Advies aan kabinet: geef mensen die gebruik maken van malafide uitzendbureaus een fikse boete

Een apk-keuring voor uitzendbureaus moet Oost-Europese arbeidskrachten behoeden voor onzekerheid, uitbuiting en onmenselijke situaties. Dat adviseert het aanjaagteam van Emile Roemer dat is opgericht om arbeidsmigranten te beschermen. 

Dit artikel verscheen eerder via Trouw.
Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Een boer of vleesverwerker krijgt 8000 euro boete als hij arbeidsmigranten aan het werk heeft via uitzendbureaus die niet aan nieuwe, strengere regels voldoen. Dat is het advies aan het kabinet van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Het is vrijdagochtend overhandigd aan minister Wouter Koolmees van sociale zaken

Bij sommige uitzendbureaus ‘gaat het heel goed’, zegt Roemer. Maar veel van de ruim 14.000 Nederlandse uitzendbureaus opereren in een grijs gebied. En er zijn ronduit malafide ondernemers, die in de ergste gevallen wél zorgkosten van inkomens inhouden, maar hun werknemers niet verzekeren.
Nederland telde volgens het CBS in 2018 ruim vijfhonderdduizend EU-arbeidsmigranten, waarvan een groot deel laaggeschoold werk verricht in de landbouw, de voedselproductie of in distributiecentra. Uitzendbureaus maken soms misbruik van de kwetsbare positie van migranten, die de taal niet spreken, hun rechten niet kennen en afhankelijk zijn van de bureaus voor werk, huisvesting en ziektekostenverzekering.

Eigen slaapkamer verplicht
Kern van het nieuwe advies is een verplichte certificering voor alle arbeidsbureaus, en forse boetes voor wie van niet-gecertificeerde bureaus gebruik maakt. Werk- en huurcontracten zouden daarnaast uit elkaar getrokken moeten worden, waardoor arbeidsmigranten niet meteen op straat staan zodra ze zonder werk komen. Arbeidsmigranten die met beloftes van lange werkweken naar Nederland worden gelokt en vervolgens maar acht uur per week in een distributiecentrum ingezet worden, moeten minimaal twee maanden minimumloon betaald krijgen, zodat ze hier niet in de schulden raken.

Voor woonruimten moeten strengere eisen komen: een eigen slaapkamer is verplicht , net als 15 vierkante meter leefoppervlakte voor elke arbeidsmigrant. Ook moet elk uitzendbureau 75.000 euro inleggen bij inschrijving, zodat lonen alsnog uitbetaald kunnen worden als een malafide onderneming zichzelf plots liquideert en van de radar verdwijnt. Vaak om ergens als een ander bedrijfje terug komen. Voldoet een uitzendbureau niet aan de eisen? Dan is een registratie bij de Kamer van Koophandel niet mogelijk, pleit het team van Roemer.
Sinds het begin van de coronacrisis zijn de erbarmelijke leefomstandigheden van arbeidsmigranten extra duidelijk aan het licht gekomen. Poolse werknemers durven zich niet ziek te melden, omdat ze bang zijn hun baan, huis en toegang tot zorg te verliezen. Sommigen raken dakloos of verblijven in tentenkampen. Pijnlijke beelden die volgens Roemer ‘op ieders netvlies’ staan. Directe aanleiding voor het advies waren de coronabrandhaarden in slachthuizen dit voorjaar. Voor deze werknemers was social distancing onmogelijk en ook werd zichtbaar dat zij vaak geen toegang tot de zorg hadden.

Werkgever als huisbaas
Vakbond FNV is grotendeels blij met het advies. “Dit zou een enorme stap vooruit zijn”, zegt vicevoorzitter Tuur Elzinga. De verplichte certificering is ‘bijna hetzelfde’ als de vergunningsplicht waar de vakbond net als SP, ChristenUnie en PvdA al langer voor pleit. Als alle adviezen door het kabinet gevolgd worden, zal de wildgroei van uitzendbureaus volgens Elzinga ‘absoluut ingeperkt worden.’
Wel is hij kritisch op de mogelijkheid die werkgevers houden om 25 procent van het loon in te houden voor onderdak van werknemers. Elzinga: “Dat is makkelijk cashen; een kwart van het loon inhouden en zo goed verdienen aan goedkope huisvesting. Op deze manier blijft het mogelijk om honderd euro voor een matras te vragen. En blijft de onwenselijke afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever die gelijktijdig huisbaas is in stand.”

Uitzendbrancheorganisatie ABU staat ‘in grote lijnen’ achter het advies van Roemer. “Wij willen ook dat malafide bureaus aan banden worden gelegd”, zegt directeur Jurriën Koops. Maar volgens Koops legt Roemer te veel nadruk op de uitzendbranche, terwijl 40 procent van de migranten direct voor werkgevers zou werken. Daarnaast zijn volgens hem meer onaangekondigde controles een betere oplossing. “We hebben geen tekort aan regels, maar aan handhaving.” Op dit moment is er capaciteit om 1 procent van de uitzendbranche te controleren. Het kabinet heeft eerder al besloten dit uit te breiden, naar 2 procent in 2023. De NBBU, een andere brancheorganisatie voor flexwerk, vindt dat het Roemer-team “doorschiet” in “zijn zucht naar extra regulering.”

Naast de certificering van uitzendbureaus en verbetering van huisvesting, wil Roemer dat uitzendbureaus een zorgplicht krijgen om arbeiders zich in Nederland in te laten schrijven, met mailadressen en telefoonnummers. Op die manier moet er meer zicht komen op de nu vaak ongrijpbare groep. Romer hoopt, zegt hij tijdens de persconferentie vrijdagochtend, is dat arbeidsmigranten in Nederland ‘menswaardig’ behandeld gaan worden. “Net zoals u behandeld zou willen worden als u in een ander land gaat werken.” Minister Koolmees geeft aan dat de Kamer ‘voor het einde van het jaar’ met een reactie op het advies komt.

Bekijk hier het hele rapport van het Aanjaagteam.

‘Verplicht vergunning voor uitzendbureaus in strijd tegen belabberde huisvesting’

Veertienduizend uitzendbureaus telt ons land maar liefst. Ze zijn makkelijk op te richten, zonder vergunning, en er is nauwelijks toezicht door onafhankelijke instanties. En dat leidt volgens betrokkenen tot veel misstanden op het gebied van werk en huisvesting van de werknemers, veelal arbeidsmigranten, in de tuinbouw, slachthuizen en distributiecentra.

Dit artikel verscheen eerder via Nieuwsuur.
Lees hier het volledige artikel of kijk hier de hele aflevering terug.

Vakbond FNV, gemeentebestuurders en arbeidsmigranten zelf roepen nu op tot de invoering van een vergunningplicht voor uitzendbureaus. Om zo de wildgroei een halt toe te roepen. De betrokkenen hopen dat het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer snel zo’n plicht zal voorstellen.
Tijdens de eerste coronagolf werd pijnlijk duidelijk hoe slecht de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten vaak zijn. Het aanjaagteam kwam in juni met een eerste rapport met snel te nemen maatregelen. Eind deze maand komt er een tweede rapport, met daarin waarschijnlijk strengere regels voor uitzendbureaus.

Liever terug naar Roemenië
Die regels zijn hard nodig, zegt de 25-jarige Adrian Pacurar. De Roemeen woont sinds een aantal weken in een voormalig hotel in Waalwijk, samen met nog zo’n vijftig arbeidsmigranten. Er was hem een gloednieuwe, mooie woonruimte beloofd, maar in het hotel is het volgens hem belabberd.

Volgens Bart Plaatje van vakbond FNV is de situatie in Waalwijk exemplarisch voor hoe uitzendbureaus in Nederland omgaan met arbeidsmigranten. En dat kan vaak ongestraft, omdat het toezicht op de uitzendbureaus erg verbrokkeld is.
“Gemeenten doen een stukje: die kijken naar de huisvesting. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid kijkt naar de werkplek en -omstandigheden, er is een soort cao-politie van vakbonden en werkgevers. Maar niemand werkt met elkaar samen, en de uitzendbureaus komen er mee weg.”

Geen waarschuwing of dwangsom
Wethouder Walter Gerritsen (CDA) trad in zijn gemeente Montferland op tegen een uitzendbureau dat 22 mensen liet wonen in één huis. Er kwam een dwangsom van 200.000 euro, waarna de situatie verbeterde. “Maar ik moet toegeven dat ik niet weet in hoeverre andere instanties het met dit uitzendbureau aan de stok hebben.”
Nieuwsuur hield een enquête onder gemeenten over het optreden tegen uitzendbureaus, 171 van de 355 gemeenten vulden de vragen in. Uit de resultaten blijkt dat 76 gemeenten de afgelopen drie jaar geen enkele waarschuwing of dwangsom hebben uitgedeeld vanwege misstanden bij de huisvesting van arbeidsmigranten.

“Ik denk dat de meerderheid van de gemeenten geen enkel idee heeft wat ze hiermee aan moeten”, zegt vakbondsbestuurder Plaatje.

Arbeidssocioloog Jan Cremers van de Universiteit Tilburg constateert dat veel gemeenten hun kop in het zand steken als het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten. “Als er een distributiecentrum in de gemeente komt, steeds de wethouder economie de vlag uit. Maar anderhalf jaar later zit de wethouder volkshuisvesting met een probleem. En zijn er geen geschikte woonplekken voor de arbeidsmigranten.”
Als het gaat om de werksituatie van arbeidsmigranten houdt de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een oogje in het zeil. Dat leidde van 2016 tot 2019 tot 355 boeterapporten vanwege overtredingen van uitzendbureaus. Maar dat maakt volgens Cremers weinig indruk. “De kans dat de inspectie langskomt is eens in de 35 jaar. Dus dat schrikt kwaadwillende uitzendbureaus niet af.”

 

Het uitzendbureau in Waalwijk laat Nieuwsuur weten dat het de arbeidsmigranten per 1 november op een andere locatie gaat huisvesten.

De Algemene Bond Uitzendondernemingen zegt over de voorgestelde vergunningplicht: “Wij staan open voor elke maatregel die helpt. Maar op dit moment zit het probleem in de handhaving. Als je die niet waar kan maken is die vergunning ook een schijnzekerheid en komen we van de regen in de drup.”

Arbeidsmigranten betalen de prijs voor voedselzekerheid

De studie stelt vast dat arbeidsmigranten te maken hebben met slechte arbeidsomstandigheden en dat er in veel gevallen sprake is van wantoestanden. Dit staat in contrast met de hoge economische productiviteit van de sector. De acute noodzaak om de kwetsbaarheid van arbeidsmigranten aan te pakken is nog duidelijker geworden in de Covid-19 context nu er steeds meer rapporten verschijnen over hun ondermaatse werk- en leefomstandigheden.

Dit artikel verscheen eerder via Erasmus Universiteit Rotterdam.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Het onderzoek over arbeidsmigranten in de Nederlandse landbouw is onderdeel van een vergelijkend onderzoek naar de positie van arbeidsmigranten in de landbouw in de Noord Europese landen, Duitsland, Nederland en Zweden uitgevoerd door het Open Society European Policy Institute (OSEPI) in samenwerking met het International Institute of Social Studies (ISS). Dr Karin Astrid Siegmann samen met Tyler Williams en Julia Quaedvlieg hebben onderzocht wat de oorzaken zijn van de oneerlijke arbeidspraktijken die arbeidsmigranten uit Centraal- en Oost-Europa ervaren in de Nederlandse landbouwsector, met nadruk op de arbeidsintensieve tuinbouw. Daarnaast gaan zij in op mogelijke interventies om de situatie te verbeteren.
De onderzoekers hebben betrokken partijen geïnterviewd, inclusief, arbeidsmigranten, vakbonden, de arbeidsinspectie en maatschappelijke organisaties. Tevens is er een kleine vervolgstudie uitgevoerd waarbij specifiek is gekeken naar de impact van de Covid-19 pandemie op arbeidsmigranten in de agrovoedingssector.

Gereguleerde wantoestanden
In het rapport laten zij zien hoe de huidige regelgeving en de sociaaleconomische structuren en praktijken de grondslag vormen voor de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten in de Nederlandse landbouw. Volgens de onderzoekers kunnen de werk- en leefomstandigheden van de arbeidsmigranten als ‘gereguleerde wantoestanden’ worden getypeerd omdat de situatie mogelijk is gemaakt door de sterk geflexibiliseerde Nederlandse arbeidsmarkt en de scheve verhoudingen binnen de voedselproductieketen. Door de indirecte arbeidsovereenkomsten via (vaak niet geregistreerde) uitzendbureaus werken de meeste arbeidsmigranten onder slechte arbeidsvoorwaarden, ontvangen zij lage lonen, en ervaren zij hoge inkomens- en arbeidsonzekerheid. De onderhandelingspositie van arbeidsmigranten wordt daarnaast verzwakt door de hoge mate van afhankelijkheid van de werkgevers, als gevolg van het koppelen van arbeidsovereenkomsten aan huisvestingscontracten en de zorgverzekering.

Voorstellen
De onderzoekers stellen een aantal concrete stappen voor om een transitie mogelijk te maken van kwetsbaarheid naar waardig en fatsoenlijk werk. De onderzoekers pleiten o.a. voor meer aandacht vanuit de overheid en de vakbonden voor deze kwestie, meer middelen voor betere arbeidsinspecties, en de herinvoering van vergunningen voor uitzendbureaus om zodoende de veiligheid en zekerheid van arbeiders te kunnen waarborgen. Daarnaast vormen eerlijke prijzen voor voedselproducenten en leefbare lonen voor de arbeiders een belangrijke bouwsteen voor het humaner en eerlijker maken van de agro-voedselketen. Initiatieven die zich richten op het verduurzamen van de voedselketen zouden meer aandacht moeten besteden aan de arbeidsomstandigheden in hun voorstellen.

De onderzoeksbevindingen zijn meegenomen in het OSEPI rapport: “Are agri-food workers only exploited in Southern Europe? Case studies on migrant labour in Germany, the Netherlands, and Sweden 

CPB: Nederland langdurig minder aantrekkelijk voor expats

De Nederlandse economie zal op de korte en middellange termijn niet volledig herstellen van de coronacrisis, zo blijkt uit rapportages van het Centraal Plan Bureau (CPB). Zo is ons land langere tijd minder aantrekkelijk voor buitenlandse werknemers.

Dit artikel verscheen eerder via Vastgoedmarkt.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uit de CPB-publicaties ‘Blijvende economische schade van de coronacrisis’ en ‘Langdurige effecten van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt’ wordt opnieuw bevestigd dat de economie op korte termijn flink wordt geraakt. Deze schade zal op de langere termijn slechts gedeeltelijk herstellen, zelfs in het geval dat het virus binnenkort helemaal onder controle is.

Buitenlandse werknemers
De productiviteitsgroei zal langdurig lager zijn onder meer door verminderde innovatie en investeringen. Ook zal de werkloosheid, na een sterke stijging, pas na ongeveer vijf jaar, weer zijn teruggekeerd naar een structureel niveau. Het arbeidsaanbod daalt doordat werkloos geworden mensen het zoeken naar een baan opgeven, Nederland door de hogere werkloosheid minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse werknemers en studenten later afstuderen of juist afzien van een vervolgopleiding. Op de lange termijn (langer dan 10 jaar) zullen het arbeidsaanbod en de investeringen naar verwachting herstellen. Een blijvend lagere productiviteit zorgt echter voor een lager bruto binnenlands product (bbp) dan verwacht op basis van pre-crisis trends, onder meer door een lange periode van verminderde innovatieve activiteiten.

Robotisering en digitalisering
Op de korte termijn ontstaat er door de crisis een mismatch op de arbeidsmarkt, doordat de vraag naar werknemers in sommige sectoren wegvalt, terwijl die vraag in andere sectoren toeneemt. Hierdoor sluiten de vaardigheden van werkzoekenden minder goed aan bij openstaande vacatures. De mismatch kan versterkt worden als de crisis leidt tot een versnelling in de groei van automatisering, robotisering en digitalisering, ingegeven door ervaringen tijdens deze pandemie.

Mismatch arbeidsmarkt
Mensen die werkloos raken gaan, als ze opnieuw een baan vinden, vaak langdurig in inkomen achteruit. Dit geldt vooral als ze langere tijd geen werk hebben gehad en daardoor vaardigheden en kennis verliezen. Op de middellange termijn zal deze mismatch op de arbeidsmarkt verdwijnen. Medewerkers zullen zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Het verlies van vaardigheden en kennis van werknemers door langdurige werkloosheid, en eventuele langdurige gezondheidsproblemen na een besmetting, hebben mogelijk nog wel gevolgen voor de arbeidsmarkt na de middellange termijn. Op de lange termijn heeft de crisis naar verwachting geen gevolgen voor de arbeidsmarkt omdat mensen weer werk vinden, het loonverlies inhalen of met pensioen gaan.

 

 

Detachering maakt arbeidsmigrant nog goedkoper

Uitzendbedrijven onderzoeken hoe ze arbeidsmigranten via de zogenaamde A1-route goedkoper naar Nederland kunnen halen. Dat stelt ABN Amro donderdag in een sectoranalyse. Bij A1-payrolling detacheert een dochter in bijvoorbeeld Polen werknemers maximaal twee jaar in Nederland. Omdat ze onder de Poolse sociale zekerheid vallen, zijn ze voor de opdrachtgever circa €3 per uur goedkoper.

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Via deze route kunnen ook Oekraïners, Oezbeken of andere derdelanders in Nederland werken. Polen is koploper in het verstrekken van werkvergunningen aan derdelanders: vorig jaar bijna een half miljoen, waarvan ruim 300.000 aan Oekraïners.

Shoppen
ABN Amro ziet ondanks oplopende werkloosheid nog steeds sectoren met knellende personeelstekorten. Bij economisch herstel zal de vraag naar arbeidsmigranten weer toenemen, verwacht de bank.
Niet alle uitzenders staan te juichen bij A1-verloning. ‘Shoppen in sociale premies is onwenselijk,’ zegt Frank van Gool, directeur van Otto Workforce. Het verbaast hem niet. ‘Nieuwe wetgeving maakt uitzenden duurder. Er zijn altijd partijen die dan gaan zoeken.’ De branchekoepels zijn verdeeld. De ABU stuurt aan op een verbod. De NBBU, met veel mkb-leden, vraagt om goede handhaving.

Ontduiking
De kans op malafide praktijken is tamelijk groot, stipt de ABU aan. Formeel moet een uitzender eerst een Oost-Europees bedrijf overnemen dat zelf geen uitzendbureau is en zelfstandig omzet draait in eigen land. Een bouwbedrijf mag alleen bouwvakkers detacheren en geen aardbeienplukkers.
Volgens EU-regels hebben arbeidsmigranten wel recht op het minimumloon in het werkland. Omdat het sinds begin deze maand is verboden om reis-, maaltijd- en verblijfskosten bij het loon op te tellen, is het — althans in theorie — ook moeilijker geworden om dat te ontduiken. West- en Oost-Europa liggen al jaren met elkaar overhoop over verdere aanscherping van de EU-detacheringsrichtlijn.

 

 

Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer

De risico’s op besmetting van arbeidsmigranten met het coronavirus vormen een acuut probleem. Het kabinet pakt de implementatie van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten die gericht zijn op de korte termijn daarom met urgentie op. Het aanjaagteam, onder leiding van Emile Roemer, komt op een later moment met aanvullende aanbevelingen voor de langere termijn die zijn gericht op de structurele problematiek. Dat schrijft coördinerend minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit artikel verscheen eerder via Rijksoverheid.nl.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Nieuwe huisvestingslocaties
De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheid van de werkgever, opnieuw onderstreept en zichtbaarder gemaakt. Het kabinet gaat daarom de realisatie van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten stimuleren. Er komt een overzicht van regio’s waar de woonproblematiek het grootst is, en gemeenten worden actief benaderd om bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, zoals de beschikbaar gekomen gelden uit de woningbouwimpuls, de korting op de verhuurdersheffing voor initiatieven met flexwonen en de versnellingskamers flexwonen.

Verbeteren registratie
Om effectief beleid te kunnen maken is kennis over het verblijf van arbeidsmigranten onmisbaar. Arbeidsmigranten zijn net als iedereen verplicht om zich bij een verblijf van meer dan vier maanden in Nederland in te laten schrijven als ingezetene. In de praktijk blijkt echter dat arbeidsmigranten te vaak niet aan deze verplichting voldoen. Om dit probleem te ondervangen werken de ministeries van BZK en SZW en de Inspectie SZW intensief samen aan een plan van aanpak om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren. Vanwege de urgentie worden op korte termijn al de eerste stappen gezet.

Tijdelijke huurcontracten
Arbeidsmigranten die hun werk verliezen, komen vaak in de knel omdat zij voor woonruimte afhankelijk zijn van hun werkgever en geen huurbescherming hebben. Dit vormt niet alleen een huisvestingprobleem, maar ook een potentieel gezondheidsrisico, voor de arbeidsmigrant zelf en zijn omgeving. Volledige huurbescherming hoort bij een contract voor onbepaalde tijd. Deze contractvorm is bij arbeidsmigranten vaak niet aan de orde vanwege de beperkte duur van het werk. Het kabinet wil daarom in gesprek met belanghebbende partijen, waaronder werkgevers en huisvesters, over de mogelijkheid van het gebruik van tijdelijke huurcontracten die niet tussentijds kunnen worden opgezegd.

Informatieknooppunt
Het is voor arbeidsmigranten niet altijd duidelijk waar men terecht kan met vragen of meldingen van misstanden. Relevante informatie voor arbeidsmigranten moet gemakkelijk toegankelijk en in hun eigen taal beschikbaar zijn. Het kabinet neemt de aanbeveling over om een centraal informatieknooppunt te ontwikkelen. Samen met de gemeente Westland wordt een pilot opgezet waarbij wordt onderzocht op welke manier arbeidsmigranten het beste kunnen worden voorgelicht over arbeidsvoorwaarden, geïnformeerd kunnen worden over veilig en gezond werken in de sector waarin zij werkzaam zijn, en kunnen worden geactiveerd om hun rechten te effectueren.

Samenwerkingsplatform toezichthouders
De problematiek omtrent arbeidsmigranten raakt zowel verschillende onderdelen van de Rijksoverheid als van lagere overheden. Daarom is gecoördineerde actie nodig. Om dit in goede banen te leiden, wordt gewerkt aan een verbeterde samenwerking tussen partijen zoals de Inspectie SZW, de NVWA, de GGD en de veiligheidsregio’s. Hiervoor wordt onder andere op korte termijn een landelijk samenwerkingsplatform voor toezichthouders ingericht. Het samenwerkingsplatform zal daarbij coördinatie op het regionale niveau voorbereiden om snel te kunnen optreden bij een uitbraak in een bedrijf of een sector, zoals recent bij slachterijen. Om potentiële brandhaarden in risicosectoren te voorkomen zal het platform preventieve acties coördineren.

Minister Koolmees: “Ik wil het aanjaagteam bedanken voor de snelheid waarmee het zijn taken heeft opgepakt. Besmettingen in de vleesindustrie en de fruithandel maken pijnlijk duidelijk dat er maatregelen moeten worden getroffen om arbeidsmigranten te beschermen. Deze incidenten laten zien dat de problemen urgent zijn en dat de bescherming van arbeidsmigranten tegen het coronavirus niet kan wachten.”

Download hier de volledige kabinetsreactie inzake de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.

 

Boeren willen arbeidsmigranten van buiten EU om tekorten op te vangen

De belangenorganisatie voor boeren en tuinbouwers LTO Nederland wil dat Nederland mensen van buiten de EU toestaat om hier te helpen met de teelt en oogst van groenten, fruit en bloemen.

Dit artikel verscheen eerder via RTL Nieuws.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

De LTO doet de oproep in het Verkiezingsmanifest van de organisatie, dat het vandaag heeft gepubliceerd. Het is een wensenlijstje van de boeren en tuindersorganisatie aan politiek Den Haag.
De partij die het meeste van deze wensen in haar verkiezingsprogramma opneemt, maakt de grootste kans op de stemmen van boeren bij de verkiezingen volgend jaar. De organisatie heeft 35.000 leden. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 zou dat goed zijn geweest voor een halve zetel.

Te springen om seizoensarbeiders
Er zijn meer arbeidsmigranten nodig om seizoenswerk te doen, is al langer te horen in boerenkringen. Dat komt door de soepel draaiende economie in de afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt. Wat niet meehelpt is dat buurlanden vanwege de coronacrisis met belastingmaatregelen werkgevers steunen bij het inhuren van seizoensarbeiders.
De oplossing volgens de lobbyorganisatie: laat onder voorwaarden ook arbeidsmigranten van buiten de EU toe voor een periode van maximaal negen maanden. Er zou een grens moeten komen aan het aantal migranten, en werkgevers moeten zorgen voor goede huisvesting, een cao-loon en de noodzakelijke verzekeringen.

FvD en PVV tegen
De wens om arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie toe te laten om hier te komen werken is opmerkelijk. Bij de felle boerenprotesten van vorig jaar werden de boeren nadrukkelijk gesteund door de PVV en Forum voor Democratie, partijen die tegen open grenzen zijn, constateert Het Financiële Dagblad.

Geen nieuw beleid alsjeblieft
Het manifest, getiteld ‘Een nieuwe kans voor goed beleid voor onze boeren en tuinders’ is verder vooral een oproep om de agrarische sector met rust te laten de komende jaren. Een nieuw vergezicht of een stip op de horizon is ‘niet de oplossing’. “Geef ons niet het zoveelste pakket van wet- en regelgeving, hoe goed bedoeld ook”, smeken de boeren.
In plaats daarvan zou de politiek de sector de ruimte moeten geven om zelf te bepalen hoe bepaalde doelen gehaald kunnen worden.

Stikstofdossier
De sector ligt onder een vergrootglas sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State. Die zette een streep door tal van bouwvergunningen omdat deze in strijd met Europese natuurwetgeving zijn afgegeven. Omdat boerenbedrijven verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de stikstofuitstoot, wil het kabinet dat de sector krimpt.

Zorgen om coronabesmettingen arbeidsmigranten, ‘breder onderzoek echt nodig’

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

20 procent van de personeelsleden van slachterij Vion in Groenlo is besmet met het coronavirus. Hoe het komt dat het besmettingspercentage zo hoog is, staat nog niet vast. Mogelijk speelt krappe huisvesting een rol.
Medewerkers van slachthuizen zijn vaak arbeidsmigranten uit Bulgarije, Roemenië en Polen. Via een uitzendbureau worden ze ingezet. “Ik ben geen viroloog, maar veel werknemers slapen samen, hoesten bijna over elkaar heen, gaan samen in een bus naar het werk en delen soms met wel 40 man een keuken. Dan is het lastig om anderhalve meter afstand te bewaren”, reageert Bart Plaatje van FNV.
Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid zegt dat de slachthuizen die voor morgenavond onvoldoende aantonen dat zij al het mogelijke doen om coronabesmettingen te voorkomen, moeten sluiten. De inspecties zullen zich niet alleen richten op de situaties in de slachthuizen, maar ook hoe personeel wordt vervoerd en hoe ze wonen.

Risico’s in andere sectoren
Niet alleen in de vleessector, ook in de land- en tuinbouw, bouw en in distributiecentra werken arbeidsmigranten. Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog, zegt in Met het Oog op Morgen dat het na coronabesmettingen in vleesverwerkende bedrijven, wachten is op besmettingen in andere sectoren. “Veiligheidsregio’s en GGD’s moeten dit nu onderzoeken en zich niet alleen richten op de slachthuizen”, vindt Veerman.
Van de naar schatting 400.000 arbeidsmigranten in Nederland, werken er 12.000 in de vleesindustrie. Veerman noemt het hoge besmettingsniveau van 20 procent in slachthuizen “alarmerend” en wil daarom breder testen. “Ik vind het onbestaanbaar dat dit niet breder onderzocht wordt in andere sectoren waar veel arbeidsmigranten werken.”

Vakbond FNV vraagt al langer aandacht voor leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Vicevoorzitter Tuur Elzinga noemt het probleem ‘zeer actueel’ vanwege coronabesmettingen in slachthuizen: “De middeleeuwse situatie waarbij je baas ook je huisbaas is, moet afgelopen zijn.”
Het toezicht op de handhaving van coronamaatregelen is versnipperd. Elzinga: “De veiligheidsregio’s gaan over huisvesting, politie over vervoer, de arbeidsinspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over veiligheid.” In een brief pleit FNV voor een structurele aanpak.

Bart Plaatje: “Er wordt niet getest op corona in sectoren waar veel arbeidsmigranten werken, dus zeker weten doen we het niet. Het kan ook liggen aan de vleesverwerkende industrie. Mogelijk grijpt het virus daar sneller om zich heen om wat voor een reden dan ook. Maar ik geloof in deze situatie eerder in en/en, dan in en/of.”
Afgelopen weekend sprak Plaatje twee Bulgaren die bij Vion werkten, om persoonlijke redenen werden ontslagen en uit huis werden gezet. Ze hadden koorts, zijn naar de dokter gegaan en wachten de uitslag van de coronatest nu elders af. Plaatje wil vanwege dit soort voorbeelden dat arbeidsmigranten niet langer mogen wonen in huizen van hun uitzendbureau. “Scheiden van bed en brood moet nu echt eens geregeld worden.”
De ChristenUnie en de SP hebben in december een plan ingediend om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maandagmiddag debatteert de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierover.

 

Arbeidsmigrant is tegenwoordig veel meer dan laaggeschoolde tomatenplukker

De technieksector schreeuwt de komende jaren om geschoolde arbeidsmigranten. De tijd is voorbij dat buitenlandse arbeiders vooral laaggeschoold werk deden in de landbouw en logistiek.

Klik hier voor het originele artikel op de website van het Algemeen Dagblad, of lees hieronder verder.

Dat geluid was deze week te horen tijdens regionaal overleg van gemeenten, huisvesters en (uitzend)bedrijven in West-Brabant-West over de inzet van arbeidsmigranten. ,,Vraag is hoe we jonge gediplomeerde mensen uit het buitenland naar onze regio kunnen krijgen. We hebben ze hard nodig in de technische beroepen”, aldus de Roosendaalse wethouder Toine Theunis, bestuurlijk trekker voor arbeidsmigranten namens Roosendaal, Rucphen, Halderberge, Moerdijk, Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen en Tholen.

Die boodschap was managers Marcel Verschuren en Luc de Vos van chemiereus BASF in Antwerpen uit het hart gegrepen. Zij ervaren dagelijks de krapte aan geschoold technisch personeel en hoe belangrijk buitenlandse inzet inmiddels is om het bedrijf draaiende te houden. ,,Denk aan elektromonteurs, pijpfitters, schilders, stellingbouwers en isolatie-personeel”, aldus De Vos die zelf in Ossendrecht woont.

Op de terreinen van BASF zijn naar schatting 1000 tot 1200 buitenlandse arbeiders werkzaam. Voor het werk van stellingbouwers zijn al helemaal geen Nederlanders of Belgen te vinden. Voor het gehele Antwerpse havengebied staat de teller, aldus de twee managers, op ongeveer 20.000 arbeidsmigranten.
,,Tot 2026 wordt er voor 9 miljard in de haven van Antwerpen geïnvesteerd. Dat betekent dat de vraag naar buitenlandse werknemers alleen maar toeneemt.” De Vos en Verschuren deden een beroep op gemeenten en huisvesters om zich ’open te stellen voor het aantrekken van getalenteerde krachten’ en vooral grensoverschrijdend te denken.
In het vorige week naar buiten gekomen rapport Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de (mensen)handel werd ook al gesignaleerd dat de krapte op de arbeidsmarkt zodanig is dat arbeidsmigranten hard nodig blijven en niet alleen voor laaggeschoold werk in de agrarische sector en de logistiek. Kortom, het klassieke beeld van de arbeidsmigrant begint te kantelen.

Lees hier het volledige artikel van het Algemeen Dagblad.

 

De Oost-Europese arbeidsmigrant zit in de knel op de Nederlandse arbeidsmarkt

Het beeld van de Bulgaar als WW-fraudeur klopt van geen kanten, stelt promovenda Anita Strockmeijer. 

Arbeidsmigranten uit Oost-Europese lidstaten van de EU hebben een structureel achtergestelde positie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Risico is dat deze migranten een nieuwe achterstandsgroep in Nederland gaan vormen, concludeert Anita Strockmeijer, kennisadviseur bij het UWV. Zij promoveert dinsdag aan de Universiteit van Amsterdam op de sociaaleconomische positie van migranten uit Oost-Europa.

Lees hieronder het volledige artikel of lees verder op de website van Trouw.

Polen, Bulgaren en Roemenen hebben het in Nederland moeilijk, blijkt uit haar proefschrift. 76 procent van hen heeft een tijdelijk dienstverband, tegenover 29 procent van de Nederlanders. Ze werken vaak in sectoren met lage lonen en grote kans op werkloosheid als de uitzendbranche, de agrosector en transport.
Kans op verbetering is er nauwelijks. “Het personeelsbeleid van werkgevers lijkt eraan bij te dragen hen gevangen te houden in een kwetsbare positie”, schrijft Strockmeijer. Zelfs bij personeelskrapte doen werkgevers geen moeite hun personeel te behouden door bijvoorbeeld een vast contract of perspectief op promotie te bieden, komt naar voren uit haar analyse. De aanhoudende stroom nieuwe migranten aangeleverd door uitzendbureaus maakt het mogelijk dat werkgevers de lonen laag houden, zonder zich zorgen te maken over een gebrek aan handjes in de kas of fabriek.
Wat niet helpt is dat Polen en Roemenen voor hun huisvesting vaak afhankelijk zijn van uitzendbureaus. Als zij een betere baan ­accepteren, staan ze op straat.

Terugkeer
Deze kwetsbare positie zou voor Nederland niet zo’n probleem zijn, als niet een substantieel deel van de Polen en Bulgaren zich blijvend in Nederland vestigt. Een derde van de arbeidsmigranten, die vijf jaar na komst nog in Nederland woont en werkt, is volgens Strockmeijer vestigingsmigrant.
In haar onderzoek haalt de promovenda het beeld onderuit van de Bulgaar als WW-genieter, die na ontvangst van zijn ontslagbrief achterover leunt en wacht op binnenstromende uitkeringseuro’s. Het klopt dat arbeidsmigranten vaker een werkloosheidsuitkering (WW) krijgen, maar dat is volgens Strockmeijer te verklaren door hun kwetsbare positie. Ze verliezen vier keer vaker hun baan dan de gemiddelde Nederlandse werknemer.
Afgezet tegen het aantal keer dat arbeidsmigranten hun werk kwijt­raken, is het aantal arbeidsmigranten met een werkloosheidsuitkering zelfs bescheiden. 27 procent van de migranten die hun baan verliezen stroomt de WW in, tegenover 36 procent van de Nederlandse werk­lozen. Dat komt omdat migranten niet genoeg weken gewerkt hebben om in aanmerking te komen voor een uitkering, omdat ze hun rechten niet kennen, of omdat ze terugkeren naar het land van herkomst.
Eenmaal in de WW vinden ­migranten ongeveer even snel nieuw werk als andere migrantengroepen, zoals Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Autochtone Nederlanders scoren op dat vlak ­beter.

‘Bulgarenfraude’
Springt de Oost-Europeaan er wellicht uit op uitkeringsfraude? Nee: migranten verliezen hun uitkering iets minder vaak door een overtreding van de regels dan Nederlanders, ondanks beeldbepalende incidenten als de ‘Bulgarenfraude’.
Om te voorkomen dat een nieuwe groep migranten langdurig in een achterstandspositie belandt is visie nodig voor de lange termijn, stelt Strockmeijer. De beste manier om Polen en andere migranten minder kwetsbaar te maken is taalles en bedrijfsopleidingen. Instanties als UWV en de (lokale) overheid kunnen hierbij een rol spelen.
Die suggestie lijkt ver af te staan van oproepen van enkele politieke partijen tot minder immigratie. “Het is de vraag of veronderstellingen van beleidsmakers en werk­gevers rondom Oost-Europese ­arbeidsmigranten voldoende overeenkomen met de werkelijkheid”, concludeert Strockmeijer.

Bron: Trouw (11 februari 2020).