CPB: Nederland langdurig minder aantrekkelijk voor expats

De Nederlandse economie zal op de korte en middellange termijn niet volledig herstellen van de coronacrisis, zo blijkt uit rapportages van het Centraal Plan Bureau (CPB). Zo is ons land langere tijd minder aantrekkelijk voor buitenlandse werknemers.

Dit artikel verscheen eerder via Vastgoedmarkt.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Uit de CPB-publicaties ‘Blijvende economische schade van de coronacrisis’ en ‘Langdurige effecten van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt’ wordt opnieuw bevestigd dat de economie op korte termijn flink wordt geraakt. Deze schade zal op de langere termijn slechts gedeeltelijk herstellen, zelfs in het geval dat het virus binnenkort helemaal onder controle is.

Buitenlandse werknemers
De productiviteitsgroei zal langdurig lager zijn onder meer door verminderde innovatie en investeringen. Ook zal de werkloosheid, na een sterke stijging, pas na ongeveer vijf jaar, weer zijn teruggekeerd naar een structureel niveau. Het arbeidsaanbod daalt doordat werkloos geworden mensen het zoeken naar een baan opgeven, Nederland door de hogere werkloosheid minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse werknemers en studenten later afstuderen of juist afzien van een vervolgopleiding. Op de lange termijn (langer dan 10 jaar) zullen het arbeidsaanbod en de investeringen naar verwachting herstellen. Een blijvend lagere productiviteit zorgt echter voor een lager bruto binnenlands product (bbp) dan verwacht op basis van pre-crisis trends, onder meer door een lange periode van verminderde innovatieve activiteiten.

Robotisering en digitalisering
Op de korte termijn ontstaat er door de crisis een mismatch op de arbeidsmarkt, doordat de vraag naar werknemers in sommige sectoren wegvalt, terwijl die vraag in andere sectoren toeneemt. Hierdoor sluiten de vaardigheden van werkzoekenden minder goed aan bij openstaande vacatures. De mismatch kan versterkt worden als de crisis leidt tot een versnelling in de groei van automatisering, robotisering en digitalisering, ingegeven door ervaringen tijdens deze pandemie.

Mismatch arbeidsmarkt
Mensen die werkloos raken gaan, als ze opnieuw een baan vinden, vaak langdurig in inkomen achteruit. Dit geldt vooral als ze langere tijd geen werk hebben gehad en daardoor vaardigheden en kennis verliezen. Op de middellange termijn zal deze mismatch op de arbeidsmarkt verdwijnen. Medewerkers zullen zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Het verlies van vaardigheden en kennis van werknemers door langdurige werkloosheid, en eventuele langdurige gezondheidsproblemen na een besmetting, hebben mogelijk nog wel gevolgen voor de arbeidsmarkt na de middellange termijn. Op de lange termijn heeft de crisis naar verwachting geen gevolgen voor de arbeidsmarkt omdat mensen weer werk vinden, het loonverlies inhalen of met pensioen gaan.

 

 

Detachering maakt arbeidsmigrant nog goedkoper

Uitzendbedrijven onderzoeken hoe ze arbeidsmigranten via de zogenaamde A1-route goedkoper naar Nederland kunnen halen. Dat stelt ABN Amro donderdag in een sectoranalyse. Bij A1-payrolling detacheert een dochter in bijvoorbeeld Polen werknemers maximaal twee jaar in Nederland. Omdat ze onder de Poolse sociale zekerheid vallen, zijn ze voor de opdrachtgever circa €3 per uur goedkoper.

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad.
Klik hier voor het volledige artikel, of lees hieronder verder.

Via deze route kunnen ook Oekraïners, Oezbeken of andere derdelanders in Nederland werken. Polen is koploper in het verstrekken van werkvergunningen aan derdelanders: vorig jaar bijna een half miljoen, waarvan ruim 300.000 aan Oekraïners.

Shoppen
ABN Amro ziet ondanks oplopende werkloosheid nog steeds sectoren met knellende personeelstekorten. Bij economisch herstel zal de vraag naar arbeidsmigranten weer toenemen, verwacht de bank.
Niet alle uitzenders staan te juichen bij A1-verloning. ‘Shoppen in sociale premies is onwenselijk,’ zegt Frank van Gool, directeur van Otto Workforce. Het verbaast hem niet. ‘Nieuwe wetgeving maakt uitzenden duurder. Er zijn altijd partijen die dan gaan zoeken.’ De branchekoepels zijn verdeeld. De ABU stuurt aan op een verbod. De NBBU, met veel mkb-leden, vraagt om goede handhaving.

Ontduiking
De kans op malafide praktijken is tamelijk groot, stipt de ABU aan. Formeel moet een uitzender eerst een Oost-Europees bedrijf overnemen dat zelf geen uitzendbureau is en zelfstandig omzet draait in eigen land. Een bouwbedrijf mag alleen bouwvakkers detacheren en geen aardbeienplukkers.
Volgens EU-regels hebben arbeidsmigranten wel recht op het minimumloon in het werkland. Omdat het sinds begin deze maand is verboden om reis-, maaltijd- en verblijfskosten bij het loon op te tellen, is het — althans in theorie — ook moeilijker geworden om dat te ontduiken. West- en Oost-Europa liggen al jaren met elkaar overhoop over verdere aanscherping van de EU-detacheringsrichtlijn.

 

 

Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer

De risico’s op besmetting van arbeidsmigranten met het coronavirus vormen een acuut probleem. Het kabinet pakt de implementatie van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten die gericht zijn op de korte termijn daarom met urgentie op. Het aanjaagteam, onder leiding van Emile Roemer, komt op een later moment met aanvullende aanbevelingen voor de langere termijn die zijn gericht op de structurele problematiek. Dat schrijft coördinerend minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit artikel verscheen eerder via Rijksoverheid.nl.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

Nieuwe huisvestingslocaties
De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheid van de werkgever, opnieuw onderstreept en zichtbaarder gemaakt. Het kabinet gaat daarom de realisatie van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten stimuleren. Er komt een overzicht van regio’s waar de woonproblematiek het grootst is, en gemeenten worden actief benaderd om bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, zoals de beschikbaar gekomen gelden uit de woningbouwimpuls, de korting op de verhuurdersheffing voor initiatieven met flexwonen en de versnellingskamers flexwonen.

Verbeteren registratie
Om effectief beleid te kunnen maken is kennis over het verblijf van arbeidsmigranten onmisbaar. Arbeidsmigranten zijn net als iedereen verplicht om zich bij een verblijf van meer dan vier maanden in Nederland in te laten schrijven als ingezetene. In de praktijk blijkt echter dat arbeidsmigranten te vaak niet aan deze verplichting voldoen. Om dit probleem te ondervangen werken de ministeries van BZK en SZW en de Inspectie SZW intensief samen aan een plan van aanpak om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren. Vanwege de urgentie worden op korte termijn al de eerste stappen gezet.

Tijdelijke huurcontracten
Arbeidsmigranten die hun werk verliezen, komen vaak in de knel omdat zij voor woonruimte afhankelijk zijn van hun werkgever en geen huurbescherming hebben. Dit vormt niet alleen een huisvestingprobleem, maar ook een potentieel gezondheidsrisico, voor de arbeidsmigrant zelf en zijn omgeving. Volledige huurbescherming hoort bij een contract voor onbepaalde tijd. Deze contractvorm is bij arbeidsmigranten vaak niet aan de orde vanwege de beperkte duur van het werk. Het kabinet wil daarom in gesprek met belanghebbende partijen, waaronder werkgevers en huisvesters, over de mogelijkheid van het gebruik van tijdelijke huurcontracten die niet tussentijds kunnen worden opgezegd.

Informatieknooppunt
Het is voor arbeidsmigranten niet altijd duidelijk waar men terecht kan met vragen of meldingen van misstanden. Relevante informatie voor arbeidsmigranten moet gemakkelijk toegankelijk en in hun eigen taal beschikbaar zijn. Het kabinet neemt de aanbeveling over om een centraal informatieknooppunt te ontwikkelen. Samen met de gemeente Westland wordt een pilot opgezet waarbij wordt onderzocht op welke manier arbeidsmigranten het beste kunnen worden voorgelicht over arbeidsvoorwaarden, geïnformeerd kunnen worden over veilig en gezond werken in de sector waarin zij werkzaam zijn, en kunnen worden geactiveerd om hun rechten te effectueren.

Samenwerkingsplatform toezichthouders
De problematiek omtrent arbeidsmigranten raakt zowel verschillende onderdelen van de Rijksoverheid als van lagere overheden. Daarom is gecoördineerde actie nodig. Om dit in goede banen te leiden, wordt gewerkt aan een verbeterde samenwerking tussen partijen zoals de Inspectie SZW, de NVWA, de GGD en de veiligheidsregio’s. Hiervoor wordt onder andere op korte termijn een landelijk samenwerkingsplatform voor toezichthouders ingericht. Het samenwerkingsplatform zal daarbij coördinatie op het regionale niveau voorbereiden om snel te kunnen optreden bij een uitbraak in een bedrijf of een sector, zoals recent bij slachterijen. Om potentiële brandhaarden in risicosectoren te voorkomen zal het platform preventieve acties coördineren.

Minister Koolmees: “Ik wil het aanjaagteam bedanken voor de snelheid waarmee het zijn taken heeft opgepakt. Besmettingen in de vleesindustrie en de fruithandel maken pijnlijk duidelijk dat er maatregelen moeten worden getroffen om arbeidsmigranten te beschermen. Deze incidenten laten zien dat de problemen urgent zijn en dat de bescherming van arbeidsmigranten tegen het coronavirus niet kan wachten.”

Download hier de volledige kabinetsreactie inzake de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.

 

Boeren willen arbeidsmigranten van buiten EU om tekorten op te vangen

De belangenorganisatie voor boeren en tuinbouwers LTO Nederland wil dat Nederland mensen van buiten de EU toestaat om hier te helpen met de teelt en oogst van groenten, fruit en bloemen.

Dit artikel verscheen eerder via RTL Nieuws.
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

De LTO doet de oproep in het Verkiezingsmanifest van de organisatie, dat het vandaag heeft gepubliceerd. Het is een wensenlijstje van de boeren en tuindersorganisatie aan politiek Den Haag.
De partij die het meeste van deze wensen in haar verkiezingsprogramma opneemt, maakt de grootste kans op de stemmen van boeren bij de verkiezingen volgend jaar. De organisatie heeft 35.000 leden. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 zou dat goed zijn geweest voor een halve zetel.

Te springen om seizoensarbeiders
Er zijn meer arbeidsmigranten nodig om seizoenswerk te doen, is al langer te horen in boerenkringen. Dat komt door de soepel draaiende economie in de afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt. Wat niet meehelpt is dat buurlanden vanwege de coronacrisis met belastingmaatregelen werkgevers steunen bij het inhuren van seizoensarbeiders.
De oplossing volgens de lobbyorganisatie: laat onder voorwaarden ook arbeidsmigranten van buiten de EU toe voor een periode van maximaal negen maanden. Er zou een grens moeten komen aan het aantal migranten, en werkgevers moeten zorgen voor goede huisvesting, een cao-loon en de noodzakelijke verzekeringen.

FvD en PVV tegen
De wens om arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie toe te laten om hier te komen werken is opmerkelijk. Bij de felle boerenprotesten van vorig jaar werden de boeren nadrukkelijk gesteund door de PVV en Forum voor Democratie, partijen die tegen open grenzen zijn, constateert Het Financiële Dagblad.

Geen nieuw beleid alsjeblieft
Het manifest, getiteld ‘Een nieuwe kans voor goed beleid voor onze boeren en tuinders’ is verder vooral een oproep om de agrarische sector met rust te laten de komende jaren. Een nieuw vergezicht of een stip op de horizon is ‘niet de oplossing’. “Geef ons niet het zoveelste pakket van wet- en regelgeving, hoe goed bedoeld ook”, smeken de boeren.
In plaats daarvan zou de politiek de sector de ruimte moeten geven om zelf te bepalen hoe bepaalde doelen gehaald kunnen worden.

Stikstofdossier
De sector ligt onder een vergrootglas sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State. Die zette een streep door tal van bouwvergunningen omdat deze in strijd met Europese natuurwetgeving zijn afgegeven. Omdat boerenbedrijven verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de stikstofuitstoot, wil het kabinet dat de sector krimpt.

Zorgen om coronabesmettingen arbeidsmigranten, ‘breder onderzoek echt nodig’

Dit artikel verscheen eerder via NOS.nl
Bekijk hier het originele artikel, of lees hieronder verder.

20 procent van de personeelsleden van slachterij Vion in Groenlo is besmet met het coronavirus. Hoe het komt dat het besmettingspercentage zo hoog is, staat nog niet vast. Mogelijk speelt krappe huisvesting een rol.
Medewerkers van slachthuizen zijn vaak arbeidsmigranten uit Bulgarije, Roemenië en Polen. Via een uitzendbureau worden ze ingezet. “Ik ben geen viroloog, maar veel werknemers slapen samen, hoesten bijna over elkaar heen, gaan samen in een bus naar het werk en delen soms met wel 40 man een keuken. Dan is het lastig om anderhalve meter afstand te bewaren”, reageert Bart Plaatje van FNV.
Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid zegt dat de slachthuizen die voor morgenavond onvoldoende aantonen dat zij al het mogelijke doen om coronabesmettingen te voorkomen, moeten sluiten. De inspecties zullen zich niet alleen richten op de situaties in de slachthuizen, maar ook hoe personeel wordt vervoerd en hoe ze wonen.

Risico’s in andere sectoren
Niet alleen in de vleessector, ook in de land- en tuinbouw, bouw en in distributiecentra werken arbeidsmigranten. Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog, zegt in Met het Oog op Morgen dat het na coronabesmettingen in vleesverwerkende bedrijven, wachten is op besmettingen in andere sectoren. “Veiligheidsregio’s en GGD’s moeten dit nu onderzoeken en zich niet alleen richten op de slachthuizen”, vindt Veerman.
Van de naar schatting 400.000 arbeidsmigranten in Nederland, werken er 12.000 in de vleesindustrie. Veerman noemt het hoge besmettingsniveau van 20 procent in slachthuizen “alarmerend” en wil daarom breder testen. “Ik vind het onbestaanbaar dat dit niet breder onderzocht wordt in andere sectoren waar veel arbeidsmigranten werken.”

Vakbond FNV vraagt al langer aandacht voor leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Vicevoorzitter Tuur Elzinga noemt het probleem ‘zeer actueel’ vanwege coronabesmettingen in slachthuizen: “De middeleeuwse situatie waarbij je baas ook je huisbaas is, moet afgelopen zijn.”
Het toezicht op de handhaving van coronamaatregelen is versnipperd. Elzinga: “De veiligheidsregio’s gaan over huisvesting, politie over vervoer, de arbeidsinspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over veiligheid.” In een brief pleit FNV voor een structurele aanpak.

Bart Plaatje: “Er wordt niet getest op corona in sectoren waar veel arbeidsmigranten werken, dus zeker weten doen we het niet. Het kan ook liggen aan de vleesverwerkende industrie. Mogelijk grijpt het virus daar sneller om zich heen om wat voor een reden dan ook. Maar ik geloof in deze situatie eerder in en/en, dan in en/of.”
Afgelopen weekend sprak Plaatje twee Bulgaren die bij Vion werkten, om persoonlijke redenen werden ontslagen en uit huis werden gezet. Ze hadden koorts, zijn naar de dokter gegaan en wachten de uitslag van de coronatest nu elders af. Plaatje wil vanwege dit soort voorbeelden dat arbeidsmigranten niet langer mogen wonen in huizen van hun uitzendbureau. “Scheiden van bed en brood moet nu echt eens geregeld worden.”
De ChristenUnie en de SP hebben in december een plan ingediend om de woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maandagmiddag debatteert de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierover.

 

Arbeidsmigrant is tegenwoordig veel meer dan laaggeschoolde tomatenplukker

De technieksector schreeuwt de komende jaren om geschoolde arbeidsmigranten. De tijd is voorbij dat buitenlandse arbeiders vooral laaggeschoold werk deden in de landbouw en logistiek.

Klik hier voor het originele artikel op de website van het Algemeen Dagblad, of lees hieronder verder.

Dat geluid was deze week te horen tijdens regionaal overleg van gemeenten, huisvesters en (uitzend)bedrijven in West-Brabant-West over de inzet van arbeidsmigranten. ,,Vraag is hoe we jonge gediplomeerde mensen uit het buitenland naar onze regio kunnen krijgen. We hebben ze hard nodig in de technische beroepen”, aldus de Roosendaalse wethouder Toine Theunis, bestuurlijk trekker voor arbeidsmigranten namens Roosendaal, Rucphen, Halderberge, Moerdijk, Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen en Tholen.

Die boodschap was managers Marcel Verschuren en Luc de Vos van chemiereus BASF in Antwerpen uit het hart gegrepen. Zij ervaren dagelijks de krapte aan geschoold technisch personeel en hoe belangrijk buitenlandse inzet inmiddels is om het bedrijf draaiende te houden. ,,Denk aan elektromonteurs, pijpfitters, schilders, stellingbouwers en isolatie-personeel”, aldus De Vos die zelf in Ossendrecht woont.

Op de terreinen van BASF zijn naar schatting 1000 tot 1200 buitenlandse arbeiders werkzaam. Voor het werk van stellingbouwers zijn al helemaal geen Nederlanders of Belgen te vinden. Voor het gehele Antwerpse havengebied staat de teller, aldus de twee managers, op ongeveer 20.000 arbeidsmigranten.
,,Tot 2026 wordt er voor 9 miljard in de haven van Antwerpen geïnvesteerd. Dat betekent dat de vraag naar buitenlandse werknemers alleen maar toeneemt.” De Vos en Verschuren deden een beroep op gemeenten en huisvesters om zich ’open te stellen voor het aantrekken van getalenteerde krachten’ en vooral grensoverschrijdend te denken.
In het vorige week naar buiten gekomen rapport Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de (mensen)handel werd ook al gesignaleerd dat de krapte op de arbeidsmarkt zodanig is dat arbeidsmigranten hard nodig blijven en niet alleen voor laaggeschoold werk in de agrarische sector en de logistiek. Kortom, het klassieke beeld van de arbeidsmigrant begint te kantelen.

Lees hier het volledige artikel van het Algemeen Dagblad.

 

De Oost-Europese arbeidsmigrant zit in de knel op de Nederlandse arbeidsmarkt

Het beeld van de Bulgaar als WW-fraudeur klopt van geen kanten, stelt promovenda Anita Strockmeijer. 

Arbeidsmigranten uit Oost-Europese lidstaten van de EU hebben een structureel achtergestelde positie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Risico is dat deze migranten een nieuwe achterstandsgroep in Nederland gaan vormen, concludeert Anita Strockmeijer, kennisadviseur bij het UWV. Zij promoveert dinsdag aan de Universiteit van Amsterdam op de sociaaleconomische positie van migranten uit Oost-Europa.

Lees hieronder het volledige artikel of lees verder op de website van Trouw.

Polen, Bulgaren en Roemenen hebben het in Nederland moeilijk, blijkt uit haar proefschrift. 76 procent van hen heeft een tijdelijk dienstverband, tegenover 29 procent van de Nederlanders. Ze werken vaak in sectoren met lage lonen en grote kans op werkloosheid als de uitzendbranche, de agrosector en transport.
Kans op verbetering is er nauwelijks. “Het personeelsbeleid van werkgevers lijkt eraan bij te dragen hen gevangen te houden in een kwetsbare positie”, schrijft Strockmeijer. Zelfs bij personeelskrapte doen werkgevers geen moeite hun personeel te behouden door bijvoorbeeld een vast contract of perspectief op promotie te bieden, komt naar voren uit haar analyse. De aanhoudende stroom nieuwe migranten aangeleverd door uitzendbureaus maakt het mogelijk dat werkgevers de lonen laag houden, zonder zich zorgen te maken over een gebrek aan handjes in de kas of fabriek.
Wat niet helpt is dat Polen en Roemenen voor hun huisvesting vaak afhankelijk zijn van uitzendbureaus. Als zij een betere baan ­accepteren, staan ze op straat.

Terugkeer
Deze kwetsbare positie zou voor Nederland niet zo’n probleem zijn, als niet een substantieel deel van de Polen en Bulgaren zich blijvend in Nederland vestigt. Een derde van de arbeidsmigranten, die vijf jaar na komst nog in Nederland woont en werkt, is volgens Strockmeijer vestigingsmigrant.
In haar onderzoek haalt de promovenda het beeld onderuit van de Bulgaar als WW-genieter, die na ontvangst van zijn ontslagbrief achterover leunt en wacht op binnenstromende uitkeringseuro’s. Het klopt dat arbeidsmigranten vaker een werkloosheidsuitkering (WW) krijgen, maar dat is volgens Strockmeijer te verklaren door hun kwetsbare positie. Ze verliezen vier keer vaker hun baan dan de gemiddelde Nederlandse werknemer.
Afgezet tegen het aantal keer dat arbeidsmigranten hun werk kwijt­raken, is het aantal arbeidsmigranten met een werkloosheidsuitkering zelfs bescheiden. 27 procent van de migranten die hun baan verliezen stroomt de WW in, tegenover 36 procent van de Nederlandse werk­lozen. Dat komt omdat migranten niet genoeg weken gewerkt hebben om in aanmerking te komen voor een uitkering, omdat ze hun rechten niet kennen, of omdat ze terugkeren naar het land van herkomst.
Eenmaal in de WW vinden ­migranten ongeveer even snel nieuw werk als andere migrantengroepen, zoals Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Autochtone Nederlanders scoren op dat vlak ­beter.

‘Bulgarenfraude’
Springt de Oost-Europeaan er wellicht uit op uitkeringsfraude? Nee: migranten verliezen hun uitkering iets minder vaak door een overtreding van de regels dan Nederlanders, ondanks beeldbepalende incidenten als de ‘Bulgarenfraude’.
Om te voorkomen dat een nieuwe groep migranten langdurig in een achterstandspositie belandt is visie nodig voor de lange termijn, stelt Strockmeijer. De beste manier om Polen en andere migranten minder kwetsbaar te maken is taalles en bedrijfsopleidingen. Instanties als UWV en de (lokale) overheid kunnen hierbij een rol spelen.
Die suggestie lijkt ver af te staan van oproepen van enkele politieke partijen tot minder immigratie. “Het is de vraag of veronderstellingen van beleidsmakers en werk­gevers rondom Oost-Europese ­arbeidsmigranten voldoende overeenkomen met de werkelijkheid”, concludeert Strockmeijer.

Bron: Trouw (11 februari 2020).

 

Kenniscentrum Arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten: we worden verwend

Nederland is op dit moment afhankelijk van arbeidsmigranten en kenniswerkers. En die mensen komen graag: ze zijn het erover eens dat ze in Nederland ’ontzettend verwend’ worden.

Expats kiezen voor ons land vanwege ’onze tolerante houding jegens buitenlanders’. Dat blijkt uit een reportage van De Telegraaf. Lees het artikel hier op de website van De Telegraaf of lees hieronder verder.

Er is in Nederland bijvoorbeeld genoeg werk voor zij die willen en er zijn mogelijkheden om je op te werken, vertelt Krzysztof Wasala (34) uit Polen. Hij werkt nu in Noordwijkerhout. „Ik werkte via een uitzendbureau eerst altijd op het land, in de regen, kou, hagel”, zegt hij. „Sinds de zomer heb ik een andere baan. Ik zit nu in de snijbloemen-industrie en werk in de koeling. Dat is fijn, want dat is binnen.”

Wasala heeft het wel moeilijk gehad in Nederland, in zijn eerste baan in Nederland moest hij bijvoorbeeld betalen om te kunnen werken. „Dat waren illegale praktijken.” Hij is blij dat hij nu een vaste baan heeft in Nederland, maar weet nog niet of hij permanent hier wil blijven.

Balans
„De werk-leven balans maakt Nederland aantrekkelijker dan andere landen”, zeggen Indiase Kay Jaiswal (40), al 11 jaar werkzaam voor ING, en de Zuid-Afrikaanse Carlo Hennsa (42), software developer voor CapGemini, momenteel bezig met een klus voor uitkeringsinstantie UWV.
Je kunt na je werk nog wat voor jezelf doen. De Britse Alpa (39), werkzaam bij satelliet communicatiebedrijf SES, roemt de Nederlandse balans: „Ik hou van de directheid van Nederlanders, als er een probleem is dan weet je het gelijk. Ook de werk-leven balans hier is beter dan elders.”

Expat-kring
Alpa woont in een buurt met veel expats in Voorburg, Den Haag en zegt dat er in die buurt steeds meer expat families bijkomen, voornamelijk uit India. Alpa doet veel vrijwilligerswerk in haar buurt, en is blij met haar kring daar. Ze werkt nu al acht jaar voor satellietcommunicatie bedrijf SES op de finance afdeling en wil niet meer weg uit Nederland.
De Chinese Sheng Liu (29) is naar Nederland verhuisd nadat hij erachter kwam dat Nederland op economisch vlak het best scoorde, op basis van World Economic Forum data. „Het is een beetje geeky, maar ik ben gewoon cijfers gaan vergelijken”, zegt hij.

Kansen
Sheng kwam naar Nederland voor betere kansen. „Nederland is gewoon leidend in innovatie en productiviteit”, zegt ook Jaiswal, als hij terugdenkt aan de reden dat hij in 2006 hier naar toe kwam.
Voor kenniswerkers maakt de 30%-regeling Nederland ook aantrekkelijk. Deze zogenoemde 30%-regeling omhelst dat expats die in Nederland komen werken 30% van hun loon belastingvrij krijgen.
Zowel Jaiswal als Hennsa merkt op dat ze deels door deze regeling andere baanaanbiedingen in Duitsland en de Verenigde Staten hebben geweigerd. Jaiswal voegt toe: „Het is een goede regel, ook omdat ze als expats meer kosten maken voor bijvoorbeeld kinderopvang, bij gebrek aan familie in de buurt.”
Het verliezen van de 30%-regeling, waar hij tien jaar gebruik van heeft gemaakt, maakte inderdaad veel uit voor zijn familie, want Jaiswal en zijn vrouw verloren deze tegelijkertijd. Toch vindt ook hij dat de regeling inderdaad niet eeuwig kan voortduren.

Tolerantie
Werk is niet de enige reden om voor Nederland te kiezen, volgens Jaiswal. „Ik heb uiteindelijk voor Nederland gekozen deels om de tolerante houding tegenover buitenlanders.” Bijna alle expats noemen dit als een reden om voor Nederland te kiezen en niet voor een ander land.

„We hebben nog overwogen om naar Frankrijk te gaan, maar daar was het zo Frans, terwijl het in Nederland heel internationaal is”, zegt de Italiaanse Kathleen Delaney (41), freelance dans- en muziekdocente.
Ze komt uit Italië, waar ze is opgegroeid bij een Amerikaanse vader en Italiaanse moeder. Ze woont nu in Amsterdam en werkt als muziekdocent op verschillende plekken. Ze is al tien jaar in Amsterdam, waar ze nu met haar partner ook kinderen heeft. Ze spreekt een beetje Nederlands, maar niet vloeiend. Voor haar is Amsterdam de ideale uitvalsbasis ook om internationaal te werken.

Bekijk het volledige artikel via Telegraaf.nl (10 februari 2020).

 

Expats en kennismigranten

Relatief weinig internationale kenniswerkers in Nederland

Nederland telde van 2016 tot en met 2018 gemiddeld 383 duizend internationale kenniswerkers. Dat is 4,2 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. Vergeleken met andere Europese landen is dat bescheiden. Het grootste deel van deze kenniswerkers (63 procent) werkt in de dienstensector. Dit meldt het CBS op basis van nieuw onderzoek naar internationale kenniswerkers in Nederland en 13 andere Europese landen, bekostigd door het ministerie van EZK.

Bekijk hier het volledige artikel via CBS of lees hieronder verder.

In de periode 2003/2005 telde Nederland gemiddeld 221 duizend internationale kenniswerkers. In 2016/2018 waren dat er 383 duizend (73 procent meer). In 2003/2005 vormden ze nog 2,7 procent van de beroepsbevolking, in 2016/2018 was dat 4,2 procent. Van de onderzochte Europese landen kende Luxemburg met 26 procent het grootste aandeel kenniswerkers in de beroepsbevolking in 2016/2018.
In dit onderzoek worden internationale kenniswerkers gedefinieerd als alle hoogopgeleide personen die – soms al jarenlang – wonen in een bepaald land, maar in een ander land zijn geboren. Deze definitie maakt vergelijking tussen landen mogelijk. Dat geldt in mindere mate voor het verwante begrip kennismigranten, die alleen in het jaar van binnenkomst als zodanig worden geregistreerd en waarbij migratiebeleid en -regelingen per land verschillen.

Beperkte groei internationale kenniswerkers
De groei van het aandeel internationale kenniswerkers is in Nederland bescheiden, afgezet tegen de ontwikkeling in de onderzochte EU-landen. Bij ruim de helft van deze landen was sprake van ten minste een verdubbeling van het percentage internationale kenniswerkers. Van de direct omringende landen valt vooral het Verenigd Koninkrijk op. Zowel het aandeel kenniswerkers in 2016/2018 (9 procent) als de groei ten opzichte van 2003/2005 was daar beduidend groter dan in Nederland.

In Nederland vaak kenniswerkers met hoog beroepsniveau
In Nederland doen internationale kenniswerkers vaak werk op hun opleidingsniveau. In 2016/2018 werkte twee derde van hen op een hoog beroepsniveau, bijvoorbeeld als manager of technicus. Nederland komt daarmee achter de koplopers Luxemburg en Zwitserland, maar net voor de buurlanden België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Met 6,2 procent was de werkloosheid onder internationale kenniswerkers in 2016/2018 in Nederland lager dan in de meeste andere Europese landen. Ook was deze lager dan de werkloosheid onder personen met een migratieachtergrond in de Nederlandse beroepsbevolking (gemiddeld 8,4 procent in 2016/2018). Het algemene werkloosheidspercentage was in deze periode gemiddeld 4,9 procent.

Aandeel internationale kenniswerkers in nijverheid relatief laag
De meeste internationale kenniswerkers zijn actief in de niet-commerciële dienstverlening (35 procent), gevolgd door de commerciële dienstverlening (28 procent). Van de buurlanden is het aandeel internationale kenniswerkers dat werkt in de dienstensector (commercieel en niet-commercieel) in België en het Verenigd Koninkrijk groter dan in Nederland. In Duitsland geldt dat voor de nijverheid. Nederland heeft relatief weinig kenniswerkers die in deze bedrijfstak werken: 11 procent.

Grootste aandeel zelfstandigen in Nederland
Nederland had in de periode 2016/2018 het grootste aandeel zelfstandige internationale kenniswerkers van de onderzochte Europese landen: 20 procent. Het was bovendien, naast het Verenigd Koninkrijk, het enige land waar het aandeel zelfstandigen toenam ten opzichte van 2003/2005.
Het aantal zelfstandige internationale kenniswerkers in Nederland is meer dan verdubbeld tot 71 duizend. Deze zelfstandige kenniswerkers waren in Nederland vooral te vinden in de commerciële dienstverlening (41 procent), gevolgd door de niet-commerciële dienstverlening (33 procent) in 2016/2018. De vertegenwoordiging in de handel (16 procent) en de nijverheid (4 procent) is relatief klein. Van de genoemde bedrijfstakken nam het aandeel zelfstandige kenniswerkers af in de nijverheid en de niet-commerciële dienstverlening.

Bron: CBS.nl (10 februari 2020).

 

West-Brabanders werken huisvesting arbeidsmigranten tegen, ook bestuurders laten ze zitten

West-Brabantse gemeenten hebben te weinig aandacht voor arbeidsmigranten, concluderen onderzoekers. Lokale bestuurders tonen vaak weinig inzet voor huisvesting. Of de eigen bevolking werkt ze daarin tegen.

Die conclusies zijn te lezen in het onderzoeksrapport Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de mensen(handel), dat is opgesteld in opdracht van de provincie Brabant. In het rapport uiten de onderzoekers forse kritiek op de manier waarop in West-Brabant wordt omgegaan met de huisvesting van werknemers uit het midden en oosten van Europa.

Onmogelijke ambitie
De ambitie om nog dit jaar 9500 legale woonplekken voor deze arbeiders te creëren, omschrijven zij als ‘vooralsnog onmogelijk’. Daarvoor dragen ze diverse oorzaken aan. Zo varieert het draagvlak voor de onderdak van buitenlandse werknemers nogal. Niet elke gemeente beschouwt het onderwerp als prioriteit; daarom zijn veel plaatsen vooral bezig met de eigen, lokale problemen.
Ook zijn er veel West-Brabantse gemeenten die alleen naar huisvesting willen kijken voor mensen die binnen hun eigen grondgebied werken.
Slechts twee plaatsen in West-Brabant, Zundert en Drimmelen, informeren zelf ‘hun’ buitenlandse werknemers over wonen­­ en werken in Nederland. De rest laat dat over aan werkgevers of uitzend­organi­saties.

Toeristenbelasting
Een vast overlegmoment tussen gemeente, uitzendbureaus en migranten inhurende bedrijven, bestaat in veel plaatsen niet. Als er al onderling wordt gepraat, dan gaat het hooguit over zaken als fraude, overlast en de verplichting om toeristenbelasting te betalen.
Verzet van de plaatselijke bevolking speelt een grote rol bij de haperende huisvesting: ‘Burgerweerstand heeft als een rem gewerkt op de regionale huisvestingsopgave’, concludeert het rapport.
Begin 2019 deed de provincie nog een oproep aan West-Brabant om in actie te komen: doe meer aan onderdak voor buitenlanders die hier werken. Zonder resultaat: ‘Door het burgerverzet is juist gas teruggenomen.’

Geen belangenbehartigers
Waar wél werk is gemaakt van onderdak, ‘daar lijken integratie en participatie naar de achtergrond geschoven’. Anders gezegd: de arbeidsmigranten worden er min of meer aan hun lot overgelaten. Die eenzame situatie wordt benadrukt door het ontbreken van steun in de West-Brabantse samenleving. Want, constateren de onderzoekers, ‘er zijn in deze regio geen lokale organisaties actief die specifiek de belangen van migranten behartigen’.

De opstellers van het rapport hebben het idee dat arbeidsmigranten in West-Brabant worden beschouwd als een noodzakelijk kwaad: ‘Wel nodig, niet zichtbaar’.
Terwijl ze worstelen met de Nederlandse taal, de regels en amper contact maken met de lokale bevolking, is er nauwelijks aandacht voor hun kwetsbare situatie. Dat heeft gevolgen, menen de onderzoekers: ,,Misstanden worden niet of minder snel opgemerkt. Het idee kan ontstaan dat er zelfs helemaal geen misstanden zijn.’’
Het rapport werd opgesteld door Tilburg University en het Coör­dinatiecentrum tegen Mensenhandel.

Bron: BN De Stem.nl (9 februari 2020).