurzamen van de voedselketen zouden meer aandacht moeten besteden aan de arbeidsomstandigheden in hun voorstellen.

De onderzoeksbevindingen zijn meegenomen in het OSEPI rapport: “Are agri-food workers only exploited in Southern Europe? Case studies on migrant labour in Germany, the Netherlands, and Sweden 

CPB: Nederland langdurig minder aantrekkelijk voor expats

De Nederlandse economie zal op de korte en middellange termijn niet volledig herstellen van de coronacrisis, zo blijkt uit rapportages van het Centraal Plan Bureau (CPB). Zo is ons land langere tijd minder aantrekkelijk voor buitenlandse werknemers.

Dit artikel verscheen eerder via Vastgoedmarkt.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uit de CPB-publicaties ‘Blijvende economische schade van de coronacrisis’ en ‘Langdurige effecten van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt’ wordt opnieuw bevestigd dat de economie op korte termijn flink wordt geraakt. Deze schade zal op de langere termijn slechts gedeeltelijk herstellen, zelfs in het geval dat het virus binnenkort helemaal onder controle is.

Buitenlandse werknemers
De productiviteitsgroei zal langdurig lager zijn onder meer door verminderde innovatie en investeringen. Ook zal de werkloosheid, na een sterke stijging, pas na ongeveer vijf jaar, weer zijn teruggekeerd naar een structureel niveau. Het arbeidsaanbod daalt doordat werkloos geworden mensen het zoeken naar een baan opgeven, Nederland door de hogere werkloosheid minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse werknemers en studenten later afstuderen of juist afzien van een vervolgopleiding. Op de lange termijn (langer dan 10 jaar) zullen het arbeidsaanbod en de investeringen naar verwachting herstellen. Een blijvend lagere productiviteit zorgt echter voor een lager bruto binnenlands product (bbp) dan verwacht op basis van pre-crisis trends, onder meer door een lange periode van verminderde innovatieve activiteiten.

Robotisering en digitalisering
Op de korte termijn ontstaat er door de crisis een mismatch op de arbeidsmarkt, doordat de vraag naar werknemers in sommige sectoren wegvalt, terwijl die vraag in andere sectoren toeneemt. Hierdoor sluiten de vaardigheden van werkzoekenden minder goed aan bij openstaande vacatures. De mismatch kan versterkt worden als de crisis leidt tot een versnelling in de groei van automatisering, robotisering en digitalisering, ingegeven door ervaringen tijdens deze pandemie.

Mismatch arbeidsmarkt
Mensen die werkloos raken gaan, als ze opnieuw een baan vinden, vaak langdurig in inkomen achteruit. Dit geldt vooral als ze langere tijd geen werk hebben gehad en daardoor vaardigheden en kennis verliezen. Op de middellange termijn zal deze mismatch op de arbeidsmarkt verdwijnen. Medewerkers zullen zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Het verlies van vaardigheden en kennis van werknemers door langdurige werkloosheid, en eventuele langdurige gezondheidsproblemen na een besmetting, hebben mogelijk nog wel gevolgen voor de arbeidsmarkt na de middellange termijn. Op de lange termijn heeft de crisis naar verwachting geen gevolgen voor de arbeidsmarkt omdat mensen weer werk vinden, het loonverlies inhalen of met pensioen gaan.

 

 

Goedkope arbeidsmigrant komt van steeds verder

De vraaguitval die samenhangt met de coronapandemie heeft de behoefte aan laagbetaalde en/of laaggekwalificeerde arbeidskrachten in de Nederlandse bouw, landbouw, logistiek en industrie verkleind, maar zeker niet weggenomen. Uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in het bemiddelen van Oost-Europese arbeidsmigranten kijken alweer vooruit naar een toenemende vraag naar tijdelijk personeel als de conjunctuur herstelt. Ook zoeken ze naar nieuwe manieren om opdrachtgevers in bedrijfstakken met structurele arbeidstekorten aan arbeidskrachten te helpen.

Dat blijkt uit een analyse van ABN-AMRO naar de toekomst van arbeidsmigratie op de Nederlandse arbeidsmarkt in relatie tot de uitzendbranche.
Bekijk hier de volledige analyse van ABN-AMRO, of lees hieronder verder.

Het toepassen van A1-verloning is een van die mogelijkheden. Nederlandse uitzendbureaus onderzoeken hoe ze actief kunnen worden in deze A1-verloning, zo blijkt uit gesprekken die ABN AMRO heeft gevoerd. A1-verloning opent ook de deur naar instroom van tijdelijke arbeidskrachten uit landen buiten de Europese Economische Ruimte; zogeheten derdelanders als Oekraïners, Turken, Georgiërs, Oezbeken en Filippino’s. A1-verloning is wettelijk toegestaan, maar binnen de uitzendbranche niet onomstreden. De Nederlandse koepel van uitzend- en detacheringsorganisaties ABU, die met 550 aangesloten uitzendondernemingen naar eigen zeggen 65 procent van de markt omvat, is tegen het gebruik van A1-verloning, omdat dit oneerlijke concurrentie zou veroorzaken.

Corona en arbeidstekorten
De economische crisis die als gevolg van het coronavirus is ontstaan, heeft tot een stevige groei van het aantal werklozen geleid. Volgens de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (juni 2020) is 4,3 procent van de Nederlandse beroepsbevolking momenteel werkloos. ABN AMRO verwacht dat de werkloosheid verder zal oplopen tot 7,0 procent in 2021. Desalniettemin zijn er ook nu nog veel bedrijven waar een knellend tekort aan personeel is. Uit de arbeidsmarktindicator van ABN AMRO blijkt bijvoorbeeld dat eind juli 22 procent van de vacatures in de agrarische sector onvervulbaar was. In februari van dit jaar, dus voor de uitbraak van de coronacrisis, was dit 27 procent. De afname is dus beperkt.

Uit de conjunctuurenquête van onder meer het CBS en MKB Nederland over het tweede kwartaal van 2020, die medio mei werd gepubliceerd, blijkt dat het tekort aan de factor arbeid in de meeste sectoren – behalve de landbouw – behoorlijk is afgenomen. Maar bekijken we de cijfers in de onderliggende branches, dan blijken er toch nog altijd veel bedrijfstakken te zijn waar een aanzienlijk percentage van de ondernemers een tekort aan personeel als belemmering ervaart. Hier is sprake van structurele schaarste aan mensen.

Relatief minder Polen, meer Roemenen
De uitzendbedrijven die wij de afgelopen maanden hebben gesproken, hebben de voorgaande jaren het aandeel Polen in het bestand aan uitgezonden personeel zien dalen en het aandeel Roemenen en Bulgaren zien toenemen. De belangrijkste reden hiervoor is volgens de bevraagde uitzenders de gunstige ontwikkeling van de Poolse economie. De loonkloof tussen Nederland en Polen is kleiner dan die tussen Nederland en Roemenië en Nederland en Bulgarije.

Huisvesting belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde
In de slag om de internationale arbeidsmigrant proberen Nederlandse uitzendorganisaties zich te onderscheiden door relatief goede werk- en woonomstandigheden aan te bieden. De uitzendbranche ziet de schaarste aan woonruimte als een belangrijk probleem. Gezien de algemeen heersende woningnood kunnen zij dit niet in hun eentje oplossen.

 

 

Platform voor aanpak coronavirus onder arbeidsmigranten

Het kabinet wil een Samenwerkingsplatform arbeidsmigranten en Covid-19 oprichten. Ook moet er een Landelijke Regietafel komen. Het doel is het ontwikkelen van gecoördineerde aanpak om tijdig bij (potentiële) coronabesmettingshaarden te kunnen ingrijpen.

Dit artikel verscheen eerder via Nieuwe Oogst.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Dat heeft minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bekendgemaakt. In het samenwerkingsplatform moeten de veiligheidsregio’s, landelijke inspectiediensten, GGD en het RIVM deelnemen. Uitgangspunten daarbij zijn informatie-uitwisseling en samenwerking.

Het samenwerkingsplatform is vanaf 1 september volledig operationeel. Het wordt ook gebruikt voor andere risicosectoren waar veel arbeidsmigranten werkzaam zijn. De deelnemende partijen hebben zowel op landelijk als regionaal niveau nu al veelvuldig contact en werken, waar nodig, samen. Via de Landelijke Regietafel, waar diverse ministeries deel van uitmaken, vindt de strategische afstemming plaats.

Slachterij

De Jonge meldde de oprichting van het samenwerkingsplatform in de beantwoording van Kamervragen van Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) over de corona-uitbraak onder slachthuispersoneel. De minister stelde in een reactie dat hij geen signalen heeft ontvangen dat slachter Van Rooi Meat weigert om gezondheidsverklaringen te delen met de GGD, zoals Wassenberg vermoedde. Ook maakte hij bekend dat de slachterij maatregelen heeft genomen om nieuwe besmettingen te voorkomen.