Stelling Stand.nl: Arbeidsmigranten moeten zo snel mogelijk een fatsoenlijke woning krijgen

Fors meer Spanjaarden en Portugezen werken in Nederland: ‘Huisvesting grootste uitdaging’

Expats en kennismigranten

Hoeveel Oost-Europese werknemers mogen er in een Nederlandse straat wonen? Dat moet de rechter nu beslissen

Werk, migratie en huisvesting hangen met elkaar samen

De adviesraad migratie publiceert – in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen – een blogserie waarin kennis en feiten over Migratie en Gemeenten staan. Deze blog gaat over de samenhang tussen werk, migratie en huisvesting.

Samenhang tussen werkgelegenheid, arbeidsmigratie en huisvesting
Stimuleren van de werkgelegenheid staat in veel gemeentelijke verkiezingsprogramma’s weer in de top drie van voornemens. Maar is dit streven wel zo vanzelfsprekend? Sommige bedrijven, en soms hele sectoren, kunnen in Nederland namelijk alleen nog bestaan vanwege de inzet van arbeidsmigranten.

Waar de wethouder Economische zaken verguld is met de realisatie van een nieuw bedrijventerrein, ziet de wethouder Wonen zich vervolgens geconfronteerd met een huisvestingsvraagstuk voor arbeidsmigranten en een nog grotere druk op de woningmarkt. Dat pleit voor een vestigingsbeleid en een woonvisie waarin het gemeentebestuur zich bewust toont van de samenhang tussen werkgelegenheid, arbeidsmigratie en huisvesting en hierin zorgvuldige afwegingen maakt.

De vestiging van nieuwe bedrijven kan arbeidsmigranten aantrekken
Het lijkt vanzelfsprekend dat hoe meer banen de vestiging van een bedrijf oplevert, hoe beter het is. Voldoende werkgelegenheid is immers erg belangrijk voor het welzijn van de bevolking. Maar toch is dat niet zo simpel als het lijkt. Nederland heeft nu een zeer krappe arbeidsmarkt. In het laatste kwartaal 2021 waren er 105 vacatures per 100 werklozen (CBS). Dat betekent dat zelfs als alle werklozen aan het werk zijn er nog steeds vacatures niet zijn vervuld. Toch steken gemeenten met het oog op het vergroten van de werkgelegenheid nog steeds veel energie in het behouden en aantrekken van bedrijven. En soms wordt een deel van de arbeidsplaatsen die dat oplevert vervolgens opgevuld door arbeidsmigranten, die met name afkomstig zijn uit andere EU-landen. Zij hebben namelijk onbeperkt toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Eind 2019 waren er in totaal 611.800 werkenden uit de EU in Nederland.

Ook arbeidsmigranten moeten ergens wonen
De vestiging van nieuwe bedrijven in gemeenten kan dus leiden tot de komst van meer arbeidsmigranten. Ook zij moeten ergens wonen. Soms gebeurt dat in speciale woonvoorzieningen, in de volksmond ook wel ‘Polenhotels’ genoemd. Plannen voor de ontwikkeling hiervan leiden echter vaak tot protesten van omwonenden, die vrezen voor overlast, een ‘negatieve uitstraling’ op hun buurt of een ‘aantasting van hun leefomgeving’ (zie bijvoorbeeld Westland,  Dongen en Sevenum) of het gevolg is dat huizen worden opgekocht om arbeidsmigranten te kunnen huisvesten. Hierdoor neemt de krapte op de woningmarkt nog verder toe. Nederland kwam in 2019 ongeveer 120.000 huisvestingsplekken voor tijdelijke arbeidsmigranten te kort.

De meerderheid van de arbeidsmigranten (55%) woont in reguliere woningen. De wethouder Wonen van de gemeente Den Haag trok twee jaar geleden al aan de bel over de woonomstandigheden van arbeidsmigranten in zijn gemeente. In Den Haag zijn de afgelopen jaren ‘in hoog tempo woningen opgekocht, gesplitst en verkamerd’ om arbeidsmigranten te huisvesten. Velen van hen werken overigens niet in de gemeente Den Haag, maar in het Westland, dat niet alle arbeidsmigranten die het aantrekt ook zelf huisvest. Dit heeft de laatste jaren voor wrevel gezorgd bij de omringende gemeenten.

 

Klik hier om de volledige blog te bekijken en lees meer over hoe de huisvestingsvraag a.g.v. de inzet van internationale medewerkers onderdeel kan worden van het vestigingsbeleid van gemeenten.
Deze blog verscheen eerder via de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). Bron: ACVZ (21 februari 2022).

Keurmerk voor huisvesting arbeidsmigranten werkt niet

Het keurmerk SNF dat arbeidsmigranten moet beschermen tegen onleefbare woonruimtes, zegt in de praktijk heel weinig over de kwaliteit van de huisvesting.

Dit opinie-artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (SNF) moet arbeidsmigranten beschermen tegen malafide woningverhuurders. Maar dat keurmerk zegt weinig tot niets over de kwaliteit van de huisvesting, blijkt uit een rondgang van Trouw langs vijftig gemeenten. Zij kennen het keurmerk nauwelijks of vinden dat het er niet in slaagt om een goede kwaliteit van de woning te waarborgen.

Sterker nog, de gemeenten zeggen dat malafide bedrijven het keurmerk gebruiken om zich achter te verschuilen. Slechts vijf gemeenten zijn tevreden over het keurmerk. Het is dit keurmerk dat een centrale rol speelt in een advies van een ambtenarenteam onder leiding van oud-SP-voorman Emile Roemer over de situatie van arbeidsmigranten in Nederland.
Uitzendbureaus kunnen het keurmerk behalen als ze aan een aantal minimale eisen voldoen, zoals een toilet per acht migranten. Ook moet iedere bewoner minstens tien vierkante meter leefruimte hebben, met daarin een kledingkast, een bed en een stoel. Met het certificaat, dat sinds 2013 bestaat, willen het ministerie van binnenlandse zaken, de brancheorganisatie van de uitzendbureaus en vakbond FNV voorkomen dat migranten belanden in vieze, krappe woningen.

Onder de radar blijven
Onder de 674 uitzendbureaus met een SNF-keurmerk zitten veel grote jongens, die ook aangesloten zijn bij brancheorganisaties ABU of NBBU. Die stellen het SNF-keurmerk verplicht. Maar volgens de gemeenten profiteren juist kwaadwillende bedrijven van een huisvestingskeurmerk als het SNF. “Welwillende bedrijven zitten qua standaarden meestal zelf al boven het keurmerk, omdat ze dat graag willen voor hun uitzendkrachten”, vertelt Wiebo Kersten, inspecteur van de gemeente Tiel. “Maar bedrijven met slechte huisvesting voldoen vaak nét aan de voorwaarden van het SNF, om zo onder de radar te blijven werken.”
Als inspecteur bezocht Kersten ruim 300 woningen. Daar zag hij dat het SNF-keurmerk “juist een manier is om aan lastige controles te ontkomen”. Want: juridisch klopt het allemaal net, benadrukt hij. “Maar de woningen die wij aantreffen zijn vaak amper leefbaar te noemen.” Wie eenmaal het keurmerk in handen heeft, verliest dat niet snel: uit het SNF-jaarverslag van 2019 blijkt dat van de 674 gecertificeerde bedrijven, slechts twee dat jaar het keurmerk verloren.

Een uitzendbureau hoort 48 uur van tevoren welke panden de inspecteurs gaan bezoeken, legt Peter Heukelom, oud-huisvestingsmanager van uitzendbureau MarthoFlex uit. “Dan fiets je er even langs om de bezem er doorheen te halen”, knikt hij. “Voor aanvang van een SNF-controle repareerde mijn huisvester meestal het minimale, om door de controles te komen”, verzucht de 23-jarige Czarek Krzemiński uit Polen. “Na zo’n controle gebeurde er weer een jaar niets. Totdat de volgende periodieke controle in zicht kwam.”

Gewoon een appje sturen
Een misstand bij een SNF-gecertificeerde woning leidt niet altijd tot een tweede bezoek. “Als er iets aan de hand is, kun je dat vaak gewoon afdoen met een appje”, vertelt een oud-medewerker van uitzendbureau Marthoflex in Dronten. Volgens de norm van de SNF mag er inderdaad schriftelijk worden gereageerd, bevestigt SNF-secretaris Jolet Woordes. “Als dat tenminste goed via foto’s, facturen of film is te controleren.” Ook bij een grote overtreding mag het schriftelijk worden afgedaan.
Een uitzendbureau met een keurmerk mag maximaal 25 procent van het loon van een migrant aftrekken voor de huisvesting. Zo kan het salaris van een migrant uitkomen onder het minimumloon. Het SNF-keurmerk zegt ook niets over wat een woning redelijkerwijs mag kosten. Recent sloot het Friends Hotel in Waalwijk, een SNF-gecertificeerd pand, zijn deuren na campagnes van FNV. Arbeidsmigranten betaalden er ruim 400 per maand voor een gedeelde kamer, met een douchegordijn als afscheiding.

Roemer: maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van hun werkgever

Maak arbeidsmigranten minder afhankelijk van uitzendbureaus, bepleit oud-SP-leider Emile Roemer in een rapport over de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten. Roemer en zijn Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten komen met vijftig aanbevelingen in het vandaag gepresenteerde rapport Geen Tweederangsburgers.

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

“Er zijn al jaren forse misstanden rondom arbeidsmigranten. Er wordt ook al jaren over gesproken maar er is weinig veranderd”, zegt Roemer. Hij vindt dat uitzendbureaus voortaan een certificaat moeten aanvragen en de eigenaren in het bezit moeten zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. Ook adviseert Roemer dat er meer arbeidsinspecteurs aangenomen moeten worden die de uitzendbureaus gaan controleren.

Een half jaar geleden stelde het kabinet deze speciale commissie aan, onder leiding van Roemer. Hem werd gevraagd met aanbevelingen te komen om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren, zodat het hoge aantal coronabesmettingen in die groep kan worden teruggebracht.
Hoewel het allemaal begon met de corona-uitbraak, kwam het virus niet meer ter sprake tijdens de presentatie van het rapport. Er is door het Aanjaagteam in brede zin gekeken naar de situatie van arbeidsmigranten.

Apart huurcontract
Roemer benadrukt dat er ook uitzendbureaus zijn die het wél goed doen, maar op dit moment zijn arbeidsmigranten te afhankelijk van de bureaus. Die regelen niet alleen het werk, maar ook hun huisvesting en zorgverzekering. “Arbeidsmigranten zijn hierdoor in Nederland erg kwetsbaar.”
Het Aanjaagteam wil bijvoorbeeld dat de arbeidsmigranten een apart huurcontract krijgen. “Vandaag je werk kwijt mag nooit betekenen dat je vanavond je woning kwijt bent”, zegt Roemer. Een arbeidsmigrant zou daarom volgens hem een maand opzegtermijn moeten krijgen.

‘Te veel naar de uitzendbranche gewezen’
De NBBU, die de belangen van de uitzendbureaus behartigt, is kritisch over het rapport. “Met de aanbevelingen pakt het Aanjaagteam de hele uitzendsector aan en wordt het werken met arbeidsmigranten ontmoedigd”, zegt directeur Marco Bastian.

Een andere brancheorganisatie, ABU, is minder kritisch maar de organisatie vindt wel dat er te veel op het conto van de uitzendbureaus wordt geschoven. Volgens de ABU werkt 60 procent van de arbeidsmigranten via een uitzendbureau. Zo’n 40 procent wordt door bedrijven zelf uit het buitenland gehaald. En die groep blijft volgens de brancheorganisatie buiten schot.

Scheiding van bed en baan
FNV is tevreden met het rapport maar de vakbond heeft ook kritiek. Op meerdere punten zijn de ABU en FNV het zelfs eens. Zo vinden beide partijen dat Roemer te weinig ambitie toont. Vooral op het gebied van huisvesting zou er nog veel meer moeten veranderen, zoals een echte scheiding van bed en baan. Onder het voorstel van Roemer blijven uitzendbureaus nog altijd de verhuurder.
Uitzendbureaus zeggen dat er niemand naar Nederland komt als er naast werk geen huisvesting wordt aangeboden. De FNV zegt juist dat de uitzendbureaus aan de huisvesting verdienen. “Zolang er door structurele flexmodellen en fiscale trukendozen extra kan worden verdiend over de rug van arbeidsmigranten, blijft de oorzaak van deze wantoestanden in stand”, zegt FNV-bestuurder Tuur Elzinga.

Ook gemeenten aan de slag
De uitzendbureaus spreken de aantijging tegen. “Gemeenten trekken maar wat graag nieuwe bedrijven aan. Maar te veel gemeenten kijken weg als het gaat om huisvesting van de mensen die daar gaan werken” zegt ABU-directeur Jurriën Koops. De brancheorganisatie is dan ook blij dat Roemer aanbeveelt dat gemeenten voortaan ook moeten nadenken over huisvesting als zij een bedrijf verwelkomen.
De blikken zijn nu gericht op minister Koolmees van Sociale Zaken. Het is nu aan het kabinet om te kijken welke aanbevelingen zullen worden opgevolgd. Roemer benadrukte wel dat ‘de tijd van praten nu echt voorbij is’.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Advies aan kabinet: geef mensen die gebruik maken van malafide uitzendbureaus een fikse boete

Een apk-keuring voor uitzendbureaus moet Oost-Europese arbeidskrachten behoeden voor onzekerheid, uitbuiting en onmenselijke situaties. Dat adviseert het aanjaagteam van Emile Roemer dat is opgericht om arbeidsmigranten te beschermen. 

Dit artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Een boer of vleesverwerker krijgt 8000 euro boete als hij arbeidsmigranten aan het werk heeft via uitzendbureaus die niet aan nieuwe, strengere regels voldoen. Dat is het advies aan het kabinet van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Het is vrijdagochtend overhandigd aan minister Wouter Koolmees van sociale zaken

Bij sommige uitzendbureaus ‘gaat het heel goed’, zegt Roemer. Maar veel van de ruim 14.000 Nederlandse uitzendbureaus opereren in een grijs gebied. En er zijn ronduit malafide ondernemers, die in de ergste gevallen wél zorgkosten van inkomens inhouden, maar hun werknemers niet verzekeren.
Nederland telde volgens het CBS in 2018 ruim vijfhonderdduizend EU-arbeidsmigranten, waarvan een groot deel laaggeschoold werk verricht in de landbouw, de voedselproductie of in distributiecentra. Uitzendbureaus maken soms misbruik van de kwetsbare positie van migranten, die de taal niet spreken, hun rechten niet kennen en afhankelijk zijn van de bureaus voor werk, huisvesting en ziektekostenverzekering.

Eigen slaapkamer verplicht
Kern van het nieuwe advies is een verplichte certificering voor alle arbeidsbureaus, en forse boetes voor wie van niet-gecertificeerde bureaus gebruik maakt. Werk- en huurcontracten zouden daarnaast uit elkaar getrokken moeten worden, waardoor arbeidsmigranten niet meteen op straat staan zodra ze zonder werk komen. Arbeidsmigranten die met beloftes van lange werkweken naar Nederland worden gelokt en vervolgens maar acht uur per week in een distributiecentrum ingezet worden, moeten minimaal twee maanden minimumloon betaald krijgen, zodat ze hier niet in de schulden raken.

Voor woonruimten moeten strengere eisen komen: een eigen slaapkamer is verplicht , net als 15 vierkante meter leefoppervlakte voor elke arbeidsmigrant. Ook moet elk uitzendbureau 75.000 euro inleggen bij inschrijving, zodat lonen alsnog uitbetaald kunnen worden als een malafide onderneming zichzelf plots liquideert en van de radar verdwijnt. Vaak om ergens als een ander bedrijfje terug komen. Voldoet een uitzendbureau niet aan de eisen? Dan is een registratie bij de Kamer van Koophandel niet mogelijk, pleit het team van Roemer.
Sinds het begin van de coronacrisis zijn de erbarmelijke leefomstandigheden van arbeidsmigranten extra duidelijk aan het licht gekomen. Poolse werknemers durven zich niet ziek te melden, omdat ze bang zijn hun baan, huis en toegang tot zorg te verliezen. Sommigen raken dakloos of verblijven in tentenkampen. Pijnlijke beelden die volgens Roemer ‘op ieders netvlies’ staan. Directe aanleiding voor het advies waren de coronabrandhaarden in slachthuizen dit voorjaar. Voor deze werknemers was social distancing onmogelijk en ook werd zichtbaar dat zij vaak geen toegang tot de zorg hadden.

Werkgever als huisbaas
Vakbond FNV is grotendeels blij met het advies. “Dit zou een enorme stap vooruit zijn”, zegt vicevoorzitter Tuur Elzinga. De verplichte certificering is ‘bijna hetzelfde’ als de vergunningsplicht waar de vakbond net als SP, ChristenUnie en PvdA al langer voor pleit. Als alle adviezen door het kabinet gevolgd worden, zal de wildgroei van uitzendbureaus volgens Elzinga ‘absoluut ingeperkt worden.’
Wel is hij kritisch op de mogelijkheid die werkgevers houden om 25 procent van het loon in te houden voor onderdak van werknemers. Elzinga: “Dat is makkelijk cashen; een kwart van het loon inhouden en zo goed verdienen aan goedkope huisvesting. Op deze manier blijft het mogelijk om honderd euro voor een matras te vragen. En blijft de onwenselijke afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever die gelijktijdig huisbaas is in stand.”

Uitzendbrancheorganisatie ABU staat ‘in grote lijnen’ achter het advies van Roemer. “Wij willen ook dat malafide bureaus aan banden worden gelegd”, zegt directeur Jurriën Koops. Maar volgens Koops legt Roemer te veel nadruk op de uitzendbranche, terwijl 40 procent van de migranten direct voor werkgevers zou werken. Daarnaast zijn volgens hem meer onaangekondigde controles een betere oplossing. “We hebben geen tekort aan regels, maar aan handhaving.” Op dit moment is er capaciteit om 1 procent van de uitzendbranche te controleren. Het kabinet heeft eerder al besloten dit uit te breiden, naar 2 procent in 2023. De NBBU, een andere brancheorganisatie voor flexwerk, vindt dat het Roemer-team “doorschiet” in “zijn zucht naar extra regulering.”

Naast de certificering van uitzendbureaus en verbetering van huisvesting, wil Roemer dat uitzendbureaus een zorgplicht krijgen om arbeiders zich in Nederland in te laten schrijven, met mailadressen en telefoonnummers. Op die manier moet er meer zicht komen op de nu vaak ongrijpbare groep. Romer hoopt, zegt hij tijdens de persconferentie vrijdagochtend, is dat arbeidsmigranten in Nederland ‘menswaardig’ behandeld gaan worden. “Net zoals u behandeld zou willen worden als u in een ander land gaat werken.” Minister Koolmees geeft aan dat de Kamer ‘voor het einde van het jaar’ met een reactie op het advies komt.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

Zuid-Holland: arbeidsmigrant nodig bij werkloosheid

Ondanks het oplopend aantal werklozen gaat Zuid-Holland door met aantrekken van arbeidsmigranten door huisvesting te ontwikkelen. Dat stelt de provincie in antwoorden op vragen van Forum voor Democratie (FvD) in Zuid-Holland. Die partij vroeg de provincie naar het aantal werklozen in de regio’s Haaglanden en Rijnmond in coronatijd en de pogingen deze toe te leiden naar werk in onder meer tuinbouw. Die cijfers geeft de provincie, maar daaruit kan niet de conclusie getrokken worden dat arbeidsmigranten minder nodig zijn, schrijft de provinciale bestuurder (gedeputeerde) Willy de Zoete. 

Dit artikel verscheen eerder via GF Actueel.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uitkeringsgerechtigde niet zomaar in te zetten in glastuinbouw
De ruim 111.000 mensen in deze regio’s met een WW- of bijstandsuitkering zijn niet zomaar in de glastuinbouw aan het werk te zetten. “De problematiek is niet onder een noemer te vatten en kent knelpunten aan de kant van de werkzoekende, maar zeker ook aan de kant van de werkgever. Achter elk cijfer zit een verhaal. Het afzetten van aantallen inwoners met een uitkering tegen openstaande vacatures in bijvoorbeeld de tuinbouw of de zorg is daarmee een te simpele voorstelling van zaken en gaat voorbij aan deze problematiek.”

Economische belang van de arbeidsmigranten
De provincie verwijst naar onderzoek waaruit het economische belang van de arbeidsmigranten blijkt voor de Zuid-Hollandse economie. Dat maakt huisvesting voor arbeidsmigranten ook een onderwerp voor de regionale overheid. Ook wijst de provincie op onderzoek van Wageningen Universiteit & Research naar arbeidsomstandigheden in de tuinbouw die verbeterd zouden kunnen worden. Vaak wordt de bereikbaarheid van bedrijven als drempel genoemd om er te gaan werken, schrijft de provincie.

Akkoord met tuinbouw in Greenport West-Holland
Bovendien wijst de provincie op het gesloten deelakkoord Human Capital met de tuinbouw in Greenport West-Holland. Hierin zijn afspraken gemaakt over de scholing van werkenden en de transities van werk-naar-werk. Ook is daar de toeleiding naar de tuinbouw van mensen in een uitkeringssituatie meegenomen. Wat de doelstellingen precies zijn van dit akkoord, schrijft de provincie niet.

Bekijk het hele artikel verder via GF Actueel.

Woonsituatie voor arbeidsmigranten blijkt onveranderd bar slecht

De situatie van arbeidsmigranten ten opzichte van het begin van de coronacrisis blijft onveranderd: bar slecht. De arbeidsvoorwaarden zijn matig, áls die er al zijn, en de woonomstandigheden zijn schrijnend. “Wekelijks hebben we te maken met uithuiszettingen”, vertelt Bart Plaatje in De Nieuws BV.

Dit artikel verscheen eerder via De Nieuws BV.
Bekijk en beluister hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Polen, Bulgaren, Roemenen: uitzendbureaus zijn gek op ze. Maar, goed voor ze zorgen dat lukt ons nog steeds niet, vooral bij de huisvesting stapelen de misstanden zich op. Met zijn drieën op een kamer van 15 vierkante meter voor een huurhoge prijs is een veel voorkomende situatie voor arbeidsmigranten en ook vechten tegen bedwantsen is volgens FNV campagneleider Bart Plaatje “geen uitzonderlijk geval”.

Bed en baas onder één koepel
Werkgevers zorgen voor huisvesting van de arbeidsmigranten. Zij wijten de schrijnende woonsituaties aan een tekort aan huisvesting. “Maar dat is maar een deel van de oorzaak”, zegt Plaatje. “Zolang je geld kan verdienen aan de huisvesting, kan je de prijs van de arbeid die mensen moeten verrichten naar beneden drukken en dan heb je valse concurrentie. Iemand met een vast contract is niet relevant als je aan iemand z’n bed kan verdienen. Dat is de basis van het probleem dat hier speelt.”

“Zolang bed en baas onder één koepel hangen kom je terecht in 1900, waar een fabriekseigenaar mag bepalen wie in een huis naast de fabriek mag wonen en wie niet”, aldus Plaatje. “We zien op wekelijkse basis dat arbeidsmigranten op straat terechtkomen. Tussen donderdag en zaterdag staat bij ons de telefoon roodgloeiend, dan staan er altijd wel ergens in het land arbeidsmigranten op straat.”
Als arbeidsmigranten op straat komen te staan probeert Plaatje om andere uitzendbureaus zo ver te krijgen dat ze de op straat gezette arbeiders opvangen, “en soms lukt het ons, maar soms ook niet.”

Onveranderde, bar slechte situatie
Aan het begin van de coronacrisis is deze schrijnende woonsituatie aan het licht gekomen, maar volgens CDA-Kamerlid Hilde Palland-Mulder speelt het al veel langer. Bovendien lijkt de situatie vooralsnog onveranderd en is de gemiddelde woonsituatie voor arbeidsmigranten bar slecht.
“Er zijn wel goede initiatieven en partijen die het netjes doen of willen doen, en er is ook huisvesting die aan keurmerken voldoet. Maar we zien dat maar 25% van de bedden die voor arbeidsmigranten beschikbaar zijn, voldoet aan een dergelijk keurmerk”, zegt Palland-Mulder in De Nieuws BV. “Wat ons betreft moet dat veel groter en veel breder worden uitgerold.”

Zo vindt Palland-Mulder dat gemeentes bijvoorbeeld in lokale regelgeving moeten vastleggen waaraan de huisvesting moet voldoen. Daarnaast moeten malafide bureaus volgens het Tweede Kamerlid worden aangepakt: “Daar moet de inspectie op inzetten.”

Bed en baas scheiden?
Is het dan niet noodzakelijk om de huisvesting en de baan van elkaar te scheiden? Volgens Palland-Mulder niet: “Ik ben bang dat dat een theoretische oplossing is. Stel dat een arbeidsmigrant deze kant op komt en huisvesting is niet geregeld, dan ben je overgeleverd aan een overspannen woningmarkt.” Bovendien kunnen malafide bureaus een aparte BV oprichten om huisvesting te regelen, “en dan hebben ze de regelgeving omzeild”, zegt Palland-Mulder.
Daarnaast is het volgens het CDA-Kamerlid van belang dat de arbeidsmigrant de optie heeft om van de geregelde huisvesting af te zien. “Ze moeten een keuze hebben om het zelf te organiseren.”

Bekijk en beluister het hele artikel verder via De Nieuws BV.

‘Mensonterend’, coronaregels lijken niet te gelden voor huisvesting van arbeidsmigranten

De meeste arbeidsmigranten zijn wel op de hoogte van de coronamaatregelen, maar zijn niet bij machte om die goed na te leven. De nieuwe, strenge regels tegen de verspreiding van het coronavirus, lijken op veel plekken in Brabant niet te gelden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Bijvoorbeeld in hotel Friends in Waalwijk waar ze onbeschermd met drie man tegelijk in een klein kamertje moeten overnachten: “Ze snurken ‘s nachts over elkaar heen.”

Dit artikel verscheen eerder via Omroep Brabant.
Lees hier het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Hotel Friends in Waalwijk gaat nu dicht, maar volgens de FNV is het nog op veel meer plekken foute boel. “Ze hebben de moed opgegeven. Je hebt het maar te accepteren, anders sta je op straat. Mensen delen kamers met vreemden. De ventilatie is slecht, het onderhoud is slecht. De mensen vinden het ook vreselijk om hier te wonen”, zegt FNV-bestuurder Bart Plaatje.
Per 1 november sluit hotel Friends permanent de deuren en verplaatst het uitzendbureau de arbeidsmigranten naar een nieuw pand bij logistiek bedrijf Ingram Micro in Waalwijk. “Het is volstrekt onverantwoord wat er hier in de uitzendbranche gebeurt. Gelukkig zijn we het eens geworden dat het hier zo niet langer kan”, vertelt Plaatje.
De bond is blij dat hotel Friends in elk geval de deuren sluit. “Op 2 november wil ik hier ceremonieel een ketting om de deur komen hangen.” Maar daarmee zijn ze er nog niet: “In deze regio zijn nog veel meer misstanden met huisvesting. In caravans, in stallen, in kelders. Wat hier gebeurt is mensonterend, al helemaal in coronatijd.”

Bekijk het hele artikel verder via Omroep Brabant.