Zorgen om coronabesmettingen arbeidsmigranten, ‘breder onderzoek echt nodig’

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

20 procent van de personeelsleden van slachterij Vion in Groenlo is besmet met het coronavirus. Hoe het komt dat het besmettingspercentage zo hoog is, staat nog niet vast. Mogelijk speelt krappe huisvesting een rol.
Medewerkers van slachthuizen zijn vaak arbeidsmigranten uit Bulgarije, Roemenië en Polen. Via een uitzendbureau worden ze ingezet. “Ik ben geen viroloog, maar veel werknemers slapen samen, hoesten bijna over elkaar heen, gaan samen in een bus naar het werk en delen soms met wel 40 man een keuken. Dan is het lastig om anderhalve meter afstand te bewaren”, reageert Bart Plaatje van FNV.
Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid zegt dat de slachthuizen die voor morgenavond onvoldoende aantonen dat zij al het mogelijke doen om coronabesmettingen te voorkomen, moeten sluiten. De inspecties zullen zich niet alleen richten op de situaties in de slachthuizen, maar ook hoe personeel wordt vervoerd en hoe ze wonen.

Risico’s in andere sectoren
Niet alleen in de vleessector, ook in de land- en tuinbouw, bouw en in distributiecentra werken arbeidsmigranten. Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog, zegt in Met het Oog op Morgen dat het na coronabesmettingen in vleesverwerkende bedrijven, wachten is op besmettingen in andere sectoren. “Veiligheidsregio’s en GGD’s moeten dit nu onderzoeken en zich niet alleen richten op de slachthuizen”, vindt Veerman.
Van de naar schatting 400.000 arbeidsmigranten in Nederland, werken er 12.000 in de vleesindustrie. Veerman noemt het hoge besmettingsniveau van 20 procent in slachthuizen “alarmerend” en wil daarom breder testen. “Ik vind het onbestaanbaar dat dit niet breder onderzocht wordt in andere sectoren waar veel arbeidsmigranten werken.”

Vakbond FNV vraagt al langer aandacht voor leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Vicevoorzitter Tuur Elzinga noemt het probleem ‘zeer actueel’ vanwege coronabesmettingen in slachthuizen: “De middeleeuwse situatie waarbij je baas ook je huisbaas is, moet afgelopen zijn.”
Het toezicht op de handhaving van coronamaatregelen is versnipperd. Elzinga: “De veiligheidsregio’s gaan over huisvesting, politie over vervoer, de arbeidsinspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over veiligheid.” In een brief pleit FNV voor een structurele aanpak.

Bart Plaatje: “Er wordt niet getest op corona in sectoren waar veel arbeidsmigranten werken, dus zeker weten doen we het niet. Het kan ook liggen aan de vleesverwerkende industrie. Mogelijk grijpt het virus daar sneller om zich heen om wat voor een reden dan ook. Maar ik geloof in deze situatie eerder in en/en, dan in en/of.”
Afgelopen weekend sprak Plaatje twee Bulgaren die bij Vion werkten, om persoonlijke redenen werden ontslagen en uit huis werden gezet. Ze hadden koorts, zijn naar de dokter gegaan en wachten de uitslag van de coronatest nu elders af. Plaatje wil vanwege dit soort voorbeelden dat arbeidsmigranten niet langer mogen wonen in huizen van hun uitzendbureau. “Scheiden van bed en brood moet nu echt eens geregeld worden.”
De ChristenUnie en de SP hebben in december een plan ingediend om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maandagmiddag debatteert de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierover.

 

7 tips voor de huisvesting van short stay arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten zijn hard nodig voor de lokale en regionale economie. Toch wordt deze groep vooral geassocieerd met overlast en uitbuiting. Ook zijn er volop vragen over goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Want deze groep duikt bijvoorbeeld vaak op in vakantieparken. Het netwerk van Middelgrote Gemeenten (M50) en Platform31 organiseerden de Expertsessie arbeidsmigranten. Hier kwamen zo’n zeventig bestuurders en beleidsmedewerkers van overheden en marktpartijen samen tot 7 tips voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

 Bekijk hier het originele artikel via Platform31, of lees hieronder verder.

Tip 1: Neem je verantwoordelijkheid
Wees je als bestuurder van een gemeente of provincie ervan bewust dat je een verantwoordelijkheid hebt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Denk aan het grote economisch belang binnen je gemeente of regio. Sommige regio’s zouden economisch instorten zonder de doelgroep, anderen zien arbeidsmigranten als oplossing om krimp tegen te gaan. Neem ook de verantwoordelijkheid voor de precaire positie waarin arbeidsmigranten vaak verkeren wanneer ze in illegale huisvesting wonen. Afwachten is geen optie, want het aantal arbeidsmigranten gaat naar verwachting alleen maar toenemen. “Het is onze verantwoordelijkheid om bepaalde situaties niet te accepteren”, benadrukt dagvoorzitter Hamit Karakus (Platform31) tijdens de expertsessie.

Voorbeeld: Tijdelijke huisvesting in Putten
In Putten regelt de gemeente de huisvesting in een van de vakantiepark. De gemeente weet dankzij een nachtregister precies wie hier verblijven – ook met het oog op de (brand)veiligheid. Om het voor omwonenden acceptabel te maken, is de afspraak gemaakt dat deze woonsituatie tijdelijk is. Over een paar jaar wordt het park getransformeerd naar groen en parkeren.

Tip 2: Vraag om een eerlijke verdeling
Spreek de rijksoverheid aan op haar verantwoordelijkheid en vraag om een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Gemeenten die zich bereidwillig inzetten voor de huisvesting, doen dit vaak alleen voor ‘hun’ eigen arbeidsmigranten. Zij willen niet met kostbare middelen het woonvraagstuk van andere steden of bijvoorbeeld de Rotterdamse haven oplossen. Short stay arbeidsmigranten verplaatsen echter veel, waardoor je niet altijd duidelijke grenzen kunt trekken. Na een vakantieparkcontrole verplaatst de ondernemer bijvoorbeeld zijn arbeidsmigranten naar een ander vakantiepark en daarmee verplaatst het probleem zich – het zogenoemde waterbedeffect. Dan kan het Rijk een rol spelen.

Tip 3: Kweek allianties
Werk als één overheid samen en vorm samenwerkingsverbanden in de regio. Met een sterkere informatiepositie en samenwerking op regionaal niveau komen gemeenten en uitvoerende diensten malafide ondernemers sneller op het spoor en kunnen ze huisvesting uit de illegaliteit halen. Zo voorkom je als overheid makkelijker dat je onbedoeld uitbuitingssituaties faciliteert.

Voorbeeld: Ariadneproject in Gelderland
In het Ariadneproject werken alle 51 Gelderse gemeenten, provincie Gelderland, het Openbaar Ministerie, politie, het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), de Belastingdienst, Koninklijke Marechaussee en Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW) samen. Het project brengt geldstromen in kaart en kan zo situaties van (arbeids)uitbuiting boven tafel krijgen. Dat maakt duidelijk verschil: de samenwerkingspartijen zien dat een aantal uitzendbureaus haar huisvestingsbeleid aanpast.

Tip 4: Vraag ondernemers om een woest aantrekkelijk plan
Verleid lokale ondernemers om een huisvestingsplan te maken waar je als gemeente geen ‘nee’ tegen kunt zeggen. Stel randvoorwaarden op en denk mee over locaties. Laat je voorlichten en doe als bestuurder eerst regionaal onderzoek onder grote bedrijven: hoeveel arbeidsmigranten hebben zij in dienst? Hoe groot is het aandeel arbeidsmigranten binnen de eigen beroepsbevolking? “Alleen op de plekken waar gemeenten en ondernemers elkaar weten te vinden ontstaat transparantie en zien we goede praktijken rondom huisvesting”, brengt Wim Reedijk van Expertisecentrum Flexwonen in tijdens de bijeenkomst.

Voorbeeld: Labour Hotel Waalwijk
In het Labour Hotel Waalwijk werkt de gemeente nauw samen met lokale ondernemers en verschillende uitzendbureaus aan kwalitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten. Het hotel is voor het SNF-keurmerk geïnspecteerd en de Stichting Normering Flexwonen (SNF) wil vanaf 2021 ieder pand ieder jaar controleren. Ondertussen komt er in Waalwijk een derde grootschalige campus voor arbeidsmigranten bij Ingram Micro. De huurkosten voor de arbeidsmigrant blijven hierbij binnen de perken. Het logistieke bedrijf compenseert namelijk voor de prijsopdrijving die ontstaat door schaarste in de woningmarkt.

Tip 5: Beïnvloed de beeldvorming
De huisvesting van arbeidsmigranten ligt vaak politiek gevoelig. De gemiddelde Nederlander denkt bijvoorbeeld aan de concurrentie op de woningmarkt , overlast door overbewoning, verkeer in de straat om 5 uur ’s ochtends en een gebrek aan parkeerplaatsen. Toon als bestuurder lef en praat met je bewoners hierover. Deel ook positieve voorbeelden over arbeidsmigranten.

Tip 6: Sluit aan bij de beleving van arbeidsmigranten zelf
In de beleidsvorming en aanpak wordt veel gesproken óver (short stay) arbeidsmigranten, maar weinig mét hen. Wat vinden zij belangrijk tijdens hun verblijf? Tegen welke obstakels lopen zij op? Hoe lang willen ze blijven? Vraag je ook af of je wel representatieve mensen spreekt. Praat hierover met ondernemers, bezoek een vakantiepark of word als gemeente actief op sociale media of fora voor arbeidsmigranten.

Tip 7: Verruim je blikveld
Kies voor een integrale aanpak. Rust op het gebied van huisvesting betekent vaak dat er sprake is van minder overlast en uitbuitingssituaties. Short stay arbeidsmigranten brengen echter een breder palet van neveneffecten met zich mee. Met name wanneer mensen toch langer willen blijven. Denk aan onzichtbaarheid doordat ze niet staan ingeschreven, (valse) concurrentie op de markt, verdere druk op de woningmarkt, dak- en thuisloosheid en vraagstukken over zorg, welzijn en integratie. Bij de overgang van kort naar middellang of permanent verblijf is een snelle aanpak dus niet de oplossing. Zorg liever voor continuïteit en borging in reguliere werkprocessen van de gemeente.

 

Hoe moeilijk het is als arbeids­migrant vooruit te komen, daar weet de Poolse Barbara Gesam alles van

Oost-Europeanen werken en wonen hier vaak in beroerde omstandigheden, blijkt uit nieuw onderzoek. Barbara Gesam, haar man en hun pasgeboren dochter dreigen hun huis uit te worden gezet. Ze vertellen hoe moeilijk het leven is als arbeidsmigrant in Nederland.

Dit artikel verscheen in Trouw. Klik hier voor het originele artikel op de website van Trouw, of lees hieronder verder.

Met haar pasgeboren baby in een draagzak stapt Barbara Gesam de beschimmelde woonkamer in Rotterdam-Zuid binnen. Haar Tsjechische partner Michal Dicko zit op de bank, moe van een lange dag. Huisgenote Wioleta Osinska, ook uit Polen, zit naast hem. De drie zijn in opperste staat van paniek. Ze vrezen op straat terecht te komen.
Oost-Europese arbeidsmigranten verkeren in een structureel achtergestelde positie op de Nederlandse arbeidsmarkt, stelt promovenda Anita Strockmeijer vandaag in haar proefschrift. Ze spreken de taal niet, werken in sectoren met lage lonen en veel baanverlies. De mogelijkheden tot opwaartse mobiliteit zijn gering.
Hoe moeilijk het is als arbeids­migrant vooruit te komen weten ­Gesam, haar partner en huisgenote maar al te goed. Eerst werkten ze bij een uitzendbureau dat hen in Zuid-Beijerland (Zuid-Holland) huisvestte. Om zich in een betere uitgangspositie te manoeuvreren wisselden de drie van uitzendbureau. Met hulp van een Poolse makelaar en tussenpersoon die lang in Nederland woont, huurden ze een appartement met twee slaapkamers voor 1400 ­euro per maand, plus een ruime ­vergoeding voor de makelaar.

Schimmel in huis
Niet dat het zo’n stap vooruit is. Via het uitzendbureau werkt Dicko met bloemen, in een fabriek die wasabi produceert of als schoonmaker van machines. Osinska houdt zich bezig met gekoelde groenten en fruit. Maar ze hebben een eigen plek en zijn niet langer afhankelijk van de grillen van een baas.
Of dat dachten ze. Want al snel na hun verhuizen groeide schimmel uit de hoeken van het huis. Ze huren inclusief meubels, maar betalen desondanks voor een nieuwe wasmachine. Een opening in de muur dichtten ze zelf. De intercom en elektriciteitsdraden hangen vast met tape. Vier maanden na hun verhuizing is de inschrijving bij de gemeente nog altijd niet rond. Volgens de arbeidsmigranten komt dat doordat de beloofde hulp van de Poolse tussenpersoon niet voldeed, de makelaar zegt dat de bewoners niet op kwamen ­dagen bij een afspraak.
Als klap op de vuurpijl wil de huisbaas hen vanwege hun houding uit huis zetten, met een week opzegtermijn, al mag dat juridisch niet. “Hij zei: ‘Ik maak jullie dood’”, zegt Dicko, terwijl hij een gebaar langs zijn keel maakt. Hij kreeg op straat een trap. Rond dezelfde tijd bonsden drie potige mannen zo hard op de voordeur dat het venster sneuvelde.

Onveilig gevoel
Op hulp hoeven ze nauwelijks te rekenen. Met haar baby van een maand in een draagzak sjouwt kersverse moeder Gesam al dagen van gemeentebalie naar Leger des Heils en daklozenopvang. Geen instantie biedt een niet-ingeschreven Pool of Tsjech een bed, bewijs van werk of niet. “We hebben drie weken opvang nodig, zodat we tijd hebben om iets nieuws te zoeken. Ik wil niet op straat leven met een baby”, zegt ze.
Uit voorzorg hebben de drie hun spullen ingepakt en een deel van de boedel naar Polen gestuurd. Ze zochten al naar tickets voor een terugkeer naar Polen, toen de politie alsnog met de huisbaas in gesprek ging. De Poolse makelaar stelt dat de gemeente tegen de huisbaas heeft gezegd dat subiete uitzetting niet mag, maar wil verder niets zeggen. De huisbaas was gisteravond niet ­bereikbaar voor commentaar.
Vooralsnog verblijven Gesam en haar huisgenoten in hun beschimmelde appartement, al is de deadline verstreken. Veilig voelen ze zich ­bepaald niet. Gesam: “Ik wil niet in dit huis blijven. Ze kunnen ons ­vermoorden. Ze kunnen onze spullen op straat zetten, ze hebben de sleutels.”

Bron: Trouw (12 februari 2020).

 

West-Brabanders werken huisvesting arbeidsmigranten tegen, ook bestuurders laten ze zitten

West-Brabantse gemeenten hebben te weinig aandacht voor arbeidsmigranten, concluderen onderzoekers. Lokale bestuurders tonen vaak weinig inzet voor huisvesting. Of de eigen bevolking werkt ze daarin tegen.

Die conclusies zijn te lezen in het onderzoeksrapport Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de mensen(handel), dat is opgesteld in opdracht van de provincie Brabant. In het rapport uiten de onderzoekers forse kritiek op de manier waarop in West-Brabant wordt omgegaan met de huisvesting van werknemers uit het midden en oosten van Europa.

Onmogelijke ambitie
De ambitie om nog dit jaar 9500 legale woonplekken voor deze arbeiders te creëren, omschrijven zij als ‘vooralsnog onmogelijk’. Daarvoor dragen ze diverse oorzaken aan. Zo varieert het draagvlak voor de onderdak van buitenlandse werknemers nogal. Niet elke gemeente beschouwt het onderwerp als prioriteit; daarom zijn veel plaatsen vooral bezig met de eigen, lokale problemen.
Ook zijn er veel West-Brabantse gemeenten die alleen naar huisvesting willen kijken voor mensen die binnen hun eigen grondgebied werken.
Slechts twee plaatsen in West-Brabant, Zundert en Drimmelen, informeren zelf ‘hun’ buitenlandse werknemers over wonen­­ en werken in Nederland. De rest laat dat over aan werkgevers of uitzend­organi­saties.

Toeristenbelasting
Een vast overlegmoment tussen gemeente, uitzendbureaus en migranten inhurende bedrijven, bestaat in veel plaatsen niet. Als er al onderling wordt gepraat, dan gaat het hooguit over zaken als fraude, overlast en de verplichting om toeristenbelasting te betalen.
Verzet van de plaatselijke bevolking speelt een grote rol bij de haperende huisvesting: ‘Burgerweerstand heeft als een rem gewerkt op de regionale huisvestingsopgave’, concludeert het rapport.
Begin 2019 deed de provincie nog een oproep aan West-Brabant om in actie te komen: doe meer aan onderdak voor buitenlanders die hier werken. Zonder resultaat: ‘Door het burgerverzet is juist gas teruggenomen.’

Geen belangenbehartigers
Waar wél werk is gemaakt van onderdak, ‘daar lijken integratie en participatie naar de achtergrond geschoven’. Anders gezegd: de arbeidsmigranten worden er min of meer aan hun lot overgelaten. Die eenzame situatie wordt benadrukt door het ontbreken van steun in de West-Brabantse samenleving. Want, constateren de onderzoekers, ‘er zijn in deze regio geen lokale organisaties actief die specifiek de belangen van migranten behartigen’.

De opstellers van het rapport hebben het idee dat arbeidsmigranten in West-Brabant worden beschouwd als een noodzakelijk kwaad: ‘Wel nodig, niet zichtbaar’.
Terwijl ze worstelen met de Nederlandse taal, de regels en amper contact maken met de lokale bevolking, is er nauwelijks aandacht voor hun kwetsbare situatie. Dat heeft gevolgen, menen de onderzoekers: ,,Misstanden worden niet of minder snel opgemerkt. Het idee kan ontstaan dat er zelfs helemaal geen misstanden zijn.’’
Het rapport werd opgesteld door Tilburg University en het Coör­dinatiecentrum tegen Mensenhandel.

Bron: BN De Stem.nl (9 februari 2020).

 

Vanaf 2021 SNF-keurmerk per pand en scherpere normen

Op 15 januari heeft het bestuur van Stichting Normering Flexwonen (SNF) besloten om het advies van de commissie toekomstvisie SNF op te volgen en in 2021 certificering per pand in te voeren. Dit houdt in dat alle panden die worden ingezet voor huisvesting van arbeidsmigranten periodiek geïnspecteerd zullen worden, daar waar tot nu toe jaarlijks een steekproef van de door de onderneming gebruikte locaties wordt geïnspecteerd. Ook verscherpt SNF haar normen.

Het bestuur van de Stichting heeft in het najaar van 2019 een commissie toekomstvisie SNF ingesteld met vertegenwoordigers vanuit de uitzendsector, de huisvestingssector en de vakbond. Deze commissie had de opdracht om te komen tot advies over de keurmerkeisen én de inspectiemethode op de middellange termijn. Deze commissie heeft aanbevelingen gedaan op het vlak van hygiëne, privacy en klachtenafhandeling, maar vooral geadviseerd om een 100%-controle in te voeren van de panden die worden gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Voorzitter Koos Karssen: “In de Nationale Verklaring Huisvesting Arbeidsmigranten uit 2012 spraken partijen af om met steekproeven te werken. In het afgelopen jaar hebben we met heel veel partijen intensief overleg gevoerd over een betere controle op de huisvesting om een fatsoenlijk niveau van huisvesting te realiseren. In de Kamerbrief van 21 december 2019 ‘Integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten’ schrijven de Ministers over het belang van goede huisvesting en de noodzaak om misstanden te voorkomen. De tijd is nu echt rijp voor een 100%-controle van de panden die worden ingezet voor huisvesting van arbeidsmigranten.”

Voorgesteld wordt ook om ‘toezicht en beheer’ toe te voegen aan de normen. Voor bewoners houdt dat onder andere in dat bij de grote locaties een beheerder beschikbaar is. Voor omwonenden moet er in elk geval een aanspreekpunt bij de verhuurder bekend zijn. Ook wordt de staat waarin de locatie verkeert in de toekomst gecontroleerd. “Het advies is vergaand en het zal nog veel voeten in de aarde hebben om alles te realiseren, maar het signaal van alle partijen is duidelijk: controles per pand en scherpere normen zijn gewenst om de kwaliteit van huisvesting voor de arbeidsmigrant te garanderen. Daar gaan we hard voor aan de slag en wij zijn voornemens periodiek een update te geven”, aldus Karssen.

Bron: Normering Flexwonen (22 januari 2020).

 

‘Huisvestingsnorm arbeidsmigranten moet in cao’

Werkgevers en werknemers vrezen dat de komst van nog meer buitenlandse werknemers de nu reeds omvangrijke huisvestingsproblemen verder zullen verergeren. Daarom willen ze in cao’s afspreken om zich te houden aan minimale kwaliteitsnormen, zoals die nu al bestaan voor de uitzendbranche en de agrarische sector. De kans is namelijk levensgroot dat werkgevers in andere sectoren met veel arbeidsmigranten, zoals de logistiek, op afzienbare termijn ook buiten de uitzenders om werknemers naar Nederland gaan halen en ook zelf hun huisvesting gaan regelen. Dat zou tot nog meer uitwassen met beddenverhuur of een wildgroei aan sectorale keurmerken kunnen leiden, vrezen vooral de vakbonden.
‘We willen eigenlijk naar een gewoon huurrecht zoals dat ook geldt voor studentenkamers, maar op deze manier zetten we het in ieder geval aan de onderkant dicht’, reageert FNV-bestuurder Erik Pentenga.

Dit artikel verscheen eerder in het Financieel Dagblad. Bekijk hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Spoedoverleg
De nieuwe afspraken zijn op centraal niveau gemaakt tussen werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO-Nederland en vakbonden FNV, CNV en VCP. Ze zijn vastgelegd in een aanbeveling die eind vorig jaar is verzonden naar alle partijen in het land die over cao’s onderhandelen. Als cao-partners aan de minister van Sociale Zaken vragen een cao algemeen verbindend te verklaren – waardoor die voor alle bedrijven in een sector geldt – moeten ze ook de huisvesting meenemen.
Tegelijkertijd hebben ze ministers Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) gevraagd om spoedoverleg met de ondertekenaars van de Nationale Verklaring (Tijdelijke) Huisvesting (EU-)Arbeidsmigranten uit 2012. Daar zitten behalve de rijksoverheid, werkgevers en vakbonden ook de gemeenten, commerciële verhuurders en woningcorporaties bij. ‘Hernieuwde samenwerking moet ertoe leiden dat de tekorten aan huisvesting en de misstanden met spoed worden teruggedrongen.’

Half miljoen
De ministers gaan daar graag op in, maar er is nog geen datum, zegt een woordvoerder van Koolmees woensdag. De minister staat positief tegenover afspraken over gecertificeerde huisvesting, al zijn cao’s een zaak voor sociale partners. Vlak voor kerst lieten vijf betrokken bewindslieden al in een brief weten dat ze de ‘goede intenties die uit de Nationale Verklaring spraken, willen doorontwikkelen.’
Er werken een kleine 500.000 mensen uit andere EU-landen in Nederland. Polen vormen veruit de grootste groep. Vier op de vijf Oost-Europeanen zitten op of net boven het minimumloon. Volgens de arbeidsinspectie misbruiken werkgevers huisvesting als verdienmodel. Werknemers zijn soms meer aan huur kwijt dan de 25% van het minimumloon die de werkgever maximaal mag inhouden, maar overtredingen zijn lastig te achterhalen.

Bron: Financieel Dagblad (9 januari 2020).

 

Ministeries komen met integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten

Het kabinet werkt aan een integrale aanpak waarbij misstanden bij EU-arbeidsmigranten worden aangepakt en tegelijkertijd werk- en woonomstandigheden worden verbeterd. In een brief aan de Tweede Kamer beschrijven de ministers Koolmees, Knops en Van Veldhoven en de staatssecretarissen Van Ark en Keijzer waar deze integrale aanpak uit bestaat.

In de aanpak werkt het kabinet samen met provincies, gemeenten, sociale partners, internationale partners, niet-gouvernementele organisaties en andere private partijen. De focus ligt op zes onderwerpen: voorlichting, registratie, huisvesting, de afhankelijkheidsrelatie van werkgevers, de aanpak van malafide uitzendbureaus en melding van misstanden.
In deze integrale aanpak ingezet op aanvullende eisen voor Nederlandse en buitenlandse uitzendbureaus en zal de waarborgsom voor uitzendbureaus nader worden bekeken. Daarnaast worden er acties in gang gezet die ervoor zorgen dat de voorlichting, registratie en huisvesting van arbeidsmigranten worden verbeterd.
De integrale aanpak die in deze brief beschreven is, kan niet uitgevoerd worden zonder dat alle betrokken partijen op een gestructureerde manier met elkaar gaan samenwerken. Dat betekent dat overheden op nationaal en decentraal niveau beter met elkaar moeten samenwerken en daarbij de sociale partners, ngo’s en andere organisaties betrekken. Alleen met een gezamenlijke visie en gezamenlijke acties kunnen problemen op tijd gesignaleerd en aangepakt worden. Alle partijen moeten hun rol pakken. Regionale samenwerking door publieke en private partijen is daarbij essentieel.

Klik hier om de volledige kamerbrief te downloaden.