Jongste expats vragen om nieuwe onderwijsvorm: ‘We geven les aan dertig nationaliteiten’

In ‘brainport’ Eindhoven strijken steeds meer ingenieurs uit India en andere landen neer die hun kinderen massaal aanmelden bij gewone basisscholen. De internationale school vinden ze te elitair en te duur. Een nieuwe onderwijsvorm is geboren.

Steeds meer expats, onder meer uit China en India, komen naar ons land om hier tijdelijk te werken. Onder meer Brainport Eindhoven trekt steeds meer kennismigranten, wat onder meer een forse impact heeft op het regionale onderwijs. De Volkskrant maakte een reportage over internationalisering in de regio Eindhoven.

Lees hier de rapportage op de website van De Volkskrant of lees hieronder verder.

‘Ruim je boek op, pak je chromebook, we gaan rekenen’, zegt juf Emmy tegen haar leerlingen uit India, Brazilië, Ethiopië, Zuid-Afrika, Italië, Frankrijk, de Filipijnen en Nederland. Ze spreekt haar klas – groep 4/5 met circa 25 leerlingen uit alle windstreken van de wereld – toe in het Nederlands. Maar onderling spreken de 8- en 9-jarige kinderen vooral Engels – of een van de vele Indiase talen, want het overgrote deel van de klas komt uit India.

‘In onderling contact mogen de leerlingen kiezen, in contact met de juf moeten ze vooral Nederlands spreken – al lukt dat soms niet iedereen’, vertelt Emmy. Ook kan de voertaal per les verschillen: rekenen wordt in het Nederlands gedaan, aardrijkskunde en geschiedenis in het Engels. De klas heeft daarom twee leerkrachten: één die het Engels en een ander die het Nederlands als moedertaal heeft.

Grosso modo krijgt deze internationale klas in het gebouw van basisschool De Driesprong in Eindhoven, gelegen in een volksbuurt in stadsdeel Tongelre, de helft van de lestijd in het Nederlands en de andere helft in het Engels. Dat is een groot verschil met de Internationale School Eindhoven (ISE), gevestigd in een voormalig kazernecomplex aan de Oirschotsedijk, die het curriculum bijna helemaal in het Engels heeft.

Groeiend aantal
‘We zien de afgelopen jaren een groeiend aantal mensen uit India en andere landen die hun kinderen aanmelden bij reguliere basisscholen in Eindhoven’, zegt Geert Simons, directeur internationalisering van scholenkoepel Salto waar 22 scholen onder vallen. ‘De toestroom is zo groot dat we speciale internationale klassen hebben gevormd in twee basisscholen: één in Tongelre en één in vinexwijk Meerhoven bij Veldhoven. We geven les aan kinderen van 30 nationaliteiten, de meerderheid komt uit India.’

Het is een nieuw fenomeen: de internationalisering van het reguliere onderwijs. Die komt voort uit de explosieve groei van het aantal ‘kenniswerkers’ uit het buitenland die verhuizen naar de Brainportregio, zoals Eindhoven en omstreken wel worden genoemd. Ze werken bij ASML, Philips, NXP, VDL, DAF, bij een ander hightechbedrijf of een toeleverancier. Alleen de immigratie van het aantal kenniswerkers uit India is al gestegen tot boven de 4.000, en de verwachting is dat deze toestroom de komende jaren verder zal toenemen.

Techneuten
‘De kenniswerkers zijn bijna allemaal ingenieurs’, aldus Simons. ‘Eerst zag je alleen de techneuten met een master in engineering, nu zie je ook steeds vaker bachelors in engineering verschijnen. Ze verschillen van de klassieke expats, het hogere kader dat hier maar twee of drie jaar blijft om daarna naar een ander land te verkassen. De kenniswerkers hebben veelal een vast dienstverband en blijven wel zes, zeven jaar of nog langer.’
Juist omdat veel kenniswerkers niet weten hoe lang ze in Nederland blijven, willen ze hun kinderen niet naar een internationale school sturen. Maar ook de gewone Nederlandse school past niet bij hun onderwijsbehoefte. ‘Ze willen dat hun kinderen de Nederlandse taal leren en integreren’, vervolgt Simons. ‘Maar ze willen ook dat ze goed Engels leren en zich internationaal ontwikkelen, om alle toekomstmogelijkheden open te houden. Ze zijn flexibel en mobiel. Voor je het weet vervolgen ze hun carrière in een ander buitenland en hoppen ze naar Silicon Valley.’

Ze behoren tot een nieuwe groep expats van gewone, weliswaar goedbetaalde, werknemers die opereren op een internationale arbeidsmarkt. Terwijl de klassieke expats vaak huisvesting en onderwijs voor de kinderen (grotendeels of gedeeltelijk) vergoed krijgen van hun werkgever, moeten de kenniswerkers deze voorzieningen meestal zelf betalen. Ook dat is een reden waarom Indiase en andere kenniswerkers bij reguliere basisscholen aankloppen: het scheelt een behoorlijke smak geld. Voor een internationale school betalen ouders al snel ruwweg 4.500 tot 5.000 euro per kind per jaar – en in het voortgezet onderwijs zelfs 7.000 tot 7.500 euro.
Scholenkoepel Salto begon vorig jaar nog voorzichtig met één internationale kleuterklas op basisschool Reigerlaan, waarvan Simons locatiedirecteur is. Maar de toestroom van buitenlandse leerlingen was zo groot, dat het bestuur al snel voor een radicalere aanpak koos. Dit jaar zijn op twee basisscholen meer internationale klassen gevormd: zeven op basisschool De Driesprong en vijf op basisschool St@rtbaan in vinexwijk Meerhoven (bij Veldhoven), die door de invasie van Aziatische arbeidsmigranten in de volksmond soms Wokhoven wordt genoemd. Wettelijk gezien vallen alle internationale klassen onder basisschool Reigerlaan.

Bekijk het volledige artikel via De Volkskrant (10 februari 2020).

 

Kenniscentrum Arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten: we worden verwend

Nederland is op dit moment afhankelijk van arbeidsmigranten en kenniswerkers. En die mensen komen graag: ze zijn het erover eens dat ze in Nederland ’ontzettend verwend’ worden.

Expats kiezen voor ons land vanwege ’onze tolerante houding jegens buitenlanders’. Dat blijkt uit een reportage van De Telegraaf. Lees het artikel hier op de website van De Telegraaf of lees hieronder verder.

Er is in Nederland bijvoorbeeld genoeg werk voor zij die willen en er zijn mogelijkheden om je op te werken, vertelt Krzysztof Wasala (34) uit Polen. Hij werkt nu in Noordwijkerhout. „Ik werkte via een uitzendbureau eerst altijd op het land, in de regen, kou, hagel”, zegt hij. „Sinds de zomer heb ik een andere baan. Ik zit nu in de snijbloemen-industrie en werk in de koeling. Dat is fijn, want dat is binnen.”

Wasala heeft het wel moeilijk gehad in Nederland, in zijn eerste baan in Nederland moest hij bijvoorbeeld betalen om te kunnen werken. „Dat waren illegale praktijken.” Hij is blij dat hij nu een vaste baan heeft in Nederland, maar weet nog niet of hij permanent hier wil blijven.

Balans
„De werk-leven balans maakt Nederland aantrekkelijker dan andere landen”, zeggen Indiase Kay Jaiswal (40), al 11 jaar werkzaam voor ING, en de Zuid-Afrikaanse Carlo Hennsa (42), software developer voor CapGemini, momenteel bezig met een klus voor uitkeringsinstantie UWV.
Je kunt na je werk nog wat voor jezelf doen. De Britse Alpa (39), werkzaam bij satelliet communicatiebedrijf SES, roemt de Nederlandse balans: „Ik hou van de directheid van Nederlanders, als er een probleem is dan weet je het gelijk. Ook de werk-leven balans hier is beter dan elders.”

Expat-kring
Alpa woont in een buurt met veel expats in Voorburg, Den Haag en zegt dat er in die buurt steeds meer expat families bijkomen, voornamelijk uit India. Alpa doet veel vrijwilligerswerk in haar buurt, en is blij met haar kring daar. Ze werkt nu al acht jaar voor satellietcommunicatie bedrijf SES op de finance afdeling en wil niet meer weg uit Nederland.
De Chinese Sheng Liu (29) is naar Nederland verhuisd nadat hij erachter kwam dat Nederland op economisch vlak het best scoorde, op basis van World Economic Forum data. „Het is een beetje geeky, maar ik ben gewoon cijfers gaan vergelijken”, zegt hij.

Kansen
Sheng kwam naar Nederland voor betere kansen. „Nederland is gewoon leidend in innovatie en productiviteit”, zegt ook Jaiswal, als hij terugdenkt aan de reden dat hij in 2006 hier naar toe kwam.
Voor kenniswerkers maakt de 30%-regeling Nederland ook aantrekkelijk. Deze zogenoemde 30%-regeling omhelst dat expats die in Nederland komen werken 30% van hun loon belastingvrij krijgen.
Zowel Jaiswal als Hennsa merkt op dat ze deels door deze regeling andere baanaanbiedingen in Duitsland en de Verenigde Staten hebben geweigerd. Jaiswal voegt toe: „Het is een goede regel, ook omdat ze als expats meer kosten maken voor bijvoorbeeld kinderopvang, bij gebrek aan familie in de buurt.”
Het verliezen van de 30%-regeling, waar hij tien jaar gebruik van heeft gemaakt, maakte inderdaad veel uit voor zijn familie, want Jaiswal en zijn vrouw verloren deze tegelijkertijd. Toch vindt ook hij dat de regeling inderdaad niet eeuwig kan voortduren.

Tolerantie
Werk is niet de enige reden om voor Nederland te kiezen, volgens Jaiswal. „Ik heb uiteindelijk voor Nederland gekozen deels om de tolerante houding tegenover buitenlanders.” Bijna alle expats noemen dit als een reden om voor Nederland te kiezen en niet voor een ander land.

„We hebben nog overwogen om naar Frankrijk te gaan, maar daar was het zo Frans, terwijl het in Nederland heel internationaal is”, zegt de Italiaanse Kathleen Delaney (41), freelance dans- en muziekdocente.
Ze komt uit Italië, waar ze is opgegroeid bij een Amerikaanse vader en Italiaanse moeder. Ze woont nu in Amsterdam en werkt als muziekdocent op verschillende plekken. Ze is al tien jaar in Amsterdam, waar ze nu met haar partner ook kinderen heeft. Ze spreekt een beetje Nederlands, maar niet vloeiend. Voor haar is Amsterdam de ideale uitvalsbasis ook om internationaal te werken.

Bekijk het volledige artikel via Telegraaf.nl (10 februari 2020).

 

Poolse arbeidsmigrant verkiest Duitsland voor het eerst in jaren boven VK

Voor het eerst in bijna tien jaar zijn er meer Poolse arbeidsmigranten teruggekeerd uit het Verenigd Koninkrijk dan dat er zijn gearriveerd. Het VK verliest daarmee zijn status als het populairste EU-land onder Poolse werknemers aan Duitsland.

Dit artikel verscheen eerder via Nu.nl. Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Onder meer de Brexit en een goed draaiende Poolse economie leiden ertoe dat er minder Polen in het Verenigd Koninkrijk werken. Zo vertrokken er de afgelopen periode 85.000 Polen uit het VK.
Het aantal Polen dat momenteel in het VK werkt ligt op bijna 695.000, terwijl er in Duitsland meer dan 706.000 Polen werken. Daarmee is Duitsland voor het eerst sinds 2006 weer het populairste land onder Poolse arbeidsmigranten in de EU. Andere populaire bestemmingen zijn onder meer Frankrijk, Ierland en Nederland.

In Nederland waren Polen vorig jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), goed voor circa 180.000 banen.
Op dit moment werken er bijna tweeënhalf miljoen Polen in andere EU-landen, zo blijkt uit cijfers van een Pools bureau voor statistiek uit Warschau.
Polen heeft een grote behoefte aan arbeidskrachten, zo liggen de werkloosheidscijfers op het moment bijna net zo laag als tijdens het communistische tijdperk. Om die reden komen veel goedkope arbeidskrachten steeds minder uit Polen.
Zo weten werknemers afkomstig uit EU-staten als Roemenië en Bulgarije de laatste jaren bijvoorbeeld vaker werk buiten de landsgrenzen te vinden.

Bron: Nu.nl (16 november 2019).

 

Ministeries komen met integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten

Het kabinet werkt aan een integrale aanpak waarbij misstanden bij EU-arbeidsmigranten worden aangepakt en tegelijkertijd werk- en woonomstandigheden worden verbeterd. In een brief aan de Tweede Kamer beschrijven de ministers Koolmees, Knops en Van Veldhoven en de staatssecretarissen Van Ark en Keijzer waar deze integrale aanpak uit bestaat.

In de aanpak werkt het kabinet samen met provincies, gemeenten, sociale partners, internationale partners, niet-gouvernementele organisaties en andere private partijen. De focus ligt op zes onderwerpen: voorlichting, registratie, huisvesting, de afhankelijkheidsrelatie van werkgevers, de aanpak van malafide uitzendbureaus en melding van misstanden.
In deze integrale aanpak ingezet op aanvullende eisen voor Nederlandse en buitenlandse uitzendbureaus en zal de waarborgsom voor uitzendbureaus nader worden bekeken. Daarnaast worden er acties in gang gezet die ervoor zorgen dat de voorlichting, registratie en huisvesting van arbeidsmigranten worden verbeterd.
De integrale aanpak die in deze brief beschreven is, kan niet uitgevoerd worden zonder dat alle betrokken partijen op een gestructureerde manier met elkaar gaan samenwerken. Dat betekent dat overheden op nationaal en decentraal niveau beter met elkaar moeten samenwerken en daarbij de sociale partners, ngo’s en andere organisaties betrekken. Alleen met een gezamenlijke visie en gezamenlijke acties kunnen problemen op tijd gesignaleerd en aangepakt worden. Alle partijen moeten hun rol pakken. Regionale samenwerking door publieke en private partijen is daarbij essentieel.

Klik hier om de volledige kamerbrief te downloaden.