Blijven of gaan? ‘Expats beter ingeburgerd dan mensen denken’

Je zal maar net je hele hebben en houden hebben verhuisd naar een ander land, voor een mooie nieuwe baan. Een huis gezocht, wellicht een school voor je kinderen en meer van dat soort regeldingen: alles staat klaar voor een carrière in Nederland. En dan wordt je proeftijd niet verlengd.

Dit artikel verscheen eerder via RTL Nieuws.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Dat zegt Robin Pascoe, hoofdredacteur van DutchNews.nl, een website met Engelstalig nieuws over Nederland. Zij kent de community goed.

Diverse groep
“Voorheen werd je uitgezonden door het bedrijf waar je werkte. Nu komen veel mensen gewoon uit zichzelf naar Nederland en zoeken hier dan naar werk. Het is een hele diverse groep”, zegt zij.
De laatste jaren groeide het aantal internationale kenniswerkers in ons land gestaag, blijkt uit cijfers van het CBS. Van zo’n 220.000 in 2003/2005 naar 380.000 in 2016/2018. Het merendeel wortelt in Europa. Een vijfde van hen werkt als zelfstandige.

Diverse groep werkenden
Nederland telde in de periode 2016 tot 2018 gemiddeld zo’n 380.000 kenniswerkers uit het buitenland, ook wel ‘expats’ genoemd. Ze gingen vooral in de grote steden wonen, dichtbij grote internationale bedrijven in ons land, of bij kleine innovatieve start-ups.

Huurprijzen dalen in Randstad
In de Randstad merken ze dan ook als eerste dat expats niet meer komen. De huurprijzen daar zijn voor het eerst in jaren gedaald, becijferde huurplatform Pararius deze week. Een van de voornaamste redenen: de teruggelopen interesse onder expats.
De laatste jaren werden expats juist genoemd als ‘prijsopdrijver’. Volgens Pascoe niet vanwege hun riante salarissen, maar omdat ze geen alternatief hadden op het gebied van huisvesting. “Als je geen netwerk hebt in Nederland weet je niet wat normaal is. Dan denk je dat het gebruikelijk is om zulke hoge huren te betalen”, legt ze uit.

Reisbeperkingen en onzekerheid
‘Nieuwe’ expats zijn er de laatste maanden even niet, vanwege de reisbeperkingen door het coronavirus en de onzekerheid over de economie. Maar werknemers uit het buitenland die al in Nederland waren zijn over het algemeen gewoon hier gebleven, volgens Robin Pascoe.
“Expats zijn hier beter ingeburgerd dan mensen denken”, zegt ze tegen RTL Z. “Als je hier je baan hebt, waarom zou je dan teruggaan?”
Dat beaamt Linda van den Berg. Zij werkt als business unit manager voor Holland Employment Experts, een bedrijf dat onder meer gespecialiseerd is in de bemiddeling tussen werkgevers en kenniswerkers uit het buitenland. “In veel gevallen hebben zij banen die moeilijk te vervullen zijn, dus werkgevers willen hen graag behouden. Ook als er afscheid genomen moet worden van mensen, merken we dat deze groep gespaard wordt”, laat ze desgevraagd weten.

Bekijk hier het originele artikel via RTL Nieuws.

Werk en gezin belangrijkste migratiemotieven voor immigranten

In 2018 kwamen 191.000 immigranten naar Nederland die geen Nederlandse nationaliteit hadden. Voor de 110.000 immigranten uit EU- of EFTA-landen (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) was werk het belangrijkste migratiemotief. De 81.000 immigranten die van buiten de EU/EFTA kwamen hadden gezinshereniging of -vorming als voornaamste reden. Dat blijkt uit cijfers van het CBS over migratiemotieven.

Dit artikel verscheen eerder via CBS.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de EU-uitbreidingen van 2004 en 2007 werd arbeidsmigratie een steeds belangrijker motief voor EU- en EFTA-burgers. Sinds 2013 is werk belangrijker dan gezin als migratiemotief voor deze groep. Bijna 40 procent kwam in 2018 naar Nederland om te werken.

 

Alle EU-/EFTA-burgers kunnen volgens de Europese wetgeving zonder tewerkstellingsvergunning in een EU-land aan het werk. Voor Polen en de andere landen die in 2004 lid werden van de EU geldt dat vanaf 2007, voor Bulgarije en Roemenië vanaf 2014.
Voor mensen van buiten de EU/EFTA wordt het motief om naar Nederland te komen meer beïnvloed door beleidsmaatregelen en de politieke situatie elders in de wereld. De afgelopen twintig jaar was gezinshereniging en -vorming een grote drijfveer om naar Nederland te komen, samen met asielmigratie (1999-2002 en meer recent vanaf 2014). Tegelijkertijd liep het aantal arbeids- en studiemigranten geleidelijk op. In 2018 kwam een derde van de migranten van buiten EU/EFTA in het kader van gezinshereniging of -vorming naar Nederland, iets meer dan 20 procent kwam naar Nederland om te werken, nog eens ruim 20 procent om te studeren en iets meer dan 15 procent was asielmigrant.

Zowel arbeidsmigranten als asielmigranten kunnen gezinsleden laten overkomen (partner en/of kinderen) in het kader van gezinshereniging. Gezinsleden van asielmigranten die gebruikmaken van de nareisregeling krijgen een asielvergunning en vallen onder de asielmigranten.

 

Drie kwart van de arbeidsmigranten binnen tien jaar vertrokken uit Nederland
Niet alle immigranten vestigen zich voor langere tijd in Nederland. Dit is mede afhankelijk van de reden waarom een immigrant naar Nederland komt. Arbeids- en studiemigranten komen doorgaans voor kortere tijd, terwijl gezins- en asielmigranten meestal langere tijd blijven.

Van de EU-/EFTA-immigranten die in 1999 en 2009 naar Nederland kwamen om te werken was bijna drie kwart tien jaar later weer vertrokken. Van de studiemigranten uit de EU/EFTA die zich in 2009 in Nederland vestigden woonden 4 op de 5 in 2019 niet meer in Nederland.

Bijna 40 procent asielmigranten binnen 10 jaar vertrokken
Van de asielmigranten die in 2009 naar Nederland kwamen was bijna 40 procent binnen tien jaar vertrokken. Ze zijn teruggekeerd naar het land van herkomst of doorgereisd naar een ander land.

Voor arbeidsmigranten van buiten de EU-/EFTA-landen geldt vrijwel hetzelfde patroon als bij EU-/EFTA-arbeidsmigranten. Iets meer dan drie kwart van degenen die in 2009 naar Nederland kwamen was binnen tien jaar weer vertrokken.

 

Verkenning Bevolking 2050: meer inwoners met een migratieachtergrond

Het aantal inwoners van Nederland met een migratieachtergrond zal tot 2050 zeer waarschijnlijk toenemen. Afhankelijk van hoe de migratie naar Nederland zich in de toekomst ontwikkelt, groeit hun aantal van 4,2 miljoen inwoners met een migratieachtergrond in 2020 naar tussen de 5,3 en 8,4 miljoen in 2050. De groep zal anders samengesteld zijn dan nu het geval is. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Verkenning Bevolking 2050’, dat het NIDI en het CBS in opdracht van het ministerie van SZW hebben uitgevoerd.

Dit artikel verscheen eerder via CBS.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

De Tweede Kamer heeft bij de Algemene Politieke Beschouwingen van 2018 aan de regering gevraagd om de gevolgen van veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking halverwege deze eeuw in kaart te brengen. Namens negen ministeries heeft het ministerie van SZW aan het NIDI gevraagd dit onderzoek te coördineren. In dit onderzoek hebben het NIDI en het CBS zeven toekomstige bevolkingsvarianten opgezet, elk uitgaand van een andere ontwikkeling voor de geboortecijfers, levensverwachting en internationale migratie. De toekomstvarianten vormen een aanvulling op de bestaande bevolkingsprognoses van het CBS.

Groei aantal Nederlanders met migratieachtergrond met 1 tot 4 miljoen
Begin 2020 telde Nederland 17,4 miljoen inwoners, waarvan ruim vier miljoen (24 procent) mensen met een migratieachtergrond. Dit zijn inwoners waarvan ten minste één ouder buiten Nederland is geboren. Bij een relatief lage instroom (per saldo gemiddeld 16 duizend per jaar vanaf 2019) zou deze groep kunnen toenemen tot ruim 5 miljoen, bij een hoge instroom (per saldo 93 duizend migranten per jaar er bij) tot ruim 8 miljoen personen.

Aandeel Nederlanders met migratieachtergrond groeit naar 30 tot 40 procent
In de zeven toekomstbeelden die in het onderzoek zijn doorgerekend varieert het inwonertal in 2050 tussen de 17,1 en 21,6 miljoen. Het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond in 2050 komt tussen de 11,2 miljoen en 13,4 miljoen uit, afhankelijk van hoe vooral het geboortecijfer en de levensverwachting zich zullen ontwikkelen. Begin 2020 waren er 13,2 inwoners met een Nederlandse achtergrond.
Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond stijgt van 24 procent in 2020 naar 30 procent in 2050 in het geval van lage migratie, en naar 40 procent in het geval van hoge migratie.

Verandering samenstelling groep Nederlanders met een migratieachtergrond
Omdat de landen waaruit Nederland immigranten ontvangt zijn veranderd, zal de diversiteit naar migratieachtergrond toenemen. Op dit moment heeft 60 procent van de inwoners met een migratieachtergrond wortels in de westelijke EU-lidstaten of in de klassieke migratielanden (Indonesië, Suriname, de voormalige Nederlandse Antillen, Turkije en Marokko).

Door de uitbreiding van de EU, de toegenomen instroom van arbeid- en studiemigranten uit onder meer Latijns-Amerika en Azië en de hogere instroom van asielmigranten uit het Midden-Oosten en Afrika, is dat aan het veranderen. In 2050 zal naar verwachting minder dan de helft van de bevolking met een migratieachtergrond nog wortels in de EU-lidstaten hebben of tot één van de klassieke migrantengroepen behoren. Hun aandeel daalt tot tegen de 40 procent in de toekomstvarianten waarin het migratiesaldo hoog is, en tot krap 50 procent in de variant met de minste migratie.

Zowel eerste als tweede generatie Nederlanders met migratieachtergrond groeit
Het aantal in het buitenland geboren inwoners met een migratieachtergrond (de zogenoemde eerste generatie) groeit in de verschillende varianten van 2,3 miljoen in 2020 naar 3,1 tot 4,9 miljoen over dertig jaar. Het aantal in Nederland geboren inwoners met een migratieachtergrond (de tweede generatie) groeit van 2,0 miljoen in 2020 naar 2,7 tot 3,5 miljoen.

Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer

De risico’s op besmetting van arbeidsmigranten met het coronavirus vormen een acuut probleem. Het kabinet pakt de implementatie van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten die gericht zijn op de korte termijn daarom met urgentie op. Het aanjaagteam, onder leiding van Emile Roemer, komt op een later moment met aanvullende aanbevelingen voor de langere termijn die zijn gericht op de structurele problematiek. Dat schrijft coördinerend minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit artikel verscheen eerder via Rijksoverheid.nl.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Nieuwe huisvestingslocaties
De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheid van de werkgever, opnieuw onderstreept en zichtbaarder gemaakt. Het kabinet gaat daarom de realisatie van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten stimuleren. Er komt een overzicht van regio’s waar de woonproblematiek het grootst is, en gemeenten worden actief benaderd om bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, zoals de beschikbaar gekomen gelden uit de woningbouwimpuls, de korting op de verhuurdersheffing voor initiatieven met flexwonen en de versnellingskamers flexwonen.

Verbeteren registratie
Om effectief beleid te kunnen maken is kennis over het verblijf van arbeidsmigranten onmisbaar. Arbeidsmigranten zijn net als iedereen verplicht om zich bij een verblijf van meer dan vier maanden in Nederland in te laten schrijven als ingezetene. In de praktijk blijkt echter dat arbeidsmigranten te vaak niet aan deze verplichting voldoen. Om dit probleem te ondervangen werken de ministeries van BZK en SZW en de Inspectie SZW intensief samen aan een plan van aanpak om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren. Vanwege de urgentie worden op korte termijn al de eerste stappen gezet.

Tijdelijke huurcontracten
Arbeidsmigranten die hun werk verliezen, komen vaak in de knel omdat zij voor woonruimte afhankelijk zijn van hun werkgever en geen huurbescherming hebben. Dit vormt niet alleen een huisvestingprobleem, maar ook een potentieel gezondheidsrisico, voor de arbeidsmigrant zelf en zijn omgeving. Volledige huurbescherming hoort bij een contract voor onbepaalde tijd. Deze contractvorm is bij arbeidsmigranten vaak niet aan de orde vanwege de beperkte duur van het werk. Het kabinet wil daarom in gesprek met belanghebbende partijen, waaronder werkgevers en huisvesters, over de mogelijkheid van het gebruik van tijdelijke huurcontracten die niet tussentijds kunnen worden opgezegd.

Informatieknooppunt
Het is voor arbeidsmigranten niet altijd duidelijk waar men terecht kan met vragen of meldingen van misstanden. Relevante informatie voor arbeidsmigranten moet gemakkelijk toegankelijk en in hun eigen taal beschikbaar zijn. Het kabinet neemt de aanbeveling over om een centraal informatieknooppunt te ontwikkelen. Samen met de gemeente Westland wordt een pilot opgezet waarbij wordt onderzocht op welke manier arbeidsmigranten het beste kunnen worden voorgelicht over arbeidsvoorwaarden, geïnformeerd kunnen worden over veilig en gezond werken in de sector waarin zij werkzaam zijn, en kunnen worden geactiveerd om hun rechten te effectueren.

Samenwerkingsplatform toezichthouders
De problematiek omtrent arbeidsmigranten raakt zowel verschillende onderdelen van de Rijksoverheid als van lagere overheden. Daarom is gecoördineerde actie nodig. Om dit in goede banen te leiden, wordt gewerkt aan een verbeterde samenwerking tussen partijen zoals de Inspectie SZW, de NVWA, de GGD en de veiligheidsregio’s. Hiervoor wordt onder andere op korte termijn een landelijk samenwerkingsplatform voor toezichthouders ingericht. Het samenwerkingsplatform zal daarbij coördinatie op het regionale niveau voorbereiden om snel te kunnen optreden bij een uitbraak in een bedrijf of een sector, zoals recent bij slachterijen. Om potentiële brandhaarden in risicosectoren te voorkomen zal het platform preventieve acties coördineren.

Minister Koolmees: “Ik wil het aanjaagteam bedanken voor de snelheid waarmee het zijn taken heeft opgepakt. Besmettingen in de vleesindustrie en de fruithandel maken pijnlijk duidelijk dat er maatregelen moeten worden getroffen om arbeidsmigranten te beschermen. Deze incidenten laten zien dat de problemen urgent zijn en dat de bescherming van arbeidsmigranten tegen het coronavirus niet kan wachten.”

Download hier de volledige kabinetsreactie inzake de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.

 

Advies: arbeidsmigranten niet meer op één kamer

Uitzendbureaus moeten zorgen dat arbeidsmigranten in hun eentje op een slaapkamer kunnen liggen. Ook meerdere mensen vervoeren in een busje moet afgelopen zijn en werkgevers moeten beter registreren waar hun medewerkers wonen.

Dit artikel verscheen eerder via De Telegraaf.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Dat staat in de eerste aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Dat adviseert onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer het kabinet over maatregelen die arbeidsmigranten moeten beschermen tegen het coronavirus.

Emile Roemer: „We hebben allemaal de problemen op het nieuws gezien de afgelopen weken. Het is zaak dat we nu heel snel handelen. Arbeidsmigranten moeten anderhalve meter afstand kunnen houden van anderen, net als iedereen in Nederland. Daarvoor moeten we strengere afspraken gaan maken, die ook gehandhaafd worden. Gelukkig heb ik gezien dat het op veel plaatsen al wel goed geregeld is. Het kan dus wel.”

De uitzendbranche wees eerder al op de moeilijkheden van dergelijke maatregelen. Zo lopen de kosten flink op als er voor meer woonruimte en alternatief vervoer gezorgd moet worden. Ook is er nu al een gebrek aan woonruimte.

‘Gebrek aan woonruimte’
„Het Aanjaagteam erkent dat er op dit moment gebrek aan woonruimte is, wat het lastig maakt om deze nieuwe norm op korte termijn landelijk te realiseren. Daarom adviseren wij het kabinet om te beginnen bij bedrijven met een hoog coronarisico. Zij moeten er direct voor zorgen dat hun arbeidsmigranten een eigen slaapkamer hebben. Ook los van corona is het onwenselijk dat mensen hun slaapkamer moeten delen met vreemden.”
Verder ontbreekt er volgens het advies vaak aan een goede administratie bij werkgevers, waardoor onduidelijk is waar arbeidsmigranten wonen. Uitzendbureaus en bedrijven moeten verplicht worden te allen tijde het woonadres en telefoonnummer of e-mailadres van hun medewerkers te kunnen geven. Ook zou vervoer met meerdere mensen in een busje afgelopen moeten zijn.

Het Aanjaagteam komt binnenkort met een tweede advies. „Nederland kent al jarenlang teveel misstanden rondom arbeidsmigranten. In Nederland wonen en werken ruim 400.000 arbeidsmigranten uit andere EU-landen. Zij hebben meestal tijdelijke contracten, verdienen vaak het minimumloon, wonen dicht op elkaar en reizen vaak gezamenlijk naar hun werk. Dat is een gevaar voor de gezondheid van de arbeidsmigrant, maar geeft ook risico’s voor de volksgezondheid.”

Europees Parlement wil betere omstandigheden voor arbeidsmigranten

“Gelukkig is het kwartje gevallen”, zegt Agnes Jongerius van de PvdA in Brussel over de meerderheid voor het verbeteren van arbeidsmigranten in Nederland. “Ook in Polen en Roemenië denken partijen nu: “Blijf met je poten van onze mensen af.”

Dit artikel verscheen eerder via EenVandaag.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

De afgelopen weken was het op meerdere plekken, met name in de vleesindustrie, raak. Er waren tientallen coronabesmettingen bij bedrijven met arbeidsmigranten. “En dat heeft alles te maken met het te dicht op elkaar wonen en te dicht op elkaar in een busjes zitten. We weten het al heel lang, ook de uitzendbureaus weten dat. Om de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren is er dus nu een meerderheid voor een resolutie hierover in het Europees Parlement.

Hoop dat het helpt, maar denk het niet
“Ik hoop dat het werkt, maar ik denk het niet”, reageert directeur van Polska Porada, Hans Thunissen. Hij staat arbeidsmigranten bij in Nederland met informatie en advies. “Rotzooi onder de bedden, alles is kapot en die mensen worden erin gegooid. Ze betalen er flink voor. Het wordt ingehouden op het salaris en vaak weten de mensen niet eens dat ze teveel betalen”, vertelt hij.

Er moet volgens hem een veilige situatie zijn voor arbeidsmigranten. En dat is volgens Thunissen bij sommige uitzendbureau’s ook wel het geval, maar lang niet bij allemaal. Maar dat wil het Europees Parlement dus aanpakken. “Maar het moet ook gehandhaafd worden en dat gebeurt nu heel weinig. Er wordt gezegd: ‘Daar zijn geen mensen voor, er is geen geld voor’. Maar er moet zonder aankondiging gecontroleerd worden.”

Wetgeving uitzendbureau’s
Jongerius reageert op Thunissen: “Met deze resolutie geven we ook het signaal naar de eurocommissaris dat er verbetering moet komen, dat ze daarover landen gaat aanschrijven, dat ze in actie moeten komen. Het is mishandeling van de mensen. Dit kan gewoon niet op deze manier.”

De PvdA’er merkt wel dat de uitzendbureaus nu tegenstribbelen. “Ze gaan nu wel meteen piepen dat ze niet meer kunnen doen qua huisvesting zodat bewoners afstand kunnen bewaren van elkaar. Dat gaat ze teveel geld kosten, zeggen ze. De Europese wetgeving moet daarover worden aangepast. En ja, dat gaat tijd kosten, maar ik ben tot op het bot gemotiveerd om er voor te gaan.”

Boeren willen arbeidsmigranten van buiten EU om tekorten op te vangen

De belangenorganisatie voor boeren en tuinbouwers LTO Nederland wil dat Nederland mensen van buiten de EU toestaat om hier te helpen met de teelt en oogst van groenten, fruit en bloemen.

Dit artikel verscheen eerder via RTL Nieuws.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

De LTO doet de oproep in het Verkiezingsmanifest van de organisatie, dat het vandaag heeft gepubliceerd. Het is een wensenlijstje van de boeren en tuindersorganisatie aan politiek Den Haag.
De partij die het meeste van deze wensen in haar verkiezingsprogramma opneemt, maakt de grootste kans op de stemmen van boeren bij de verkiezingen volgend jaar. De organisatie heeft 35.000 leden. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 zou dat goed zijn geweest voor een halve zetel.

Te springen om seizoensarbeiders
Er zijn meer arbeidsmigranten nodig om seizoenswerk te doen, is al langer te horen in boerenkringen. Dat komt door de soepel draaiende economie in de afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt. Wat niet meehelpt is dat buurlanden vanwege de coronacrisis met belastingmaatregelen werkgevers steunen bij het inhuren van seizoensarbeiders.
De oplossing volgens de lobbyorganisatie: laat onder voorwaarden ook arbeidsmigranten van buiten de EU toe voor een periode van maximaal negen maanden. Er zou een grens moeten komen aan het aantal migranten, en werkgevers moeten zorgen voor goede huisvesting, een cao-loon en de noodzakelijke verzekeringen.

FvD en PVV tegen
De wens om arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie toe te laten om hier te komen werken is opmerkelijk. Bij de felle boerenprotesten van vorig jaar werden de boeren nadrukkelijk gesteund door de PVV en Forum voor Democratie, partijen die tegen open grenzen zijn, constateert Het Financiële Dagblad.

Geen nieuw beleid alsjeblieft
Het manifest, getiteld ‘Een nieuwe kans voor goed beleid voor onze boeren en tuinders’ is verder vooral een oproep om de agrarische sector met rust te laten de komende jaren. Een nieuw vergezicht of een stip op de horizon is ‘niet de oplossing’. “Geef ons niet het zoveelste pakket van wet- en regelgeving, hoe goed bedoeld ook”, smeken de boeren.
In plaats daarvan zou de politiek de sector de ruimte moeten geven om zelf te bepalen hoe bepaalde doelen gehaald kunnen worden.

Stikstofdossier
De sector ligt onder een vergrootglas sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State. Die zette een streep door tal van bouwvergunningen omdat deze in strijd met Europese natuurwetgeving zijn afgegeven. Omdat boerenbedrijven verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de stikstofuitstoot, wil het kabinet dat de sector krimpt.

Zorgen om coronabesmettingen arbeidsmigranten, ‘breder onderzoek echt nodig’

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

20 procent van de personeelsleden van slachterij Vion in Groenlo is besmet met het coronavirus. Hoe het komt dat het besmettingspercentage zo hoog is, staat nog niet vast. Mogelijk speelt krappe huisvesting een rol.
Medewerkers van slachthuizen zijn vaak arbeidsmigranten uit Bulgarije, Roemenië en Polen. Via een uitzendbureau worden ze ingezet. “Ik ben geen viroloog, maar veel werknemers slapen samen, hoesten bijna over elkaar heen, gaan samen in een bus naar het werk en delen soms met wel 40 man een keuken. Dan is het lastig om anderhalve meter afstand te bewaren”, reageert Bart Plaatje van FNV.
Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid zegt dat de slachthuizen die voor morgenavond onvoldoende aantonen dat zij al het mogelijke doen om coronabesmettingen te voorkomen, moeten sluiten. De inspecties zullen zich niet alleen richten op de situaties in de slachthuizen, maar ook hoe personeel wordt vervoerd en hoe ze wonen.

Risico’s in andere sectoren
Niet alleen in de vleessector, ook in de land- en tuinbouw, bouw en in distributiecentra werken arbeidsmigranten. Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog, zegt in Met het Oog op Morgen dat het na coronabesmettingen in vleesverwerkende bedrijven, wachten is op besmettingen in andere sectoren. “Veiligheidsregio’s en GGD’s moeten dit nu onderzoeken en zich niet alleen richten op de slachthuizen”, vindt Veerman.
Van de naar schatting 400.000 arbeidsmigranten in Nederland, werken er 12.000 in de vleesindustrie. Veerman noemt het hoge besmettingsniveau van 20 procent in slachthuizen “alarmerend” en wil daarom breder testen. “Ik vind het onbestaanbaar dat dit niet breder onderzocht wordt in andere sectoren waar veel arbeidsmigranten werken.”

Vakbond FNV vraagt al langer aandacht voor leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Vicevoorzitter Tuur Elzinga noemt het probleem ‘zeer actueel’ vanwege coronabesmettingen in slachthuizen: “De middeleeuwse situatie waarbij je baas ook je huisbaas is, moet afgelopen zijn.”
Het toezicht op de handhaving van coronamaatregelen is versnipperd. Elzinga: “De veiligheidsregio’s gaan over huisvesting, politie over vervoer, de arbeidsinspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over veiligheid.” In een brief pleit FNV voor een structurele aanpak.

Bart Plaatje: “Er wordt niet getest op corona in sectoren waar veel arbeidsmigranten werken, dus zeker weten doen we het niet. Het kan ook liggen aan de vleesverwerkende industrie. Mogelijk grijpt het virus daar sneller om zich heen om wat voor een reden dan ook. Maar ik geloof in deze situatie eerder in en/en, dan in en/of.”
Afgelopen weekend sprak Plaatje twee Bulgaren die bij Vion werkten, om persoonlijke redenen werden ontslagen en uit huis werden gezet. Ze hadden koorts, zijn naar de dokter gegaan en wachten de uitslag van de coronatest nu elders af. Plaatje wil vanwege dit soort voorbeelden dat arbeidsmigranten niet langer mogen wonen in huizen van hun uitzendbureau. “Scheiden van bed en brood moet nu echt eens geregeld worden.”
De ChristenUnie en de SP hebben in december een plan ingediend om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maandagmiddag debatteert de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierover.

 

Aanjaagteam Arbeidsmigranten moet gemeenten opjagen

Een aanjaagteam onder leiding van oud SP-voorman Emile Roemer moet de onder meer de huisvesting van arbeidsmigranten bij gemeenten en provincies onder de aandacht brengen. Dat schrijft minister Koolmees van SZW aan de Tweede Kamer. Maandagmiddag spreekt de Kamer er over.

Dit artikel verscheen eerder via ReportersOnline.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Huisvesting van arbeidsmigranten is al jaren een probleem en door de coronacrisis is dat alleen maar zichtbaarder geworden. Arbeidsmigranten wonen dicht op elkaar en toonden eerder op EenVandaag hun angst voor het coronavirus.
Dat is niet geheel onterecht: in Velp, bij Arnhem, werden dit voorjaar 10 van de 23 bewoners van een pand in Velp ziek door het coronavirus. Zij zijn in quarantaine gebracht op een schip in de Rijn. Koolmees erkent die huisvestingsproblemen. Het is niet goed voor de arbeidsmigranten zelf en niet goed voor vitale processen, zoals de voedselvoorziening.

Er was een Nationaal Akkoord, maar dat is jammerlijk gestrand. Na dat akkoord, in 2012, is er een kwaliteitskeurmerk gekomen. Maar daadwerkelijke huisvesting maar mondjesmaat. Dat komt vooral omdat gemeenten geen werk maken van huisvesting. Wel kennen gemeenten sancties. Zo is een Amsterdams bedrijf tienduizenden euro´s aan boetes kwijt, omdat het zijn werknemers kleinschalig in normale woningen onderbracht. Volgens het bedrijf gebeurde dat in met het kwaliteitskeurmerk goedgekeurde woningen en volgens. De geldende CAO-bepalingen. Amsterdam vond het ontduiking van de woonruimteregelgeving. En vond volgens de ondernemer dat de medewerkers maar in een hotel of een bungalowpark moesten worden ondergebracht en onderneemt geen actie om de migranten in Amsterdam te huisvesten.

Het aanjaagteam moet daar volgens Koolmees verandering in brengen en het team gaat breed te werk. ´De problematiek waarover het kabinet signalen binnen krijgt, is te onderscheiden in problemen op het gebied van werk, huisvesting, vervoer, zorg en grenzen´, schrijft hij aan de Kamer. Het aanjaagteam moet volgens hem werkgevers, provincies en gemeenten samenbrengen om de bescherming van arbeidsmigranten op regionaal niveau te organiseren.

´Tegelijkertijd zal er gezamenlijk met deze partijen en interdepartementaal worden gezocht naar maatregelen voor de bescherming van arbeidsmigranten op de korte en (middel)lange termijn´, schrijft de minister aan de Kamer. ´Dit kan resulteren in lokale oplossingen, maar ook dat er moet worden gekeken naar landelijk beleid´, schrijft de minister verder. ´Daarnaast zal het aanjaagteam monitoren of er sprake is van tekorten of overschotten aan arbeidsmigranten in deelsectoren en zo nodig stimuleren tot arbeidsbemiddeling.´

 

“Kenniscentrum Arbeidsmigranten: geen lobbyclub, wel feitenbolwerk”

Later dit voorjaar moet de oprichting van Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten een feit zijn. Beoogd directeur Bart Verlegh streeft naar objectieve, onafhankelijke beeldvorming van arbeidsmigranten.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Flexmarkt (26e jaargang, editie april 2020).
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

‘800.000 Oost-Europese arbeidsmigranten pikken banen van Nederlanders in.’ Als het aan Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten ligt, behoren dergelijke interpretaties van cijfers tot het verleden. “In dit specifieke geval ging het niet om zo’n grote hoeveelheid Oost-Europeanen. En ook de invloed op de banen van Nederlandse werknemers bleek verwaarloosbaar klein”, zegt Bart Verlegh, beoogd directeur van het Kenniscentrum Arbeidsmigranten. Wie nu denkt dat dit centrum streeft naar louter positieve beeldvorming rondom arbeidsmigranten, heeft het mis. Verlegh: “We willen juist wegblijven van lobbyisme en politiek. Ook eventuele misstanden zullen we melden. Het gaat ons om objectiviteit, onafhankelijkheid en transparantie.”

Onderbouwing
Initiatiefnemers van het Kenniscentrum Arbeidsmigranten zijn Frank van Gool en Karolina Swoboda van arbeidsbemiddelaar
OTTO Work Force. Beiden zullen zitting nemen in het op te richten stichtingsbestuur. Maar Verlegh benadrukt dat het
Kenniscentrum geen verlengstuk wordt van OTTO Work Force. “Er komen ongeveer tien bestuurders, ieder met een andere
achtergrond met arbeidsmigranten. Op die manier waarborgen we de objectiviteit.” Als alles volgens plan verloopt,
krijgt Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten in april of mei groen licht om een daadwerkelijke start te maken. Hoe denkt
Verlegh onjuiste berichtgeving over arbeidsmigranten te gaan bestrijden? “Ik heb niet de illusie dat misleidende nieuwsberichten helemaal niet meer gaan voorkomen. Wel kan Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten aan ieder die dat wil, kennis en expertise over het onderwerp ter beschikking stellen. Zodat bijvoorbeeld goed onderbouwd beleid kan worden gemaakt.”

Thema’s uit de samenleving
Ook uitzenders kunnen straks dus bij Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten terecht. Ze kunnen online grasduinen in alle wetenschappelijke publicaties en onderzoeksrapporten over arbeidsmigranten. Daarnaast kunnen ze hun vragen over arbeidsmigranten stellen aan experts. En verder heeft het Kenniscentrum een netwerkfunctie: als ze de uitzenders niet zelf kan helpen, kan ze hen doorverwijzen naar relevante andere instanties. Verlegh: “Centraal bij ons staat de kennis op het gebied van de thema’s werken, wonen, integratie en cultuur. Arbeidsmigranten vormen een volwaardige doelgroep in Nederland. Deze thema’s spelen dan ook in onze samenleving en ze raken elke uitzender die met arbeidsmigranten te maken heeft. Wij gaan dus ook uitzenders desgewenst voeden met objectieve informatie over deze onderwerpen.”