Kenniscentrum Arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten: we worden verwend

Nederland is op dit moment afhankelijk van arbeidsmigranten en kenniswerkers. En die mensen komen graag: ze zijn het erover eens dat ze in Nederland ’ontzettend verwend’ worden.

Expats kiezen voor ons land vanwege ’onze tolerante houding jegens buitenlanders’. Dat blijkt uit een reportage van De Telegraaf. Lees het artikel hier op de website van De Telegraaf of lees hieronder verder.

Er is in Nederland bijvoorbeeld genoeg werk voor zij die willen en er zijn mogelijkheden om je op te werken, vertelt Krzysztof Wasala (34) uit Polen. Hij werkt nu in Noordwijkerhout. „Ik werkte via een uitzendbureau eerst altijd op het land, in de regen, kou, hagel”, zegt hij. „Sinds de zomer heb ik een andere baan. Ik zit nu in de snijbloemen-industrie en werk in de koeling. Dat is fijn, want dat is binnen.”

Wasala heeft het wel moeilijk gehad in Nederland, in zijn eerste baan in Nederland moest hij bijvoorbeeld betalen om te kunnen werken. „Dat waren illegale praktijken.” Hij is blij dat hij nu een vaste baan heeft in Nederland, maar weet nog niet of hij permanent hier wil blijven.

Balans
„De werk-leven balans maakt Nederland aantrekkelijker dan andere landen”, zeggen Indiase Kay Jaiswal (40), al 11 jaar werkzaam voor ING, en de Zuid-Afrikaanse Carlo Hennsa (42), software developer voor CapGemini, momenteel bezig met een klus voor uitkeringsinstantie UWV.
Je kunt na je werk nog wat voor jezelf doen. De Britse Alpa (39), werkzaam bij satelliet communicatiebedrijf SES, roemt de Nederlandse balans: „Ik hou van de directheid van Nederlanders, als er een probleem is dan weet je het gelijk. Ook de werk-leven balans hier is beter dan elders.”

Expat-kring
Alpa woont in een buurt met veel expats in Voorburg, Den Haag en zegt dat er in die buurt steeds meer expat families bijkomen, voornamelijk uit India. Alpa doet veel vrijwilligerswerk in haar buurt, en is blij met haar kring daar. Ze werkt nu al acht jaar voor satellietcommunicatie bedrijf SES op de finance afdeling en wil niet meer weg uit Nederland.
De Chinese Sheng Liu (29) is naar Nederland verhuisd nadat hij erachter kwam dat Nederland op economisch vlak het best scoorde, op basis van World Economic Forum data. „Het is een beetje geeky, maar ik ben gewoon cijfers gaan vergelijken”, zegt hij.

Kansen
Sheng kwam naar Nederland voor betere kansen. „Nederland is gewoon leidend in innovatie en productiviteit”, zegt ook Jaiswal, als hij terugdenkt aan de reden dat hij in 2006 hier naar toe kwam.
Voor kenniswerkers maakt de 30%-regeling Nederland ook aantrekkelijk. Deze zogenoemde 30%-regeling omhelst dat expats die in Nederland komen werken 30% van hun loon belastingvrij krijgen.
Zowel Jaiswal als Hennsa merkt op dat ze deels door deze regeling andere baanaanbiedingen in Duitsland en de Verenigde Staten hebben geweigerd. Jaiswal voegt toe: „Het is een goede regel, ook omdat ze als expats meer kosten maken voor bijvoorbeeld kinderopvang, bij gebrek aan familie in de buurt.”
Het verliezen van de 30%-regeling, waar hij tien jaar gebruik van heeft gemaakt, maakte inderdaad veel uit voor zijn familie, want Jaiswal en zijn vrouw verloren deze tegelijkertijd. Toch vindt ook hij dat de regeling inderdaad niet eeuwig kan voortduren.

Tolerantie
Werk is niet de enige reden om voor Nederland te kiezen, volgens Jaiswal. „Ik heb uiteindelijk voor Nederland gekozen deels om de tolerante houding tegenover buitenlanders.” Bijna alle expats noemen dit als een reden om voor Nederland te kiezen en niet voor een ander land.

„We hebben nog overwogen om naar Frankrijk te gaan, maar daar was het zo Frans, terwijl het in Nederland heel internationaal is”, zegt de Italiaanse Kathleen Delaney (41), freelance dans- en muziekdocente.
Ze komt uit Italië, waar ze is opgegroeid bij een Amerikaanse vader en Italiaanse moeder. Ze woont nu in Amsterdam en werkt als muziekdocent op verschillende plekken. Ze is al tien jaar in Amsterdam, waar ze nu met haar partner ook kinderen heeft. Ze spreekt een beetje Nederlands, maar niet vloeiend. Voor haar is Amsterdam de ideale uitvalsbasis ook om internationaal te werken.

Bekijk het volledige artikel via Telegraaf.nl (10 februari 2020).

 

Expats en kennismigranten

Relatief weinig internationale kenniswerkers in Nederland

Nederland telde van 2016 tot en met 2018 gemiddeld 383 duizend internationale kenniswerkers. Dat is 4,2 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. Vergeleken met andere Europese landen is dat bescheiden. Het grootste deel van deze kenniswerkers (63 procent) werkt in de dienstensector. Dit meldt het CBS op basis van nieuw onderzoek naar internationale kenniswerkers in Nederland en 13 andere Europese landen, bekostigd door het ministerie van EZK.

Bekijk hier het volledige artikel via CBS of lees hieronder verder.

In de periode 2003/2005 telde Nederland gemiddeld 221 duizend internationale kenniswerkers. In 2016/2018 waren dat er 383 duizend (73 procent meer). In 2003/2005 vormden ze nog 2,7 procent van de beroepsbevolking, in 2016/2018 was dat 4,2 procent. Van de onderzochte Europese landen kende Luxemburg met 26 procent het grootste aandeel kenniswerkers in de beroepsbevolking in 2016/2018.
In dit onderzoek worden internationale kenniswerkers gedefinieerd als alle hoogopgeleide personen die – soms al jarenlang – wonen in een bepaald land, maar in een ander land zijn geboren. Deze definitie maakt vergelijking tussen landen mogelijk. Dat geldt in mindere mate voor het verwante begrip kennismigranten, die alleen in het jaar van binnenkomst als zodanig worden geregistreerd en waarbij migratiebeleid en -regelingen per land verschillen.

Beperkte groei internationale kenniswerkers
De groei van het aandeel internationale kenniswerkers is in Nederland bescheiden, afgezet tegen de ontwikkeling in de onderzochte EU-landen. Bij ruim de helft van deze landen was sprake van ten minste een verdubbeling van het percentage internationale kenniswerkers. Van de direct omringende landen valt vooral het Verenigd Koninkrijk op. Zowel het aandeel kenniswerkers in 2016/2018 (9 procent) als de groei ten opzichte van 2003/2005 was daar beduidend groter dan in Nederland.

In Nederland vaak kenniswerkers met hoog beroepsniveau
In Nederland doen internationale kenniswerkers vaak werk op hun opleidingsniveau. In 2016/2018 werkte twee derde van hen op een hoog beroepsniveau, bijvoorbeeld als manager of technicus. Nederland komt daarmee achter de koplopers Luxemburg en Zwitserland, maar net voor de buurlanden België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Met 6,2 procent was de werkloosheid onder internationale kenniswerkers in 2016/2018 in Nederland lager dan in de meeste andere Europese landen. Ook was deze lager dan de werkloosheid onder personen met een migratieachtergrond in de Nederlandse beroepsbevolking (gemiddeld 8,4 procent in 2016/2018). Het algemene werkloosheidspercentage was in deze periode gemiddeld 4,9 procent.

Aandeel internationale kenniswerkers in nijverheid relatief laag
De meeste internationale kenniswerkers zijn actief in de niet-commerciële dienstverlening (35 procent), gevolgd door de commerciële dienstverlening (28 procent). Van de buurlanden is het aandeel internationale kenniswerkers dat werkt in de dienstensector (commercieel en niet-commercieel) in België en het Verenigd Koninkrijk groter dan in Nederland. In Duitsland geldt dat voor de nijverheid. Nederland heeft relatief weinig kenniswerkers die in deze bedrijfstak werken: 11 procent.

Grootste aandeel zelfstandigen in Nederland
Nederland had in de periode 2016/2018 het grootste aandeel zelfstandige internationale kenniswerkers van de onderzochte Europese landen: 20 procent. Het was bovendien, naast het Verenigd Koninkrijk, het enige land waar het aandeel zelfstandigen toenam ten opzichte van 2003/2005.
Het aantal zelfstandige internationale kenniswerkers in Nederland is meer dan verdubbeld tot 71 duizend. Deze zelfstandige kenniswerkers waren in Nederland vooral te vinden in de commerciële dienstverlening (41 procent), gevolgd door de niet-commerciële dienstverlening (33 procent) in 2016/2018. De vertegenwoordiging in de handel (16 procent) en de nijverheid (4 procent) is relatief klein. Van de genoemde bedrijfstakken nam het aandeel zelfstandige kenniswerkers af in de nijverheid en de niet-commerciële dienstverlening.

Bron: CBS.nl (10 februari 2020).

 

West-Brabanders werken huisvesting arbeidsmigranten tegen, ook bestuurders laten ze zitten

West-Brabantse gemeenten hebben te weinig aandacht voor arbeidsmigranten, concluderen onderzoekers. Lokale bestuurders tonen vaak weinig inzet voor huisvesting. Of de eigen bevolking werkt ze daarin tegen.

Die conclusies zijn te lezen in het onderzoeksrapport Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de mensen(handel), dat is opgesteld in opdracht van de provincie Brabant. In het rapport uiten de onderzoekers forse kritiek op de manier waarop in West-Brabant wordt omgegaan met de huisvesting van werknemers uit het midden en oosten van Europa.

Onmogelijke ambitie
De ambitie om nog dit jaar 9500 legale woonplekken voor deze arbeiders te creëren, omschrijven zij als ‘vooralsnog onmogelijk’. Daarvoor dragen ze diverse oorzaken aan. Zo varieert het draagvlak voor de onderdak van buitenlandse werknemers nogal. Niet elke gemeente beschouwt het onderwerp als prioriteit; daarom zijn veel plaatsen vooral bezig met de eigen, lokale problemen.
Ook zijn er veel West-Brabantse gemeenten die alleen naar huisvesting willen kijken voor mensen die binnen hun eigen grondgebied werken.
Slechts twee plaatsen in West-Brabant, Zundert en Drimmelen, informeren zelf ‘hun’ buitenlandse werknemers over wonen­­ en werken in Nederland. De rest laat dat over aan werkgevers of uitzend­organi­saties.

Toeristenbelasting
Een vast overlegmoment tussen gemeente, uitzendbureaus en migranten inhurende bedrijven, bestaat in veel plaatsen niet. Als er al onderling wordt gepraat, dan gaat het hooguit over zaken als fraude, overlast en de verplichting om toeristenbelasting te betalen.
Verzet van de plaatselijke bevolking speelt een grote rol bij de haperende huisvesting: ‘Burgerweerstand heeft als een rem gewerkt op de regionale huisvestingsopgave’, concludeert het rapport.
Begin 2019 deed de provincie nog een oproep aan West-Brabant om in actie te komen: doe meer aan onderdak voor buitenlanders die hier werken. Zonder resultaat: ‘Door het burgerverzet is juist gas teruggenomen.’

Geen belangenbehartigers
Waar wél werk is gemaakt van onderdak, ‘daar lijken integratie en participatie naar de achtergrond geschoven’. Anders gezegd: de arbeidsmigranten worden er min of meer aan hun lot overgelaten. Die eenzame situatie wordt benadrukt door het ontbreken van steun in de West-Brabantse samenleving. Want, constateren de onderzoekers, ‘er zijn in deze regio geen lokale organisaties actief die specifiek de belangen van migranten behartigen’.

De opstellers van het rapport hebben het idee dat arbeidsmigranten in West-Brabant worden beschouwd als een noodzakelijk kwaad: ‘Wel nodig, niet zichtbaar’.
Terwijl ze worstelen met de Nederlandse taal, de regels en amper contact maken met de lokale bevolking, is er nauwelijks aandacht voor hun kwetsbare situatie. Dat heeft gevolgen, menen de onderzoekers: ,,Misstanden worden niet of minder snel opgemerkt. Het idee kan ontstaan dat er zelfs helemaal geen misstanden zijn.’’
Het rapport werd opgesteld door Tilburg University en het Coör­dinatiecentrum tegen Mensenhandel.

Bron: BN De Stem.nl (9 februari 2020).

 

Expats en kennismigranten

Salariscriterium 2020 voor kennis- en arbeidsmigranten

In het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Wav) is het salariscriterium voor kennis- en arbeidsmigranten opgenomen. Jaarlijks wordt het salariscriterium herzien aan de hand van het indexcijfer van de cao-lonen. Onderstaand vindt u de nieuwe salariscriteria, inclusief een korte toelichting hierop.

Bruto maandbedragen

Per 1 januari 2020 gelden onderstaande bruto maandbedragen exclusief 8% vakantiegeld:

  • Kennismigranten jonger dan 30 jaar €3.381,00 (inclusief vakantiegeld €3.651,48)
  • Kennismigranten 30 jaar en ouder €4.612,00 (inclusief vakantiegeld €4.980,96)
  • In Nederland afgestudeerden €2.423,00 (inclusief vakantiegeld €2.616,84)
  • Europese Blauwe Kaart €5.403,00 (inclusief vakantiegeld €5.835,24)

Bij de beoordeling van het salariscriterium wordt uitsluitend betekenis toegekend aan het loon in geld. Hierbij gaat het om het vaste contractueel overeengekomen en in geld vastgestelde brutoloon, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag. De waarde van niet in geld uitgekeerd loon en de waarde van onzekere loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen worden niet meegeteld.

Toeslagen en tewerkstellingstellingsvergunning

Gegarandeerde onkostenvergoedingen en toeslagen mogen wel worden meegerekend als deze structureel elke maand worden uitbetaald.
Een vaste toeslag, zoals een dertiende maand of vaste eindejaarsuitkering die contractueel is vastgelegd mag alleen bij het brutoloon worden meegeteld als deze ook daadwerkelijk maandelijks aan de kennismigrant wordt uitbetaald.
Bovenstaande salariscriteria worden ook gehanteerd voor het aanvragen van een verblijfsvergunning onder de Europese ICT-richtlijn (96/71 EG).

Salariscriterium voor een tewerkstellingstellingsvergunning in het kader van overplaatsing binnen een concern welke niet onder de Europese ICT-richtlijn valt is €4.612,00 (inclusief vakantiegeld €4.980,96).

Voor aanvragen die voor 1 januari 2020 zijn ingediend geldt het salariscriterium van 2019.

Als werkgever dient u er rekening mee te houden dat in geval van verlenging van een bestaande verblijfsvergunning na 1 januari 2020 aan het nieuwe salariscriterium zal moeten worden voldaan. Tevens dient u het loon maandelijks giraal aan de kennismigrant over te maken. Verder dienen loonstroken bij controle / inspectie meteen beschikbaar zijn.

Bron: Salarisjobs.nl (16 januari 2020).

 

Nieuw kenniscentrum zet arbeidsmigranten in spotlight

Een kenniscentrum met Limburgse roots moet de rol van arbeidsmigranten in Nederland gaan toelichten.

In het centrum wordt informatie gebundeld over arbeidsmigranten als het gaat om bijvoorbeeld werk, wetgeving, cultuur, integratie en wonen. Het centrum is een initiatief van Frank van Gool en Karolina Swoboda, de oprichters van het Venrayse OTTO Workforce.

Versnipperd
Arbeidsmigranten worden volgens de grondleggers steeds belangrijker voor de economie in Nederland. “Er is al veel kennis over bijvoorbeeld huisvesting. Maar die kennis is vaak versnipperd”, stelt Van Gool. “Daarom is dit centrum belangrijk.”

Beeldvorming
Volgens de grondleggers is het centrum ook nodig om de beeldvorming rond arbeidsmigranten te verbeteren. “Het is nu vaak een politieke discussie. Met ongefundeerde statements over arbeidsmigranten proberen politici nu te scoren.”

Onderzoeksvragen
Het centrum krijgt een negenkoppig bestuur dat zelf ook zelf onderzoeken gaat instellen. “We willen bijvoorbeeld weten hoeveel arbeidsmigranten er nu in Nederland zijn. Dat weet niemand”, zegt Van Gool. “Ook willen we weten hoeveel arbeidsmigranten er in de toekomst nodig zijn.”

Objectief
Politici, bedrijven, journalisten maar ook burgers kunnen bij het centrum informatie krijgen over vraagstukken rond arbeidsmigranten. De vraag is echter hoe objectief het centrum daadwerkelijk is, aangezien het is opgericht door het bedrijfsleven. “Daarom hebben we niet alleen werkgevers maar ook werknemers en wetenschappers in het bestuur zitten”, verklaart Van Gool.

Bron: 1Limburg.nl (7 januari 2020).

 

 

 

‘Dubbele pet van uitzendbureau als werkgever en huurbaas niet goed’

Hoge huren, weinig ruimte en vieze woningen: vakbond FNV krijgt steeds meer klachten hierover binnen van buitenlandse uitzendkrachten. Maar omdat in veel gevallen het uitzendbureau zowel de werkgever als huurbaas is, durven volgens de vakbond veel arbeidsmigranten niets te melden uit angst zowel hun baan als bed te verliezen.

De vakbond vraagt hier al langer aandacht voor maar ziet het aantal klachten nu verder oplopen. Maandelijks gaat het om tientallen klachten. De bond vermoedt dat die slechts het topje van de ijsberg zijn. Behalve angst voor het verlies van werk en woning, zouden de arbeidsmigranten ook niet altijd de weg weten naar vakbonden. “Sinds wij echt op de terreinen komen waar ze worden gehuisvest, krijgen we veel meer inzicht over de misstanden op sommige plekken”, zegt Bart Plaatje van de FNV.

De brancheorganisaties voor uitzendbureaus zijn ook niet blij met de dubbele petten van werkgever én huurbaas, zeggen ze. Maar huisvesting is volgens de uitzendbureaus een belangrijk punt om arbeidsmigranten naar Nederland te krijgen.
“Er is op dit moment geen professionele markt voor de huisvesting van arbeidsmigranten”, zegt Jurriën Koops, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Maar om uitzendkrachten vanuit het buitenland naar Nederland te trekken, is passende woonruimte belangrijk. “Nederland staat echt stil als arbeidsmigranten morgen besluiten niet meer te komen.”
De meeste uitzendkrachten uit het buitenland krijgen via hun uitzendbureau woonruimte. Meer dan 180.000 arbeidsmigranten waren vorig jaar via een uitzendbureau werkzaam in Nederland. Ruim 130.000 van hen huurden via het uitzendbureau huisvesting en hadden het uitzendbureau dus ook als huurbaas, blijkt uit cijfers van de ABU en de brancheorganisatie NBBU.

Malafide uitzendbureaus
Deze aantallen zijn volgens de vakbond in werkelijkheid veel hoger. Er werken ook buitenlandse uitzendkrachten in Nederland via uitzendbureaus die niet zijn aangesloten bij deze verenigingen. Daarnaast zijn er ook malafide uitzendbureaus die voor zeer slechte huisvesting zorgen. Precieze aantallen zijn niet bekend.
Deze malafide uitzendbureaus hebben een verdienmodel gevonden in de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat bleek ook al eerder uit het jaarverslag van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Maar het probleem ligt niet alleen bij de malafide uitzendbureaus die dit verdienmodel hebben gevonden. Ook bij de grote bekende uitzendbureaus gaan er dingen het mis, zegt de FNV. De dubbele pet van de uitzendbureaus als huurbaas en werkgever, maakt de buitenlandse werknemer kwetsbaar en te afhankelijk. Bij het verliezen van hun werk verliezen de buitenlandse uitzendkrachten vaak ook hun bed of kamer.

Daarnaast krijgt de FNV krijgt ook veel klachten over de kwaliteit van de huisvesting. Vaak zouden meerdere mensen op een kamer slapen en slechts een bed huren. Werknemers zouden vrijwel niet durven te klagen over slechte omstandigheden in huizen, ze zouden gekort kunnen worden op het aantal uren dat ze mogen werken.
Bovendien is de woonruimte veel te duur voor wat het is, volgens de FNV. Honderd euro per week per bed is een gangbare prijs, zegt de vakbond. “Het geld stroomt binnen nog voordat de uitzendkrachten een uur hebben gewerkt.”

‘Kostenpost, geen verdienmodel’
Volgens de brancheorganisaties klopt dat niet. Buitenlandse uitzendkrachten zijn op dit moment gemiddeld wel bijna honderd euro per week kwijt voor een bed op een kamer die ze vaak delen met iemand. “Maar deze kosten zijn inclusief internet, gemeentelijke belastingen en service die er vanuit de uitzendbureaus gegeven wordt”, zegt Koops.
De prijzen voor de kamers kun je volgens hem dan ook niet een op een vergelijken met bijvoorbeeld studentenkamers. “Huisvesting is voor de meeste uitzendbureaus een kostenpost en geen verdienmodel.”

Tekort aan woningen
Er is een schrijnend tekort aan woningen voor arbeidsmigranten, stellen zowel de ABU als de NBBU. Volgens hun berekeningen is er op dit moment een tekort van minstens 120.000 bedden. Veel gemeenten zouden niet zitten te wachten op de huisvesting van arbeidsmigranten.
Zowel de FNV als uitzendbureaus willen af van de dubbele pet en kijken daarvoor richting het kabinet en gemeenten. Meer woningen en meer toezicht op de huidige huisvesting worden door alle partijen gezien als de oplossing. Het is nu wachten op een reactie van het kabinet. Naar verwachting komt Koolmees daar binnenkort mee.

Bron: NOS.nl (15 december 2019).

 

 

 

Kenniscentrum Arbeidsmigranten

Slim en knetterambitieus: Poolse carrièrevrouwen in Nederland

Arbeidsmigranten uit Polen worden vaak in één adem genoemd met laagbetaalde banen als schoonmaken of aspergesteken. Maar dat beeld is achterhaald. Drie hoogopgeleide Poolse carrièrevrouwen vertellen over hun ervaringen.

Recentere cijfers zijn er niet, maar in 2017 werden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ruim 838.000 banen in Nederland ingevuld door buitenlandse medewerkers. Daarvan hadden bijna 180.000 een Poolse achtergrond.

Sinds Polen in 2004 tot de Europese Unie toetrad, emigreren steeds meer Polen naar Nederland. Daarvan werkt bijna 70 procent in de ‘zakelijke dienstverlening’, al geeft dit een vertekend beeld omdat werknemers die via een uitzendbureau werken hier ook onder worden geschaard – terwijl ze dan nog steeds in de tuinbouw kunnen werken.
Maar het beeld van Polen als voornamelijk laaggeschoolde arbeidskrachten geldt bij lange na niet voor alle Poolse emigranten. Daarom maakte RTL Z een rapportage over Poolse carrièrevrouwen in Nederland en de andere kant van arbeidsmigratie.

Klik hier om de rapportage te bekijken.

 

 

 

 

Buitenlandse werknemers: Vraag en antwoord Rijksoverheid

Wanneer mogen kennismigranten in Nederland werken? Welke vergunningen zijn hiervoor nodig? En welke voorwaarden worden er gesteld aan werkgevers? 

Een niet-Europese kennismigrant kan onder voorwaarden naar Nederland komen om te werken. Hij of zij moet bijvoorbeeld hoog opgeleid zijn. De werkgever moet een erkend referent zijn bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND behandelt dan de aanvraag om een kennismigrant naar Nederland te halen sneller.

Wilt u meer weten over welke voorwaarden en vergunningen er gelden op het gebied van het tewerkstellen van kennismigranten?
Bekijk dan hier de Vraag en Antwoord-pagina van de Rijksoverheid!

 

Poolse arbeidsmigrant verkiest Duitsland voor het eerst in jaren boven VK

Voor het eerst in bijna tien jaar zijn er meer Poolse arbeidsmigranten teruggekeerd uit het Verenigd Koninkrijk dan dat er zijn gearriveerd. Het VK verliest daarmee zijn status als het populairste EU-land onder Poolse werknemers aan Duitsland.

Dit artikel verscheen eerder via Nu.nl. Lees hier het volledige artikel of lees hieronder verder.

Onder meer de Brexit en een goed draaiende Poolse economie leiden ertoe dat er minder Polen in het Verenigd Koninkrijk werken. Zo vertrokken er de afgelopen periode 85.000 Polen uit het VK.
Het aantal Polen dat momenteel in het VK werkt ligt op bijna 695.000, terwijl er in Duitsland meer dan 706.000 Polen werken. Daarmee is Duitsland voor het eerst sinds 2006 weer het populairste land onder Poolse arbeidsmigranten in de EU. Andere populaire bestemmingen zijn onder meer Frankrijk, Ierland en Nederland.

In Nederland waren Polen vorig jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), goed voor circa 180.000 banen.
Op dit moment werken er bijna tweeënhalf miljoen Polen in andere EU-landen, zo blijkt uit cijfers van een Pools bureau voor statistiek uit Warschau.
Polen heeft een grote behoefte aan arbeidskrachten, zo liggen de werkloosheidscijfers op het moment bijna net zo laag als tijdens het communistische tijdperk. Om die reden komen veel goedkope arbeidskrachten steeds minder uit Polen.
Zo weten werknemers afkomstig uit EU-staten als Roemenië en Bulgarije de laatste jaren bijvoorbeeld vaker werk buiten de landsgrenzen te vinden.

Bron: Nu.nl (16 november 2019).

 

Ministeries komen met integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten

Het kabinet werkt aan een integrale aanpak waarbij misstanden bij EU-arbeidsmigranten worden aangepakt en tegelijkertijd werk- en woonomstandigheden worden verbeterd. In een brief aan de Tweede Kamer beschrijven de ministers Koolmees, Knops en Van Veldhoven en de staatssecretarissen Van Ark en Keijzer waar deze integrale aanpak uit bestaat.

In de aanpak werkt het kabinet samen met provincies, gemeenten, sociale partners, internationale partners, niet-gouvernementele organisaties en andere private partijen. De focus ligt op zes onderwerpen: voorlichting, registratie, huisvesting, de afhankelijkheidsrelatie van werkgevers, de aanpak van malafide uitzendbureaus en melding van misstanden.
In deze integrale aanpak ingezet op aanvullende eisen voor Nederlandse en buitenlandse uitzendbureaus en zal de waarborgsom voor uitzendbureaus nader worden bekeken. Daarnaast worden er acties in gang gezet die ervoor zorgen dat de voorlichting, registratie en huisvesting van arbeidsmigranten worden verbeterd.
De integrale aanpak die in deze brief beschreven is, kan niet uitgevoerd worden zonder dat alle betrokken partijen op een gestructureerde manier met elkaar gaan samenwerken. Dat betekent dat overheden op nationaal en decentraal niveau beter met elkaar moeten samenwerken en daarbij de sociale partners, ngo’s en andere organisaties betrekken. Alleen met een gezamenlijke visie en gezamenlijke acties kunnen problemen op tijd gesignaleerd en aangepakt worden. Alle partijen moeten hun rol pakken. Regionale samenwerking door publieke en private partijen is daarbij essentieel.

Klik hier om de volledige kamerbrief te downloaden.